UITSPRAAK KORT GEDING (2)

Hier is de uitspraak van het kort geding van Micha Kat, die JDTV gisterenmiddag om 16:00 uur heeft mogen ontvangen.

vonnis

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht – voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 423756 / KG ZA 12-759

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2012

in de zaak van

[eiser],
thans verblijvende in de [Penitentiaire Inrichting],
eiser,
advocaat mr. J. Breeveld te Amsterdam,

tegen:
de Staat der Nederlanden,
(Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelende te ’s-Gravenhage,
gedaagde,
advocaat mr. A.Th. M. ten Broeke te ’s-Gravenhage.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘de Staat’.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 7 augustus 2012 wordt in dit
geding van het volgende uitgegaan.

1.1. [eiser] is op 24 april 2012 aangehouden in verband met een meervoudige
verdenking van bedreiging met een misdrijf, opruiing, laster, smaadschrift, eenvoudige
belediging, belediging wegens ras en/of godsdienst en belaging. Op 27 april 2012 is de
inbewaringstelling van [eiser] gevorderd. Deze vordering is op diezelfde dag toegewezen op
de gronden vluchtgevaar en herhalingsgevaar en [eiser] is die dag in bewaring gesteld.

1.2. Op vordering van de officier van justitie van 7 mei 2012 is op 9 mei 2012 de gevangenhouding van [eiser] voor de duur van 90 dagen bevolen. Hierbij is overwogen dat
voormelde verdenking en de bezwaren en gronden, die tot het bevel tot bewaring van [eiser]
hebben geleid, op dat moment nog bestonden. Op diezelfde datum is de voorlopige
hechtenis van [eiser] op zijn verzoek geschorst met ingang van 10 mei 2012. Aan de
schorsing zijn zowel algemene als bijzondere voorwaarden verbonden. Drie van de (in totaal
acht) bijzondere voorwaarden luiden als volgt:

[De rechtbank beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis van voormelde verdachte met ingang
van : 10 mei 2012 (…) onder de bijzondere voorwaarden:]
(…)
‘6. dat verdachte zal verblijven op het adres [adres];
(…)
8. dat verdachte van iedere adreswijziging binnen Nederland tevoren zal kennis geven aan de officier
van justitie;
9. dat verdachte zich zal houden aan zijn toezegging om geen uitlatingen en publicaties te doen via
www.klokkenluideronline.is of soortgelijke internetsites;’
(…)

1.3. Op 13 juni 2012 is [eiser] op last van de officier van justitie aangehouden op
verdenking van overtreding van deze bijzondere schorsingsvoorwaarden. Op 14 juni 2012
heeft de officier van justitie bij deze rechtbank een vordering tot opheffing van de schorsing
van de voorlopige hechtenis ingediend. Aan deze vordering is ten grondslag gelegd dat
[eiser] zich niet heeft gehouden aan voormelde bijzondere schorsingsvoorwaarden. De
vordering is op diezelfde datum toegewezen, waarbij de verdere tenuitvoerlegging van de
gevangenhouding is gelast. In de beschikking is – kort gezegd – geoordeeld dat voormelde
voorwaarden zijn overtreden, waaraan is toegevoegd:
(…)
‘Nu de inhoud van de gepubliceerde uitlatingen en publicaties in lijn is met de redenen waarom ten
aanzien van verdachte voorlopige hechtenis is bevolen, is de raadkamer van oordeel dat deze
overtreding voldoende zwaarwegend is om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.’
(…)
Het bevel tot gevangenhouding expireert op 13 september 2012.

1.4. [eiser] is gedagvaard om op 10 september 2012 te verschijnen ter terechtzitting van
de meervoudige strafkamer van deze rechtbank.

2. Het geschil

2.1. [eiser] vordert – zakelijk weergegeven –
I. zijn voorlopige hechtenis (voorlopig) op te heffen, althans de tenuitvoerlegging
daarvan (voorlopig) te schorsen;
II. de Staat te gebieden de tenuitvoerlegging van zijn voorlopige hechtenis te
staken en hem binnen twee uur na betekening van dit vonnis in vrijheid te
stellen, op straffe van een dwangsom.

