VANAVOND DERDE VAATSTRA-DEBAT

EXTRA: HIERONDER EXPLOSIEVE PASSAGES UIT HET GEHEIME AKERBOOM-RAPPORT OVER DE ZAAK-VAATSTRA UIT 2006 * BEDROG VAN JUSTITIE OPNIEUW BEVESTIGD * MEERDERE RECHERCHEURS VERLIETEN WALGEND HET CORPS WEGENS HET VAATSTRA-BEDROG

EXTRA: PANIEK BIJ DE LEEUWARDER COURANT * LUISTER NAAR OPNAMES VAN PANISCHE CORRUPTE FRIESE JOURNALISTEN VANAVOND OP ARGUSOOG * “HIER GA IK MIJN VINGERS NIET AAN BRANDEN! IK GOOI DE HOORN EROP!” * BEL NU OOK MET DEZE PEDO-KRANT OP HET SPECIALE VAATSTRA-NUMMER 058-2845426 * LEES HIER HOE DEZE KRANT MICHA PROBEERDE TE DEMONISEREN

Vanavond zullen we onder leiding van Arend Zeevat opnieuw vragen van Nederlanders beantwoorden over de zaak-Vaatstra. Hoe zit het met de explosieve dagboeken van Maaike Vaatstra? Krijgt Jasper S. een nieuwe advocaat? Hoe zit het met de berichten dat hij al ‘zou hebben bekend?’ Dat de hele Jasper-zaak een hoax is staat voor ons inmiddels wel vast. Daarom gaan we vanavond extra in op de achterliggende vragen:

wat drijft Justitie bij het opvoeren van deze horror-operette en bij het willens en wetens vernietigen van de familie Steringa? Wat is de betekenis van de Walpurgisnacht en de satanische rituelen? Wat zegt de zaak-Luten over de zaak-Vaatstra? Maar ook is er ruimte voor de ‘gewone’ vragen over deze meest explosieve moordzaak uit de Nederlandse geschiedenis.

In 2006 verscheen een rapport – over de zaak Vaatstra – van oud-rijksrechercheur Hans Akerboom op de website van Hilbrand Nawijn. Toen Nawijn enige tijd later – na een fikse ruzie met vader Vaatstra – uit de ‘Marianne Vaatstra Stichting’ stapte, verdween ook het rapport van zijn website. Hierdoor is het rapport – nu jaren later – niet meer op internet te vinden. Via een internetarchief hebben wij echter het rapport weten te achterhalen.

AAN: Groep Nawijn Tweede Kamer.

t.a.v mr. H.P.A. Nawijn.

Onderwerp.

Marianne Vaatstra.

Geachte heer Nawijn.

Uw transparantie naar de burger ondersteun ik. Burgers en vooral politiemensen hechten bijzonder aan het recht op privacy. In mijn memo staat zeer privacy gevoelige informatie. Om die reden heb ik het memo in een rapport verwerkt. Ik heb getracht de opbouw geen geweld aan te doen. Wel heb ik de namen en bijzondere aangelegenheden geanonimiseerd door toekenning van een nummer. Sommige paragrafen heb ik weggelaten. Zeer specifieke sporen benoem ik evenmin. Niet opgenomen zinsnede wordt aangeduid met (…..). Ik besef dat de leesbaarheid hierdoor wordt bemoeilijkt.

Met vriendelijke groet,

Hans.

Rapport.
Algemeen.

(…….) De heer Vaatstra sprak vrij uit en had zijn emoties onder controle. Op de momenten dat de politie en het openbaar ministerie aan de orde kwamen, sprak hij regelmatig met stemverheffing en ongenoegen. Volgens Vaatstra heeft het eerste onderzoeksteam, onder leiding van OvJ De Graaf, grote fouten gemaakt.

Vaatstra lijkt zeer goed op de hoogte te zijn. Hij kent juridische termen en het politiejargon is hem niet vreemd. Hetgeen hij vertelt, komt plausibel over. Enkele cruciale punten en/of vragen houden hem nog immer bezig. Bij navraag bij het OM en de politie stuit hij op een dikke muur. (Opm. Zie hiertoe de brief die Vaatstra recent van de hoofdofficier heeft ontvangen. Dit “botte” schrijven leidt niet tot de gewenste sfeer, laat staan tot goede communicatie – met OvJ De Graaf-).

Volgens Vaatstra hield de teamleiding bij de start van het onderzoek de bewoners van het asielzoekerscentrum direct buiten een eventuele verdenking. Door (…..) werd gesproken in de trant van “Die kant gaan we niet uit.” Meerdere personen kunnen hierover verklaren.

