‘Vuurwerkramp’ blijkt landmijnenramp

ONDEUGDELIJKE MIJNEN VEROORZAAKTEN ‘VUURWERKRAMP’

Hier volgt de complete tekst van het verhaal dat vanochtend verscheen in Metro

Door Pamela Hemelrijk
Bij de vuurwerkramp in Enschede zijn indertijd niet alleen rotjes en voetzoekers in de lucht gevlogen, maar ook militaire explosieven. Twee militaire experts, die kort na de explosie op het rampterrein arriveerden, hebben in de ravage ontstekingsmechanismen zien liggen (vermoedelijk van landmijnen) en dat ook hun superieuren gerapporteerd. Ze werden prompt weggestuurd met de instructie om over hun vondst te zwijgen. In de weken na de ramp zijn ze diverse malen anoniem met de dood bedreigd.
Dat schrijft de onderzoeksjournalist Alexander Nijeboer in Nieuwe Revu van deze week. De auteur, die werkt aan een boek over de beruchte landmijnen-affaire, zegt zelf ook te zijn bedreigd. Via anonieme nachtelijke telefoontjes is hem te verstaan gegeven dat hij, in het belang van zijn eigen gezondheid, zijn onderzoek beter kon staken.

MetroDe branchevereniging van vuurwerkfabrikanten (VEN) heeft altijd staande gehouden dat een schokgolf zoals die zich in Enschede heeft voorgedaan, nooit veroorzaakt kon zijn door vuurwerk alleen. “We hebben begin 2003 voorgesteld dit proefondervindelijk te bewijzen door een lege bunker te vullen met 5000 kilo van het zwaarste vuurwerk, en die in brand te steken” zegt VEN-voorzitter Gerrit Wagenvoort. “Maar het ministerie van VROM, waar het Vuurwerkbesluit onder valt, weigerde daarvoor toestemming te geven. Al onze pogingen om de waarheid aan het licht te brengen zijn gedwarsboomd. Iedereen die iets weet of aandraagt wordt stelselmatig monddood gemaakt.”
Saillant detail is volgens Wagenvoort dat de gemeente Enschede keer op keer ‘illegaal’ extra vergunningen aan SE Fireworks heeft verleend op voorspraak van Defensie. Dit departement werd verondersteld toezicht te houden op de veiligheid van het opgeslagen vuurwerk. Bovendien is er, zoals intussen is komen vast te staan, een onschuldige veroordeeld voor het stichten van de brand. Rechercheurs die beweerden dat hiertoe bewijsmateriaal was vervalst, werden van de zaak afgehaald..
Defensie wenst niet te reageren op de onthullingen van Nijeboer. De landmijnen-affaire, waaraan klokkenluider Fred Spijkers zijn faam dankt, speelt al sinds de late jaren zestig. Defensie nam toen het initiatief om een nieuw type anti-personeelsmijn te laten ontwikkelen, de AP-23. Diverse hoge ambtenaren van Defensie zouden in dit project een persoonlijk financieel belang hebben gehad. De mijnen bleken van meet af aan ondeugdelijk te zijn, en op gezette tijden spontaan te exploderen. Bij instructielessen in de kazerne zijn daardoor in 1983 en 1984 acht doden gevallen. De AP-23 bleef niettemin gehandhaafd. Volgens een (overigens vernietigend) onderzoeksrapport van de Nationale Ombudsman is pas in 1997, onder druk van toenmalig staatssecretaris Gmelich Meijling, besloten de hele partij van 30.000 afgekeurde exemplaren te laten vernietigen – door een gespecialiseerd bedrijf in Frankrijk.
Volgens bronnen bij Defensie is echter een groot deel van de afgekeurde mijnen (20.000 stuks) in 1998 weliswaar uit de militaire opslagplaatsen en voorraadlijsten verwijderd, maar niet vernietigd. Men durfde het transport niet aan. Besloten werd de mijnen op te slaan op particuliere opslagterreinen. Zo had Defensie tenminste ‘op papier’ aan zijn verplichtingen voldaan, aldus Nijeboer in de Nieuwe Revu..