2.2. Daartoe voert [eiser] onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende aan. De
voorwaarde vermeld onder 9. (hierna: de voorwaarde), waarop de beslissing tot opheffing
van de schorsing in doorslaggevende mate is gebaseerd, is onrechtmatig. Deze voorwaarde
is in strijd met het recht en meer in het bijzonder met artikel 7 van de Grondwet en artikel
10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechter is
weliswaar in beginsel vrij bijzondere voorwaarden te stellen maar er mag hierbij geen
sprake zijn van een ongeoorloofde inbreuk op de grondwettelijk en verdragsrechtelijk
beschermde grondrechten van [eiser]. Daarvan is in dit geval wel sprake, omdat er een
fundamentele inbreuk wordt gemaakt op de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder op
de persvrijheid. Vanwege de onrechtmatigheid van de voorwaarde is de beslissing tot
opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis onrechtmatig.
De voorzieningenrechter is bevoegd over de vordering te oordelen, omdat er geen
rechtsmiddel openstaat tegen de opheffing van de voorlopige hechtenis en evenmin tegen de
indirecte afwijzing van het mondelinge verzoek tot wijziging van de
schorsingsvoorwaarden. Een nieuw verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis heeft
om verscheidene redenen weinig kans van slagen dan wel biedt onvoldoende waarborgen.
[eiser] heeft derhalve geen daadwerkelijk rechtsmiddel meer en dat is in strijd met artikel 13
EVRM. [eiser] verwijst in dit kader nog naar de zeer bijzondere omstandigheden van deze
zaak.

2.3. De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden
besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. De Staat heeft als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [eiser] niet in zijn
vorderingen kan worden ontvangen, omdat hiervoor een met voldoende waarborgen
omklede rechtsgang openstaat en het ter discussie stellen van de juistheid van de rechterlijke
beslissing tot opheffing van de schorsing onverenigbaar is met het gesloten stelsel van
rechtsmiddelen.

3.2. De voorzieningenrechter stelt voor wat betreft zijn bevoegdheid het volgende
voorop. Het stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen is een gesloten stelsel. Dit betekent
dat een strafrechtelijke beslissing alleen kan worden aangevochten als de strafwet daartoe de
mogelijkheden biedt (HR 15 februari 2000, NJ 2000, 500). De juistheid van een beslissing
kan derhalve niet in een civiele procedure worden aangevochten (HR 16 oktober 1987,
NJ 1988, 841). Voor wat betreft de rol van de kortgedingrechter als restrechter heeft te
gelden dat de aanwijzing van de strafrechter als bevoegde rechter of van een speciale
strafrechtelijke rechtsgang de kortgedingrechter niet onbevoegd maakt. Een eiser dient
echter in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard wanneer de aangewezen
rechter of rechtsgang voldoende rechtsbescherming biedt. Hiertoe wordt vereist dat in
spoedeisende gevallen een met voldoende waarborgen omklede snelle rechtsgang openstaat
waarin de eiser een met het kort geding vergelijkbaar resultaat kan bereiken (HR 16 maart
1990, NJ 1990, 500).

3.3. [eiser] stelt zich onder meer op het standpunt dat hij ontvankelijk is in zijn
vorderingen omdat er geen hoger beroep openstaat tegen de beslissing tot opheffing van de
schorsing van de voorlopige hechtenis noch tegen zijn mondelinge verzoek ter zitting tot
wijziging van de schorsingsvoorwaarden. Het is echter een keuze van de wetgever geweest
om in dit kader hoger beroep uit te sluiten. Een dergelijke keuze brengt niet met zich dat de
voorzieningenrechter alsdan in plaats van de appelrechter bevoegd is de juistheid van de
beslissing van de rechtbank te toetsen. Het gesloten stelsel van strafrechtelijke
rechtsmiddelen brengt derhalve met zich dat [eiser] niet in zijn vorderingen (die alle
neerkomen op een verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis
wegens de onrechtmatigheid van de opheffing van de schorsing) kan worden ontvangen.