Vaatstra heeft zo nu en dan contact met de media (……..) en enkele rechercheurs. In de nacht van 30 april op 1 mei 1999 is Marianne vermoord. Vaatstra vond zijn vermoorde dochter. Inmiddels zijn vele details publiekelijk geworden. Dat gedeelte laat ik buitenbeschouwing. Niet alle onderzoeksgegevens zijn naar buiten gebracht. Vaatstra kent enkele items.

De moord op Marianne wordt (alleen door Vaatstra?) als “de perfecte moord” omschreven. De dader heeft nagenoeg geen sporen achtergelaten. Sperma leidde tot een daderprofiel. Uit het gesprek met Vaatstra heb ik zeven items geselecteerd. Ik benoem deze in willekeurige volgorde. In gesprekken worden (later) ook andere items belicht.

Geselecteerde items.

Grootschalige DNA onderzoek
Zoals aangegeven moesten de bewoners van het asielzoekerscentrum met “handschoenen” worden benaderd. In ieder geval mocht het accent niet op die groep worden gelegd. Zijzelf wilden DNA materiaal afstaan. Van ongeveer 800 personen is DNA materiaal afgenomen. Ze behoren tot één van de volgende categorieën;

de discogroep
eerder veroordeelden uit de omgeving en
zelfmoordenaars.

Volgens Vaatstra wilden politiemensen geen DNA materiaal afstaan. Ze zijn namelijk niet in een bepaalde categorie onder te brengen.

(…..)

Destijds heeft Peter R. de Vries gepleit voor een groot DNA onderzoek. De politie was daar voor, maar de hoofdofficier van justitie Den Hollander en de officier van justitie Vriezen niet. Ook een soortgelijk verzoek van Vaatstra om binnen een straal van bijvoorbeeld 15 km een dergelijk onderzoek te verrichten, is niet gehonoreerd. De politie had wel 6.000.000,– gulden “klaar liggen”.

2. Onderzoek bij het Engelse “Forensic Sience Service” FSS.
Sporen op het lichaam van Marianne duiden er op dat haar handen/polsen vastgebonden zijn geweest. Het materiaal dat daarvoor is gebruikt, is niet aangetroffen. Volgens Vaatstra zijn die verwondingen en het materiaal dat dat letsel heeft veroorzaakt niet voldoende onderzocht .

A106 (………..) heeft Vaatstra in vertrouwen het volgende medegedeeld. “Om vast te stellen waarmee de handen/polsen van Marianne daadwerkelijk gebonden zijn geweest, is een onderzoek bij het Forensic Sience Service in Engeland aanbevelenswaardig. (Opm. De evenknie van het Nederlands Forensisch Instituut). Dergelijke onderzoeken hebben vaker plaatsgevonden. Het vermoeden is dat de polsen van Marianne niet met een touw gebonden zijn geweest, maar met (een) handboei(en). In Engeland kan men dat uitsluitsel vermoedelijk geven.” A106 noemde hierbij de naam van een persoon die werkzaam is of connecties heeft met medewerkers bij het Nederlands Forensisch Instituut.

Vaatstra dient, volgens A106, dat onderzoek zelf te bekostigen. Hij kan contact opnemen met de desbetreffende persoon. (opm. gegevens bij rapporteur.) Vaatstra mag dit absoluut niet aan de politie mededelen, omdat zij dan (volgens A106) vermoedelijk de hakken in het zand zal zetten.

3. (…..)

4. Uit het onderzoek gestapte politieambtenaren.
A. Uit het 1e onderzoeksteam zijn twee rechercheurs gestapt omdat zij het met de teamleiding niet eens waren en niet over weg konden met het uit te voeren beleid. Dit gegeven heeft Vaatstra vernomen van een politieman. De namen van de rechercheurs zijn hem onbekend. (……)

B. Een andere rechercheur (……..) heeft na de afronding van het eerste onderzoek uit ongenoegen de politie verlaten. (…..)

5. Second opinion.
Het politieonderzoek leverde niet het gewenste resultaat op. Het second opinion onderzoek, onder leiding van de advocaat-generaal mw. mr. L. van Dijk bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, leidde er toe dat een ander team opnieuw een onderzoek moest instellen. Die commissie (en ook het nieuwe team) heeft (hebben) het onderzoek van het 1e team zwaar bekritiseerd en daar geen spaan van heel gelaten! Volgens Vaatstra heeft hij aan het second opinion team veel gegevens verstrekt en toch heeft hij, ondanks dat, geen inzage in de uitgebrachte rapportage gekregen. Vaatstra is daar zeer verontwaardigd over.

