Worden Haarlemse rechters onder ede gehoord?

rouleren.jpg“Als de beslissing van het gerechtsbestuur zich inderdaad geheel buiten de kaders van de individuele Chipshol-procedures heeft afgespeeld, geeft het getuigenverhoor een kans om dat duidelijk te maken. Waarom verzet de Staat zich hier eigenlijk tegen?”
Aldus Chipshol-advocaat Matthijs Kaaks op 17 maart voor het Haagse gerechtshof. Aan de orde was het hoger beroep van Chipshol tegen de beslissing van de Haagse rechtbank om de gebiedsontwikkelaar geen voorlopig getuigenverhoor toe te staan inzake de omstreden ‘rechterswisseling’ (ook wel: roulerings-beslissing) bij de rechtbank Haarlem die zozeer in het nadeel van Chipshol uitpakte en waarover deze site reeds eerder uitvoerig berichtte. Chipshol vermoedt hier een gerichte beslissing van het Haarlemse gerechtsbestuur om de wind in de Groenenberg-rechtzaken die Chipshol in de zeilen blies te doen keren ten gunste van de Staat hetgeen ook gebeurde: de nieuwe ‘gerouleerde’ rechters wezen Chipshol’s claim tegen LVNL af, keurden een veel te lage schadevergoeding zijdens Schiphol goed en lieten ook nog eens toe dat de luchthaven een bankgarantie verkreeg die hoger is dan het toegewezen schadebedrag. De Staat bleef echter volhouden dat het in gang zetten van deze ‘rechters-draaimolen’ ‘door geen ander belang is ingegeven dan door organisatiebelang’ waarbij ‘niet is gekeken naar de zaken waarmee de rechters waren belast’.

Dat zou in theorie nog mogelijk kunnen zijn, maar volgens Kaaks is dit verweer op z’n minst verwrongen ‘omdat het vooruitloopt op de mogelijke uitkomst van het voorlopig getuigenverhoor waarover de Staat aanvoert dat er geen onregelmatigheden zullen worden gevonden’. Het is een bizarre situatie: de Staat geeft eenzijdig een interpretatie van de gebeurtenissen zonder Chipshol de kans te geven deze lezing te verifieren door betrokkenen onder ede te horen. Het leidde tot de licht wanhopige uitroep van Kaaks aan het begin van dit stuk. Kaaks: “Transparantie van de rechtspraak en van de rechterlijke organisatie dient ook de publieke zaak. Het is onaanvaardbaar dat Chipshol de mogelijkheid van bewijsvergaring op voorhand wordt ontzegd met beroep op onredelijke belasting van de rechtbank Haarlem. De omstandigheid dat de Staat (als grootaandeelhouder van Schiphol) verregaand belang had bij de uitkomst van de zaak, brengt mee dat de roulatie van de drie rechters extra kritisch dient te worden beschouwd en evenzo extra zorgvuldig diende te worden beschouwd en gemotiveerd. Noch het een noch het ander is gebeurd.”

Namens de rechtbank Haarlem (de Staat) trad landsadvocaat Houtzagers op van Pels Rijcken. Hij weigerde de merits of the case te begrijpen dan wel onder ogen te zien door er steeds maar op te hameren dat het Chipshol te doen zou zijn om het aanvechten van de uitspraken van de nieuwe rechters. Het zogeheten ‘gesloten stelsel van rechtsmiddelen’ brengt dan mee dat tegen beslissingen van rechters alleen beroep open staat bij een hogere rechter. Kaaks legde luid en duidelijk uit dat Chipshol in de onderhavige procedure niet de vonnissen van de rechtbank Haarlem aanvecht, maar de beslissing van het gerechtsbestuur de rechters, het complete college (een unicum in de Nederlandse rechtsgeschiedenis) te vervangen. Deze beslissing is des te meer omstreden omdat het een gerechtsbestuur bij wet verboden is in te grijpen in lopende procedures. Kaaks: “Het gaat hier om het functioneren van de rechterlijke organisatie buiten de kaders van de individuele zaak.”

De Staat zegt dus: er is niets aan de hand, maar ontleent hieraan niet het vertrouwen betrokkenen bloot te durven stellen aan een getuigenverhoor. Daarvoor zijn waarschijnlijk duidelijke redenen: in meerdere officiele stukken wordt immers letterlijk gezegd dat in Nederland rechters worden vervangen omdat de ‘boven hen gestelden’ niet tevreden zijn met de wijze waarop zij recht doen. Dat lijkt hier ook aan de hand, maar dat moet natuurlijk geheim blijven. De Staat wil zijn eigen functionarissen niet in de positie brengen waarin zij meineed moeten plegen in een poging de geloofwaardigheid van de rechterlijke macht overeind te houden. De Staat voerde dit ook min of meer letterlijk zo aan: “Afweging van het belang van Chipshol enerzijds [bij toewijzing van de vordering] en dat van de Rechtbank Haarlem anderzijds [bij afwijzing] brengt mee dat Chipshol ‘vanwege de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen’ in redelijkheid niet tot het onderhavige verzoek had kunnen komen.”

Tot slot: ook in deze procedure werd weer duidelijk hoezeer de Nederlandse rechterlijke macht verziekt is geraakt door belangenverstrengelingen en nevenfuncties. Twee van de drie oorspronkelijk aangewezen raadsheren (Sturhoofd en Van Waesberghe) van het Hof werden na protest van Chipshol vervangen omdat ze advocaat zijn geweest bij het kantoor van de landsadvocaat Pels Rijcken, het kantoor dat de rechtbank Haarlem in deze zaak verdedigde. Rechter Van Waesberghe heeft zelfs ook nog op de rechtbank Haarlem gewerkt alwaar zij tal van zittingen deed met Ruitinga, de voorzitter van het ‘nieuwe’ college dat over de Chipshol-zaken oordeelde na de vervanging. Deze twee belangenverstrengelde rechter werden vervangen door Van den Berg en Dulek. Raadsheer Van den Berg zat tijdens de gehele zitting provocerend net te doen alsof hij steeds in slaap viel. Slechts op een moment werd hij uit zijn sluimeringen opgeschrikt: dat was toen mr. Kaaks aan de orde stelde dat hij in een zaak over de vuurwerkramp in Enschede bij de rechtbank Den Haag in het college bleef zitten ondanks zijn nieuwe functie als raadsheer bij het Haagse Hof die toen reeds was ingegaan, juist omdat een wettelijke regel voorschrijft ‘dat een rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs is bijgebracht daarin zoveel als mogelijk is het eindvonnis zal medewijzen’. Zulks gold dus blijkbaar niet voor het Haarlemse college dat in zijn geheel werd vervangen in de Chipshol-zaak.

Print Friendly, PDF & Email
Share