Spencer

Door André Vergeer en Wim Dankbaar

Vaatstra Files 27: Spencer en zijn ouders

Maaike, Marianne’s moeder, vroeg zich af hoe ik in contact met Spencer kwam. Dat heb ik haar als volgt uitgelegd:

Maaike, Ik belde zijn buurman, dat ik hem wou spreken, maar niet kon bereiken. Toen belde hij even later met de vraag waar ik hem voor zocht. Dat heb ik hem uitgelegd, dat ik een artikel over hem en zijn ouders ging publiceren en het wel gepast vond om hem eerst de gelegenheid tot commentaar te geven. Hij staat er immers niet heel fijn op in dat artikel. Maar nu kan hij het allemaal rechtzetten, toch? Ik ben benieuwd……

Hij begon al snel naar de recherche te verwijzen. Ik zeg: Ja dat zal wel, dat doe je toch altijd? Zonder de recherche of je papa lukt het niet erg om overtuigend te zijn.

Ik zei nog: Jouw verhaal, daar klopt niks van. Wat nu als ik zeg dat jij bent opgehaald door je moeder? Dan weet je meer dan ik, zei hij. Dat is ook zo, zei ik. Of nee, eigenlijk toch niet. Ik denk dat jij nog steeds iets meer weet. Bijvoorbeeld waar je ruzie over had met Feik. Feik Mustafa. Die ken ik niet , zei Spencer. Oh nee? En Ali Hassan? Weet je wel wie dat is? Nee ook niet, zei Spencer.

Dus je weet ook niet dat Ali Hassan Justitie’s hoofdverdachte voor de moord op Marianne is? Jouw vriendinnetje?

Ik zei dat ik hem niet ken, zegt Spencer. Maar stuur mij dat artikel, dan kan ik kijken of ik er commentaar op heb. Ja, zeg ik, geef maar even je email adres.

Wim

Of Spencer Feik Mustafa kent, daarover later meer. Voorlopig hebben Spencer, Dick en Jacqueline niks gecorrigeerd op de aangekondigede publicatie zoals hieronder volgt.

From: Wim Dankbaar [mailto:[email protected]]
Sent: zondag 7 november 2010 15:16
To: Spencer
Subject: Artikel

Spencer,

Je moet nog even geduld hebben, we zijn het artikel nog aan aan het finetunen. Maar laat ik van de gelegenheid gebruik maken om je alvast wat vragen te stellen. Geldt ook voor je ouders. Gelieve deze email met hen te delen.

– Begreep ik nou goed dat je stelt je Feik Mustafa en Ali Hussein Hassan niet kende? Zo ja, weet je op dit moment wel wie dat zijn?

– Ben jij op de hoogte van de identiteit van de jongen die Marianne met een keeldoorsnijdend gebaar heeft bedreigd in de Ringo Bar?

– Wat zeggen de namen Ludger Dill en Wolfgang Hebben jou?

– Ontken je dat jij en Wietze die nacht door je moeder in de auto zijn opgehaald uit het centrum van Kollum, op het pleintje naast de Rabobank?

– Zo ja, ontkennen je ouders dit ook?

– Ben je die avond in het Filtsje geweest (het cafeetje in Kolum)?

– Hadden je ouders op 1 mei 1999 een groene tweedeurs (type Citroën Saxo)?

– Ontken je dat je Verrie Brouwer hebt gezien (en gegroet) bij de tennisvelden kort na middernacht?

– Het bijgaande verhaal, zeg maar “jouw verhaal” van oktober 1999, sta je daar nog steeds voor de volle 100% achter?

– Op welke fiets ben jij Marianne de volgende morgen gaan zoeken? Op je eigen fiets, of die van je vader of moeder? Zo ja, wat was de reden dat het niet je eigen fiets was?

– Had jouw eigen fiets die ochtend 1 of 2 lekke banden? Zo ja, hoe kwam dat?

– Welke vrienden waren daar precies bij, bij die zoektocht?

– Waar heb je die vrienden “opgehaald” om Marianne te gaan zoeken? Gewoon bij hen thuis of ergens anders? Was Wietze daar ook bij? Zo nee, waarom, niet?

– Wat bracht je op het idee om te zoeken achter de voetbalvelden, bij de fierljepschans en bij het zwembad Paradyske?

– Waren het nu 2 vrienden, of was het er maar 1?

– Ontken je dat je die avond ruzie hebt gehad met Marianne?

– Wat is je standpunt tegenover getuiges die stellen dat jij wel ruzie had gehad met Marianne?

– Wat is jouw standpunt tegenover getuiges die stellen dat jij, toen jou gevraagd of de fiets in de greppel de fiets van Marianne was, antwoordde: Dat weet ik niet ?

– Wat was nu precies de reden dat Marianne per se alleen verder wilde fietsen door de eenzame polders midden in de nacht? Mocht je het niet weten, waarom heb je niet aangedrongen op een verklaring van haar? Hoe heb je tegen haar voornemen om alleen verder te fietsen protest aangetekend en hoe hield zij precies “voet bij stuk”?