6. Gesprek met OvJ De Graaf.
Officier van Justitie De Graaf was zaaksofficier. Vaatstra heeft hem nimmer persoonlijk gesproken. Hij wil alsnog een gesprek met hem om in ieder geval uitsluitsel te verkrijgen op de vele vragen die nog steeds bij Vaatstra leven, zoals

waarom heeft het second opinion-team geen spaan heel gelaten van het 1e onderzoek,
waarom houden leden van het openbaar ministerie elkaar de hand boven het hoofd,
waarom heeft De Graaf nimmer contact met Vaatstra opgenomen,
waarom liegt de hoofdofficier van justitie Den Hollander in zijn laatste brief,
waarom werden de bewoners van het asielzoekerscentrum van meet af aan buiten schot gehouden en
waarom werden speurhonden teruggeroepen toen zij een spoor volgden richting het asielzoekerscentrum in Kollum.

(…..) Den Hollander houdt – in zijn brief – een gesprek tussen De Graaf en Vaatstra af.
(…..)

Gesprekken.

1. (………..)
2. (…….…..)

Op 1 mei 1999 was A110 (…….) onderweg (………), toen hij werd opgebeld door Ineke, de dochter van Vaatstra, met de mededeling dat haar zus Marianne was vermoord. Tevens kreeg hij het verzoek van haar om de familie te ondersteunen. A110 belde daartoe met zijn leidinggevende A112 en vroeg toestemming. Hij moest navraag doen. Inmiddels had A110 besloten (…..)Vaatstra te helpen. Van het korps kreeg hij te horen dat ‘t hem niet werd verboden, maar werd afgeraden.

(………) A110 was onder andere de liaison tussen het korps en de familie. Hij sprak niet inhoudelijk met de collegae. Evenmin keek hij in de politiebestanden, die..
[9:40:05] Nico Brinkman: anonieme tipgever: Wie is toch “Martijn hofman” alias “MM hofman”, die over – verdacht veel – informatie zou beschikken over de onopgeloste moord op de – destijds 16 jarige – Marianne Vaatstra. Deze ‘anonieme’ tipgever die via een duistere omweg e-mails – boordevol informatie – zou hebben verzonden, werd door schrijver ‘Bart Bakker’ uitvoerig behandeld in zijn boek. Het bleek echter een onmogelijke opgave te zijn om deze persoon te achterhalen. Het kon natuurlijk iedereen zijn die ‘anoniem’ deze berichten onder ‘deze namen’ doorstuurde. Maar was dit eigenlijk wel zo’n moeilijke opgave? Was het misschien allemaal niet veel makkelijker dan men destijds dacht? Waren deze e-mails werkelijk anoniem, of waren ze gewoon wel degelijk afkomstig van iemand met de naam ‘Martijn Hofman’?

Het ‘toeval’ wil namelijk dat in het gastenboek op de website www.mariannevaatstra.nl – een website van de familie Vaatstra – een bericht is geplaatst door ene “Martijn” die gebruik maakt van de nickname: “mmhofman”. Dit bericht is geplaatst toen nog helemaal niemand afwist van de mysterieuze tipgever.

Op 21-02-2006 schreef “mmhofman” het volgende: “Beste ouders, Op nu.nl las ik dat jullie door een onbekende stalker werden getreitert. Wat erg dat er iemand is die jullie op zo’n wijze en met die onderwerpen jullie het leven moeilijkt maakt. Ik hoop van ganser harte dat de moordenaar en de stalker gepakt en zwaar gestraft zullen worden. Sterkte in jullie verdriet. Martijn”

Bij dit bericht liet deze Martijn nog wat interessante informatie achter, die in het gastenboek tevoorschijn komt, door simpelweg met de muis over de symbolen onder zijn bericht te bewegen. Hierdoor verschijnen het e-mailadres “[email protected]” – en de website “www.martijnhofman.nl“. De eigenaar van deze website blijkt tot op heden – op diverse websites – nog steeds gebruik te maken van – jawel – de nickname: mmhofman. En zo lijkt de ‘onmogelijke zoektocht naar de mysterieuze tipgever’ dus – mogelijk – in werkelijkheid een stuk eenvoudiger te zijn dan gedacht

Print Friendly, PDF & Email
Share