TEAM VAATSTRA FILEERT PETER R DE VRIES

STEM DIT ARTIKEL OMHOOG OP NUJIJ.NL (KLIK HIER)

(Zie hieronder de leugenachtige uitzending van Peter de Vries over Marianne Vaatstra)

Zeist, 25 juni 2012.

Geachte mevrouw Van Bronsvoort,

Ik ben André Vergeer en ik doe met een aantal andere mensen en uit naam van de moeder van Marianne (ook) onderzoek naar de zaak Vaatstra. U zult ongetwijfeld de meeste van onze publicaties kennen. Wij hebben nogal wat twijfels over het programma van Peter R. de Vries van 20 mei jl. en willen u dan ook graag enige vragen voorleggen.

Uit wat wij lazen uit de verklaringen van prof. Peter de Knijff uit 2000 en nog eens bevestigd in 2006 in zijn oratie (‘Meehuilen met de wolven’), bleek het haplotype van de vermoedelijke verdachte toen voor te komen in Midden- en Zuid-Duitsland en niet in Nederland.

  • Acht u het mogelijk dat het haplotype van de verdachte zich in de afgelopen 6 jaar zo snel kan hebben verspreid over Nederland dat het nu juist één van de meest voorkomende haplotypen is dat nu wèl in Nederland wordt aangetroffen en in 2006 niet?
  • M.a.w., acht u het mogelijk dat er in de door De Knijff gehanteerde databanken in zowel 2000 als in 2006 een bepaalde subgroep (subclade) van een haplotype niet in Nederland voorkwam, terwijl deze anno 2012 ineens overwegend juist wèl in Nederland voorkomt?

Peter R. de Vries noemt in zijn uitzending van 20 mei jl. de haplogroep R1b. En u weet ongetwijfeld ook dat die haplogroep als zodanig bijna niet meer bestaat omdat deze in de afgelopen duizenden jaren verder door is gemuteerd naar o.a. R1b1a2 (ook wel R1b3 genoemd), welke nu als meest voorkomend wordt gezien in Nederland. Nu is een Y-chromosomaal haplotype uiteraard niet vergelijkbaar met een autosomaal DNA-profiel. Waar de eerste een statistische kans aangeeft over de mogelijk geografische herkomst (uit de populatie) van de donor of verdachte, geeft de laatste een zeer persoonsgebonden beeld van een specifiek individu. In het eerste geval is er dus geen sprake van privacy gebonden informatie en in het tweede geval mogelijk wel.

  • Bent u het met mij eens dat een willekeurig (sub)haplotype slechts een statistisch gegeven is en dus geen privacy gevoelige informatie bevat? En dat het OM dan ook geen reden kan hebben om die gegevens aan geïnteresseerde buitenstaanders te onthouden?

 

  • En bent u het dan ook met mij eens dat er evenmin sprake kan zijn van schending van enig opsporingsbelang om het juiste (sub)haplotype aan ons, buitenstaanders, te onthouden?

Uit de uitzending en de communicatie naar de pers maak ik op dat het Openbaar Ministerie niet bereid is om de subhaplogroep van de vermoedelijke verdachte openbaar te maken. Nu is door wat te Googlen op internet vrij nauwkeurig na te gaan waar die subgroepen zich over de wereld hebben verspreid. En het zal u dan ook niet verbazen dat er nogal eens verrassende uitkomsten mogelijk zijn van de herkomst van die diverse haplogroepen. U kent bovendien eveneens onze bedenkingen tegen een tweetal verdachte asielzoekers die afkomstig waren uit Irak/Koerdistan en Afghanistan.

  • Bent u bereid om de subhaplogroep van de verdachte aan de buitenwereld kenbaar te maken? En zo nee, wat is daar dan de reden van?
  • Hoe hoog acht u de kans dat het door het FLDO gevonden (sub)haplotype van de vermoedelijke verdachte ook voorkomt in Irak en/of in Afghanistan? (De laborante stelt minder dan 10 %).

 

Op de site vond ik de haplogroep R1b waar Peter R. de Vries in zijn uitzending ook aan refereerde als de haplogroep die waarschijnlijk verwees naar die van de vermoedelijke verdachte:

 

  • Bent u het met mij eens dat bijgaande afbeelding een heel ander beeld schetst van de verspreiding van het  haplotype R1b. En er ook heel anders uitziet dan getoond in de uitzending?

 

  • Sluit u uit dat zijn haplotype voorkomt in Irak en Afghanistan of zelfs maar in West-Europa in de wetenschap dat de door ons aangewezen verdachte Irakees een Amerikaanse vader (mogelijk Duitse voorouders) claimde te hebben?