– Waarom besloten jullie een fiets voor Marianne te jatten op het station Buitenpost? Kon dat niet in Kollum? Ligt het station Buitenpost op de doorgaande (snelste) route naar Marianne’s huis in Zwaagwesteinde? Zo nee, waarom de omweg?

– Waarom moesten jullie eerst met Marianne achterop naar Buitenpost rijden? Waarom heb je haar niet achterop direct naar Zwaagwesteinde gebracht?

– Wat was nu precies de reden, dan wel jouw overweging, dat je geen taxi voor haar geregeld hebt? Dat had je toch toegezegd aan Marianne’s moeder?

– Toen Marianne nog riep, althans volgens jou: “Als mij iets overkomt, dan is het jullie schuld”, waarom dacht je toen dat dat een grapje van haar was? Had je echt geen flauw benul van de mogelijkheid dat haar iets kon overkomen, een meisje alleen op een fiets, na middernacht, op een eenzame weg in the middle of nowhere? Hoe was het mogelijk dat jij dacht dat dit een grapje was, als je haar moeder nog had beloofd de taxi te betalen om haar veilig thuis te laten komen?

– Waarom wilde je niet meewerken aan de reconstructie van Peter R. de Vries? Was dit niet de uitgelezen mogelijkheid om aan alle onduidelijkheden, vragen en “praatjes” rond jouw lezing een einde te maken?

– Als jij meent dat Marianne niet verkracht en vermoord is op de plek waar ze gevonden is, wat is jouw idee dan waar ze verkracht en vermoord is?

– Waarom meen jij dat ze niet in dat weiland vermoord is, als jij haar bij het sportpark (of was het nu het tunneltje?) alleen hebt verder laten fietsen? Die plek is toch maar een eindje verder in de richting van haar ouderlijk huis? Is dat geen logische plek dan?

Zo maar wat vragen vooruitlopend op ons artikel. Je bent de eerste die het krijgt, maar zoals gezegd, nog even geduld.

Mvg

Wim Dankbaar

Klikt u op de plattegrond voor de relevante locaties. De sportvelden van De Swadde, liggen tussen Buitenpost en de rotonde op het kruispunt van de Lauwersmeerweg en de Keningswei. Onder dit kruispunt ligt ook het veelbesproken “tunneltje”. Een eindje voorbij dat kruispunt werd Marianne gevonden in een weiland ten noorden van de Keningswei.

From: Wim Dankbaar [mailto:[email protected]]
Sent: maandag 8 november 2010 16:41
To: Spencer
Subject: Artikel

Spencer,

Onderstaand het artikel zoals wij voornemens zijn dit te publiceren aanstaande woensdag. Dit lijkt mij, na de 11 jaar waarin je dit kon, voldoende tijd om te reageren. Gaarne vernemen wij van jou en/of je ouders of er feitelijke onjuistheden in zitten, dan wel elk overig commentaar, dan wel wat er voor correctie vatbaar is. Ik hoop dat je mijn eerdere vragen voor die tijd ook zult beantwoorden. Zo niet , dan hebben wij onze journalistieke plicht van hoor en en wederhoor gedaan, waarbij wij menen dat het uitblijven van een reactie, de publicatie des te krachtiger maakt.

Mvg

Wim

Spencer, de vriend van Marianne.

Spencer vertelt in zijn eigen verhaal op 2 oktober 1999 tegenover De Leeuwarder Courant dat hij op Koninginnedag met Marianne had afgesproken om 23.00 uur in Paradiso. Dat zij daar wat hebben gedronken en gekletst en rond 01.00 uur naar huis vertrokken. En dat hij Marianne achterop de fiets meenam. Ook vriend Wietze ging met hen mee. Zij fietsten gedrieën langs het Kollummer sportpark Baensein naar Buitenpost. Bij het station in Buitenpost stelen zij een fiets voor Marianne en begeleiden haar tot aan sportpark De Swadde waarop zij zelf verder fietst richting Veenklooster en haar woonplaats Zwaagwesteinde. Marianne zou dit zelf hebben besloten terwijl de vrienden haar graag verder hadden begeleid. Maar Marianne hield voet bij stuk: “Jullie kunnen wel naar huis”. Spencer en zijn vriend keren om en gaan om 01.30 uur nog even een broodje eten in Buitenpost bij de Pyramide in de Kerkstraat voordat zij naar huis gaan.