3.4. Overigens biedt het strafrechtelijke systeem wel de mogelijkheid om een verzoek in
te dienen om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen (artikel 80 van het Wetboek van
Strafvordering, hierna Sv). Die mogelijkheid staat ook [eiser] ten dienste. Ditzelfde geldt
voor de primair door [eiser] gevorderde opheffing van de voorlopige hechtenis (artikel 69
Sv), hetgeen door hem overigens nog niet eerder is verzocht. Met die procedures kan [eiser]
het resultaat bereiken dat hij in deze procedure ook voorstaat, namelijk opheffing dan wel
schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtsgang in beide procedures is met voldoende
waarborgen omkleed en deze is specifiek ontworpen voor de behandeling van verzoeken tot
opheffing dan wel schorsing. Het betreft procedures waarin op korte termijn kan worden beslist, zo blijkt ook uit de schorsing van de voorlopige hechtenis op 9 mei 2012. Gesteld
noch gebleken is dat dit thans anders zou zijn.

3.5. De voorzieningenrechter vermag hierbij niet in te zien waarom de (straf)rechter bij
een schorsingsverzoek een door [eiser] gestelde schending van zijn grondrechten en de
onrechtmatigheid van voorwaarden niet in zijn beoordeling kan of zal betrekken. Ook de
andere bijzondere omstandigheden, waarvan volgens [eiser] in zijn situatie sprake is,
kunnen in deze procedure aan de orde worden gesteld en door de betreffende rechter bij de
beoordeling van het schorsingsverzoek in aanmerking worden genomen. Bijzondere
omstandigheden die niet door de strafrechter in zijn beoordeling kunnen worden
meegenomen, zijn gesteld noch gebleken. De door [eiser] gestelde omstandigheid dat de
rechter die de opheffing van de schorsing heeft behandeld de voorwaarden niet heeft
gewijzigd ondanks een verzoek daartoe (hetgeen overigens niet uit de beslissing van 14 juni
2012 blijkt) kan niet leiden tot de conclusie dat [eiser] bij een nieuw schorsingsverzoek een
oneerlijk proces krijgt, zoals [eiser] stelt. Een dergelijk mondeling verzoek tijdens de
mondelinge behandeling van het opheffingsverzoek kan ook niet worden aangemerkt als een
nieuw verzoek tot schorsing. Een dergelijk verzoek kan alsnog op grond van artikel 80 Sv
worden gedaan.

3.6. Het vorenstaande leidt ertoe dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard
in zijn vorderingen.

3.7. [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten
van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:
– verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen;
– veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat
begroot op € 1.391,–, waarvan € 816,– aan salaris advocaat en € 575,– aan griffierecht;
– verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus
2012.

Hier nog even een goede reactie/oproep van André Vergeer:

Oproep aan de ‘Journalistiek’ (en niet aan de broodschrijvers, die kennen we namelijk al).

In de zaak van Micha Kat tegen de Staat (zijn strijd tegen pedofilie, de mafia in toga, de graaiende overheid en de banken) is het minst genomen opvallend te noemen dat jullie, als ‘collega’s’ binnen de journalistiek zo stil zijn. Ik heb dat al vergeleken met de enorme ‘ver van onze bed-show’ van Pussy Riot in Rusland. Langdurige en veelvuldige krokodillentranen over al dat onrecht in het buitenland terwijl jullie hier tot aan je kruis in de stront staat.

Wat waar is, is waar, Micha Kat gebruikt onorthodoxe methoden en grote woorden maar iedereen (dus ook jullie) weten dat hij recht uit zijn hart spreekt. En dat er een grond van waarheid in zit waar niemand meer omheen kan. Rechters zijn door Micha exposed en uit hun ambt geslingerd, ene Joris is bij herhaling (ook door jullie) exposed en wordt eerdaags wellicht uitgeleverd aan de EU of erger, aan de USA of aan Turkije, de bankencrisis die Micha Kat al jaren geleden voorspelde, enz., enz.

Als collega-journalist moet je minstens een mening hebben over ‘dergelijk gedrag’ van Micha Kat. Het is nieuwswaardig omdat de vrijheid van pers en die van het vrije woord ter discussie staan. Het is ook nieuwswaardig omdat een journalist al op voorhand wordt gegijzeld vanwege zijn vermeende ‘publicaties’ en het is al helemaal nieuwswaardig omdat hier geschiedenis wordt geschreven die anders weer ruim 50 jaar in het ‘Nationale Archief’ verdwijnt. Kijk o.a. eens naar de oorlogsmisdaden van Raymond Westerling, het dossier van ZKH prins Bernhard, het dossier van Fred Spijkers (zelfs 70 jaar in het N.A.!) en ook naar de Catshuisbrand, de Bijlmerramp of de Enschedese ‘Vuur’werkramp. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Overal heeft de overheid wel een plekje voor over in haar ‘ronde archief’. Ik nodig hierbij iedereen uit om mijn lijstje nog verder aan te vullen.

