ZWERFTOCHT DOOR NACHTELIJK TARANTO

TARANTO IS DE ‘STAD DES DOODS’ VAN ITALIE * KINDERSTERFTE LIGT ER 21% HOGER DAN GEMIDDELD IN DE REGIO * NOODSITUATIE IN HORROR-STAD WAAR MEN ECHTER BLIJFT FEESTEN EN DUIZENDEN BOOTVLUCHTELINGEN OPVANGT UIT AFRIKA

taranto
De Ponte Girevole die het eiland met de oude stad verbindt met de rest van Taranto

Waren de (centra van) de steden Bari en Lecce nog een soort openlucht-musea met overal bordjes met ‘toeristische informatie’ over de bouwstijl van kerk A en de roemruchte geschiedenis van citadel B, in Taranto is alles anders. Hier vinden we de woeste verlopenheid en de tragische nostalgie van een havenstad compleet in verval met ellenlange straten van dichtgetimmerde en dichtgemetselde huizenblokken vol graffiti tegen een achtergrond waarop hijskranen zich scherp aftekenen tegen een rood-dankerblauwe hemel. En overal is de zee: voor me, achter me, naast me met ‘lungomares’ (boulevards) waarop vrouwen flaneren tussen kinderen op driewielers, negers achter zonnebrillen op kartonnen dozen en ijs-etende families. Het doet sterk denken aan mijn Rotterdam, inderdaad, in de jaren vlak voor 2000, aan Katendrecht en de chaos op de Wilhelminapier waar Hotel New York pas net was geopend. Maar ik ben bang dat Taranto niet de weg zal gaan van de Rotterdamse zuidoevers vanaf 2000: daarvoor is de economische situatie in Italie te hopeloos en de toekomst te inktzwart. Dat wordt volmondig bevestigd door een Italiaan van 65 die ik tref in ‘het’ visrestaurant van de stad, Trattoria Del Pescatore. “We zijn verloren” zegt hij, maar naast hem zit een bloedmooie blondine van amper 30. Die blijkt hij tien jaar geleden te hebben opgehaald in Kazachstan waar ook ik een jaar heb gewoond. Dat begint goed, deze avond in Taranto, en dan moet ook het Nederlands elftal nog spelen! Maar om 10 uur als de match tegen Costa Rica begint ben ik nog vol in gesprek met de Italiaan, zijn even oude vriend en de Kazachse waarbij het gesprek al spoedig op restaurants en clubs komt in Almaty. Pas tegen elven nemen we afscheid en loop in het inmiddels donkere eiland op waarop zich de ‘oude stad’ bevindt. Ik besluit de hele match te laten schieten, want ik ben bang dat Nederland glorieus gaat winnen en dat kan ik so wie so niet aanzien. O wat haat ik dat smerige pedo-land inmiddels met die walgelijke ‘holadiejee-sfeer’ en de voorspelbare bekrompenheid van die hoofden die je reeds op honderden meters afstand herkend als Nederlands.

ROTONDA-LUNGOMARE
Een van de ‘lungomares’ van Taranto met op de achtergrond een van de havens

Vanuit de stegen en de krochten in de oude stad stijgt overal versterkte muziek op. Op een lungamare wordt ‘gekaraoket’ en op een pleintje tussen blinde muren zingt een Italiaan het levenslied. De sfeer is werkelijk bizar, vrolijk en beangstigend tegelijk, alsof iedereen hier weet dat het morgen allemaal afgelopen is. Taxi’s, geldautomaten, fast food-restaurants en winkelstraten: ik zie ze niet. Wel overal Gelateria’s. Ik hoor woeste moderne muziek vanuit een steeg en ga kijken. Rond de 100 jonge Italianen vieren een feestje met eten en drank en ik raak al spoedig in gesprek met een van de ‘organisatoren’, een jonge Italiaan met een Taliban-achtige geitensik die goed Engels spreekt -Italiaans is met die harde muziek op de achtergrond voor mij op dat moment net iets te hoog gegrepen. Terwijl ik af en toe wordt afgeleid door de mooie jonge vrouwen die hier geen van allen zijn opgemaakt als hoeren maar totaal naturel en authentiek rondlopen wat ze woest aantrekkelijk maakt, legt de Taliban uit dat het feest te maken heeft met allerlei ‘projecten’ die het lokale bestuur heeft gelanceerd om de jeugd een (schijn van) ‘toekomst’ te bieden. Hij wijst op een potsierlijke bakfiets die in een hoek staat: dat blijkt ‘zijn’ project te zijn, het samen bouwen van bakfietsen. Ik leg hem uit dat ik Nederland ben ontvlucht, dat de situatie in Nederland ook hopeloos is, maar dat de mensen hier tenminste lachen en feestvieren. Die opmerking schiet hem duidelijk in het verkeerde keelgat. “De ellende hier is diep en fundamenteel. We vieren niet alleen maar feest.” En dan, tot mijn ontsteltenis, flapt hij eruit: “Mijn ouders zijn gelukkig rijk, ik kom uit een goede familie en hoef me geen zorgen te maken.” Intussen heb ik wild oogcontact met een meid van denk ik 25. Maar ik heb geen energie meer en zie teveel op tegen vermoeiende gesprekken tegen de harde muziek in. Het is inmiddels middernacht en ik ben vanochtend om 6 uur opgestaan om te gaan hardlopen in Santa Maria di Leuca. Ja mensen, het is hard werken, zo’n End of The World-challange, voor de dames is gewoon geen tijd! De Taliban oreert intussen door en door maar ik luister niet meer. Dan besluit ik opeens hem op de hoogte te brengen van mijn plannen hier. “Ik wil een reportage maken in een opvang-kamp van bootvluchtelingen uit Afrika en Italianen interviewen die daar werken als vrijwilliger. Ken jij dat soort mensen?” “Ik niet, maar hij wel” en er komt een andere Italiaan bij ons staan. Na enkele minuten geeft hij mij een briefje met daarop de naam Simona Fernandez en een telefoonnummer. “Zij coordineert dat allemaal”. Blij verrast stop ik het briefje in mijn zak en neem afscheid. Het is nog drie kwartier lopen naar mijn B&B aan het einde van de Via Giuseppe Mazzini. Thuis gekomen lees ik dat er strafschoppen zijn genomen en nog juist voor ik in slaap van smst een vriendin uit Rotterdam: gewonnen. Kut.

Print Friendly, PDF & Email
Share