 

De heer Victor Toom ondervond met een eigen onderzoek (in zijn proefschrift van 2010 op basis van de onderzoeksgegevens van De Knijff uit 2000 en 2006) dat zijn zeer oer-Hollandse afkomst niet echt een garantie was voor een locatie-voorspelling in Nederland van zijn eigen haplotype. Hij vond, op basis van zijn Y-chromosomale DNA, 6 Europese en 7 Aziatische ‘achterneven’ en bij verfijning van zijn zoekopdracht kwam hij zelfs alléén zichzelf en een andere ‘neef’ tegen uit Nepal. Zo verging het ook Peter R. de Vries in zijn uitzending van 20 mei jl. waarbij hij plotseling het zgn. haplotype I bleek te hebben, anders dan het meest voorkomende ‘R1b’ in Nederland en oorspronkelijk afkomstig uit Scandinavië.  En ook hij bezat, net als Toom, immers een Nederlandse stamboom die al terugvoerde naar de 15e of 16e eeuw.

  • Acht u het gezien voorgaande voor mogelijk dat sommige van onze voorouders een andere route hebben ‘gevaren’ of ‘gelopen’ of zelfs zijn teruggekeerd op hun schreden waardoor hun haplotype ook op andere locaties in de wereld zouden kunnen worden aangetroffen?

 

  • En zo ja, bent u het dan ook met mij eens dat hier slechts sprake kan zijn van een statistische benadering in dit onderzoek? Althans, dat ook asielzoekers uit bijvoorbeeld Azië kunnen beschikken over een dergelijk haplotype ‘R1b’?

 

Nadat door prof. De Knijff al in 2000 – op basis van het haplotype – en op basis van haaronderzoek bij het NFI was vastgesteld dat er geen sprake kon zijn geweest van een Aziatische verdachte, werd de Afghaan Mohammed A. in 2003 echter nog gevraagd om zijn wangslijm in London af te geven. Hij was toen nota bene al vier jaar als getuige van de moord uitgesloten! En in uw eigen rapport van januari 2011 meldt u zelf dat u de Noorse DNA-databank zou hebben geraadpleegd in uw zoektocht naar de Iraakse verdachte die zich naast Gerrit Veldman in de cel bevond.

 

  • Hoe valt dit te rijmen met uw aanname dat het in ieder geval niet kan gaan om een asielzoeker? Of, in de woorden van Peter R. de Vries in zijn uitzending van 20 mei jl.: “Dus dan worden verhalen als dat het een verdachte uit Iran, Irak of Afghanistan betreft wel heel onwaarschijnlijk”.

 

In de uitzending wordt nog een opzienbarend feit gemeld. De voice-over meldt: “Naast alle tactische aanwijzingen blijkt dus ook uit het technische onderzoek dat de moordenaar van Marianne naar alle waarschijnlijkheid geen asielzoeker is. Bij het profiel van de dader blijken zowel de vaderlijke lijn maar ook het profiel van de moeder op een West-Europese afkomst”.

 

  • Kunt u mij bevestigen dat er op basis van geografische gegevens uit het Mitochondriaal DNA (doorgifte van Mt-DNA van moeder op zoon en dochter) opnieuw een (Mt-)(sub)haplotype is bepaald dat veelvuldig voorkomt in Europa?

 

(omdat wij het haplotype uiteraard niet kennen gaan we even uit van een Ja op de vorige vraag)

 

Want daarin lezen wij onder andere het volgende: “[Mt-]Haplogroup H is by far the most common all over Europe, amounting to about 40% of the European population. It is also found (though in lower frequences) in North Africa, the Middle East, Central Asia, as well as along the East Coast of Africa as far as Madagascar”.

Alles hierboven overziend kom ik tot de conclusie dat het onderzoek naar Y- of Mt-haplotypen gebaseerd is op een statistische benadering en dat daar nog vele fouten aan kleven. Het is bruikbaar als een  opsporingsinstrument maar niet meer dan dat. Evenals het opstellen van een daderprofiel door gedragsdeskundigen is dat niet of nauwelijks als bewijs hanteerbaar in de rechtbank.

Niet alleen De Knijff (“het is geen Nederlander”) maar ook Toom en De Vries zaten er blijkbaar flink naast in hun respectievelijke onderzoeken en verwachtingen. De vermoedelijke verdachte bevindt zich ook al niet in onze DNA-databank (noch in die van onze Europese buren die allemaal zijn aangesloten op basis van het verdrag van Prüm), noch één van zijn mogelijke familieleden. Daaruit zou dan de conclusie kunnen worden getrokken dat hij (die verdachte) dus de enige delinquent in zijn familie is en zich na het delict in mei 1999 niet meer heeft misdragen.

OF dat hij zich sindsdien niet meer in Nederland bevindt! Zijn haplotype komt dan misschien het meest voor in Nederland of Europa maar dat is, gezien bovenstaande, geen enkele garantie voor zijn geografische ‘afkomst’.