Onlangs heeft de huidige staatssecretaris van Defensie, Van der Knaap, tegen de wil van de Tweede Kamer in, besloten alle dossiers over de landmijnen-affaire ontoegankelijk te maken tot 70 jaar na Spijkers’ dood.
Spijkers, bedrijfsmaatschappelijk werker bij Defensie, werd in 1984 op pad gestuurd met de opdracht om de weduwe van een bij instructielessen omgekomen militair mee te delen dat haar man door eigen onzorgvuldigheid om het leven was gekomen. Hij negeerde dat bevel en ging zelf op onderzoek uit. De gevolgen waren desastreus: de bedrijfsarts rapporteerde dat Spijkers aan wanen leed, paranoide was en indianenverhalen rondvertelde. Enige jaren later werd hij op grond daarvan ontslagen, in weerwil van drie contra-expertises van psychiaters, die verzekerden dat Spijkers volstrekt normaal was. Hij vocht zijn ontslag aan bij de Centrale Raad van Beroep, maar werd in het ongelijk gesteld. Later bleek dat de rechter die het ontslag had bekrachtigd, mr. H.A.A.G. Vermeulen, eerder top-ambtenaar was geweest op Binnenlandse Zaken, het ministerie dat belast is met het personeelsbeleid van de overheid. Met andere woorden: het ontslag van Spijkers was onder zijn supervisie in gang gezet. Over mr. Vermeulen zijn tot twee maal toe kamervragen gesteld, maar die werden door kamervoorzitter Jeltje van NIeuwenhoven terzijde gelegd met een beroep op de scheiding der machten.
Ook Spijkers is bedreigd, o.a. door staatssecretaris van Hoof zelf. Die nodigde hem in 2000 uit voor een etentje, nadat bij een onderzoek van bureau KPMG zeer belastende documenten waren opgedoken over diverse politici en topambtenaren. “Wanneer jij deze stukken naar buiten brengt” sprak de bewindsman, “dan heb ik ook een wapen dat voor jou absoluut en onherroepelijk dodelijk is”. Later verklaarde Van Hoof dat hij het niet letterlijk had bedoeld.
Tot twee maal toe zijn er voorts aanslagen op Spijkers’ leven gepleegd. Toen hij, op 18 juni 1989, op de parkeerplaats van McDonalds in Huis ter Heide, uit zijn auto stapte werd het vuur op hem geopend, naar later bleek door dienstplichtige militairen uit Soesterberg. Bij de fotoherkenning identificeerde Spijkers 5 daders. Zij werden slechts disciplinair gestraft. Later deed Defensie het voorval af als ‘een kwajongensstreek’. Op 16 februari 2003 werd Spijkers in zijn woonplaats moedwillig aangereden door een lichtgrijze Ford Mondeo. Hij deed aangifte, maar de daders zijn nooit gepakt.
Spijkers is geadopteerd door de mensenrechtenorganisatie Geneva Initiative on Psychiatry (GIP), die het medisch onderzoek van Defensie heeft betiteld als ‘een duidelijk geval van politiek misbruik van de psychiatrie, echter ditmaal niet in de Sovjet-Unie maar in Nederland’.
In 2002 ging Defensie ogenschijnlijk door de knieen en kende Spijkers een schadevergoeding toe van 1,6 miljoen euro, belastingvrij. Voorwaarde was dat Spijkers nooit meer iets naar buiten zou brengen over wat hem was overkomen. Spijkers heeft dat nooit willen beloven; hij wilde geen zwijggeld, maar gerechtigheid. Derhalve heeft hij nooit een cent van dat bedrag in handen gerkregen. Kort geleden ontving hij van de fiscus echter toch een belastingaanslag over het jaar 2002: van in totaal 1,1 miljoen euro. Volgens de belastingdienst is er geen sprake van een vergissing.

Print Friendly, PDF & Email
Share