http://www.klokkenluideronline.is/artikel/1550/hoerstoricus-cees-fasseur-voor-al-uw-doofpotten

Maar goed, elke collega van Micha Kat heeft dus minstens een uitgesproken mening over zijn optreden, positief of negatief, wat het vermelden in de media meer dan waard is. En dat juist durven jullie niet te publiceren. Vinden jullie Micha een complotdenker, een crimineel en een ‘bipolaire’ fantast? Prima, schrijf daar dan over en maak hem vooral belachelijk op basis van feiten en argumenten. En doe een oproep aan je lezers om vooral niet te luisteren naar Kat omdat hij iedereen zand in de ogen probeert te strooien en onzin uitkraamt.

Of vind je stiekem toch een beetje dat hij gelijk heeft? Praat er dan niet over in de kroeg, in je veilige thuisomgeving of bij het koffie-apparaat maar kom voor hem (en voor jezelf) als journalist op. Laat je dan niet leiden door je angst voor je baantje en je hypotheek maar doe eindelijk eens wat je geleerd is op de academie. Als dat sinds de schandalen op Inholland en Windesheim tenminste nog van je kan worden verlangd. Feit is nu i.i.g. echter dat jullie er helemaal NIET over schrijven, wat volgens mij dan vooral betekent dat de laatste optie door jullie wordt aangehangen. Struisvogels steken hun kop in het zand, de overheid stopt die dossiers landurig weg in het ‘Nationaal Archief’ en ‘journalisten’ staren vooral en langdurig naar het plafond. Ook de uitzending van gisterenavond gezien van “Altijd Wat” waar alle omroepen het interview met Raymond Westerling in de jaren ’60 te controversieel vonden?

Een laatste voorbeeld. Zoals jullie weten wordt Micha Kat door de Haagse rechter onder meer vervolgd wegens ‘Holocaustontkenning’. Voorwaar een “zeer zwaar vergrijp” omdat de Hoge Raad in 1995 (sic!) tegen Siegfried Verbeke bepaalde dat deze uitlatingen vallen onder het ‘discriminatieverbod’ op basis van de artikelen 137c en 137e van het Wetboek van strafrecht. Zo’n aanklacht lijkt mij, 17 jaar na dato minstens nieuwswaardig, tòch? Nee hoor, niets van dat al, geen woord daarover in jullie media. En dan te bedenken dat bijna alle media het volgende bericht weer wèl plaatsten:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3300492/2012/08/13/Tweede-getuige-tramincident-meldt-zich-GVB-opnieuw-met-personeel-in-gesprek.dhtml?utm_source=RSSReader&utm_medium=RSS

“Een lid van de Joodse Gemeente zat vorige week maandag in tram 17 en zegt dat hij het gesprek toen heeft gehoord. De bestuurder zou zich bij het Anne Frank Huis hebben afgevraagd waarom daar zo veel mensen naartoe gaan, aangezien ‘die vrouw toch al lang dood is’. De conducteur zou hebben geantwoord dat de Joden toch ergens hun geld aan moeten verdienen.

Voorzitter Ronnie Eisenmann van de Joodse Gemeente diende een klacht over het incident in bij het ov-bedrijf GVB. Dat praatte met de twee werknemers, maar zij ontkenden de uitspraken te hebben gedaan. Eisenmann stelde toen dat het GVB een oproep moet doen aan andere getuigen om zich te melden. Het ov-bedrijf weigerde dat en dus deed de Joodse Gemeente het zelf maar. Met succes, zo blijkt. Al blijft de oproep aan getuigen om zich te melden voorlopig staan”.

Hebben jullie, collega’s van Micha Kat, dan helemaal niet door dat jullie (niet-)publiceren gaat leiden tot opnieuw 20 jaar ‘opslag in het Nationaal Archief ‘ of interesseert je die geschiedenis gewoon geen hol? Want als dat zo is, is jullie opleiding toch inderdaad te kort geschoten….

Print Friendly, PDF & Email
Share