Op basis van relatief weinig tactische en technische sporen en elkaar in de afgelopen jaren telkens tegensprekende, forensische (gedrags-)deskundigen en steeds ‘nieuw’ gevonden bewijzen, hanteert het OM desondanks al jarenlang het scenario van de ééndader-moord: ‘de eenzame fietser’. Hoewel door ons echter zeer sterke aanwijzingen zijn aangetroffen dat er mogelijk sprake was van meerdere verdachten in een ander scenario, wordt of is dit nooit onderzocht. Noch is ons ooit gevraagd om het OM daar nader over te informeren. Sterker, zonder onderzoek en zonder ‘wederhoor’ worden onze bevindingen steevast afgedaan als ‘kletskoek’.

Zelfs de uitzending van Peter R. de Vries uit 2000/2001 waarin hij zelf al gehakt maakte van het ‘fietsenverhaal’ door de vrienden van Marianne werd nu ineens vergeten om dit scenario van een ééndader-moord te kunnen blijven verdedigen. Dit is temeer opmerkelijk omdat De Vries nu juist wel zijn helikopter-beelden uit die bewuste uitzending van 2000/2001 gebruikte om zijn woorden kracht bij te zetten. En, als Marianne die nacht niet door haar vrienden op de fiets is weggebracht, bevond zij zich op dat tijdstip dus nog in Kollum en moet zij op een andere wijze zijn vervoerd..!

  • Bent u het met mij eens (al was het maar theoretisch) dat een eerste verdachte Marianne kan hebben verkracht en dat een tweede verdachte de moord kan hebben gepleegd?

 

  • En zo ja, dat de verkrachter dan niet automatisch de moordenaar hoeft te zijn? En dat daarmee (weer theoretisch) zo’n 900 getuigen in de afgelopen 13 jaren mogelijk ook nog eens geheel ten onrechte zijn uitgesloten op basis van slechts sperma-DNA?

Eerdaags staan zo’n 20.000 mannelijke inwoners uit de omgeving van Veenklooster vermoedelijk hun wangslijm af in een grootschalig DNA-onderzoek, gebaseerd op één subhaplogroep van het sperma-DNA dat mogelijk zelfs wereldwijd voorkomt. De door u gevonden link tussen de (Friese?) verdachte en Marianne zou slechts bestaan uit een aansteker die door tal van mensen kan zijn aangeraakt en/of gebruikt (ook door asielzoekers). En zelfs de gevonden haar kan (op basis van Mt-DNA) immers ook van duizenden andere personen afkomstig zijn en afkomstig uit vele landen. Het is ook allerminst zeker dat de verdachte in zijn eentje handelde en evenmin dat hij afkomstig zou moeten zijn uit Europa. Laat staan dat hij zich op dit moment nog in Nederland zou bevinden. Daarbij kunnen wij onze bevindingen staven met tal van getuigenverklaringen, tactische en technische feiten en op basis van een aantal zeer opmerkelijke hiaten in uw eigen onderzoek.

Tot slot. Naast alle andere argumenten over het scenario van de moord en de ‘herkomst’ van de mogelijke verdachte bestaat er in ieder geval een bij u bekende verdachte in Noorwegen. Het is een man van Iraakse afkomst, hij voldoet aan het signalement van de hoofdverdachte uit 1999 (kort en gedrongen postuur) en is door minimaal twee personen in Noorwegen herkend en door bekenden in Kollum. Bovendien was hij woonachtig geweest in of rond Veenklooster. Diverse personen hebben in 1999 en in 2009 tegenover ‘ons’ verklaard dat deze persoon al op basis van zijn DNA was uitgesloten maar dat was aantoonbaar niet juist. En ook de Noorse DNA-databank en andere Noorse instanties ontkennen een rechtshulpverzoek te hebben ontvangen van het OM in 2010, zoals wel is verwoord in uw rapport van januari 2011. Zolang daar dus nog geen zekerheid over bestaat heeft het er alle schijn van dat uw OM op basis van een grootschalig DNA-onderzoek en statistische gegevens wil bewijzen dat deze Irakees niet de verdachte kan zijn geweest in de zaak Vaatstra.

  • Vindt u het om die redenen niet eens tijd om een gesprek te arrangeren tussen ons ‘team’ Vaatstra en het cold case team uit Leeuwarden om een keer alle bevindingen uit te wisselen?

U begrijpt dat wij, net als u, op zoek zijn naar de waarheid maar dat een voorbarig, duur en onnodig grootschalig DNA-onderzoek kwaad bloed kan zetten bij de plaatselijke bevolking rond Veenklooster. Inwoners, die nu al niet allemaal overtuigd zijn van de bevindingen van het OM en twijfels hebben aan het door Peter R. de Vries in zijn uitzending van 20 mei gepresenteerde scenario. I.p.v. als lastige ‘complotdenkers’ kunt u ons natuurlijk ook zien als een spreekbuis voor de moeder van Marianne en voor de bevolking van Veenklooster en omgeving waar u eerdaags de medewerking van vraagt.

Ik zie uw antwoorden met de grootst mogelijke belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

André Vergeer.

Telefoon 030 – 6917013.

Print Friendly, PDF & Email
Share