De volgende morgen maakte zijn vader hem om 09.30 uur wakker. Bauke Vaatstra aan de lijn of hij wist waar Marianne was, zij was die nacht niet thuisgekomen. Spencer: “ik had meteen het idee dat het niet goed zat”. Hij schiet zijn kleren aan, springt op de fiets en haalt zijn vriend op. Met nog een andere vriend fietsen ze naar sportpark De Swadde, de plek waar ze de vorige avond afscheid namen van Marianne. “We zochten achter de voetbalvelden en op de fierljepschans. Niets”. De jongens fietsen naar ’t Paradyske. Daar rinkelt zijn mobiele telefoon. Het was Marianne’s beste vriendin. “Ze vroeg op wat voor fiets Marianne reed”. “Een donkere herenfiets, zei ik”. Die lag in een greppel bij de Keningswei. Gedrieën rijden ze richting Veenklooster. Daar aangekomen loopt hij samen met twee vrienden het weiland in, naar twee jongens die daar aan het werk zijn. Zij hebben niets gezien. Een van hen loopt intussen verder. Hij vindt Marianne. (….) Spencer wordt drie keer gehoord in enkele weken: “Steeds weer vertelde ik hetzelfde verhaal “.

Op grond van diverse verklaringen, waaronder tegen (en van) de ouders van Marianne, blijken er echter grote gaten in dit verhaal van Spencer te zitten waardoor zijn verhaal ongeloofwaardig is geworden. Al was het alleen maar omdat Spencer en Wietze in diverse gesprekken met de ouders en vrienden van Marianne verschillende versies hebben verteld. De hier genoemde tijdstippen zijn uiteraard niet allemaal tot op de minuut nauwkeurig maar het is toch frappant hoe vele getuigen de tijdstippen van die dag in hun geheugen gegrift hebben staan. De tijdlijn hebben wij hieronder gereconstrueerd.

In het begin van de avond van Koninginnedag (om ca. 18.30 uur) kwam Geke H. binnen bij het Filtsje in Kollum en trof Spencer daar aan zonder dat zij hem toen al kende. Hij stond stevig te ruziën met een zeer opgewonden buitenlands ogende jongen (later herkend als Feik Mustafa) en een andere donker getinte man aan de bar. Daarbij waren eveneens aanwezig Stephanie van R. (zij stond innig geleund tegen haar vriend Feik) en haar vriendin Tineke V.

Even later vertelde Spencer tegen Geke: “Ze gaan vanavond mijn vriendin pakken”. Geke kon dat verhaal op dat moment uiteraard niet plaatsen maar in de loop der tijd werd haar veel meer duidelijk. Na ongeveer een half uur, en nadat het genoemde gezelschap de tent had verlaten, is Geke weer naar huis gelopen, gelegen in dezelfde straat als het Filtsje. Daar aangekomen trof zij rond 19.00 uur twee fietsen aan tegen het hek aan de voorkant van haar huis. Twee “donkere types” (dezelfde mannen uit het Filtsje) waren “gebukt aan het prutsen aan deze fietsen”. Geke verklaart daarover: Stephanie was daar weer met dat donkere meisje en had daar nogal lol om want zij huppelde op de weg. De signalementen van de beide meisjes wijzen wederom op Stephanie van R. en haar vriendin Tineke Vr. Later bleken deze fietsen aan het hek aantoonbaar van Spencer en Wietze te zijn.

Rond 24.00 uur is door een andere getuige ook Marianne nog gezien in het Filtsje in gezelschap van een aantal andere meisjes (waaronder vermoedelijk ook Stephanie). Daar liep ook Ludger Dill rond, de Duitse vriend van Wolfgang Hebben die de eigenaar was van de verdachte caravan op De Poelpleats, de camping op het terrein van het AZC.

De moeder van Marianne heeft direct na het gebeurde aan Spencer gevraagd hoe laat hij uit de Paradiso was vertrokken. Spencer: “Rond twaalf uur”. “En waar was Marianne dan?” Spencer: “Die liep achter ons aan”. Aafke, de vriendin van Marianne vroeg: “Waar zagen jullie haar voor het laatst?”. Spencer: “Bij het tunneltje” (dit tunneltje ligt onder het kruispunt met de Lauwersmeerweg naar de Keningswei, vanaf Buitenpost is dat voorbij sportpark De Swadde).

Om 00.30 uur, exact op de slag van de kerkklok in dezelfde straat in Kollum, hoorde Geke H. rumoer aan de voorkant van haar huis. Buiten stonden Marianne en Stephanie van R., die zij eerder in het Filtsje in het gezelschap van Feik Mustafa had gezien. Zij hadden opgemerkt dat de fietsen van Spencer en Wietze zonder ventielen stonden en hadden daar zichtbaar en hoorbaar plezier om. Geke daarover: “Twee meisjes, Marianne en Stephanie stonden bij dezelfde fietsen. Alle vier de ventielen missen uit de fietsen, zei Marianne en maakte daarbij een luid schaterlachje. Op dat moment scheurde de Duitser Ludger Dill in een oude donkere  stationcar met een ‘rotgang’ voorbij. Hij keek zeer nadrukkelijk naar de twee meisjes. Ludger was een bekende van Geke (zij was hulp in de huishouding voor het Landbouwmuseum, waar Dill een “pied a terre” had) en ondanks dat hij een ‘Arabisch’ doekje om zijn hoofd droeg, herkende Geke hem. Nadat Geke zich net weer had omgedraaid hoorde zij weer een geluid buiten. Zij hoorde een luide gil, het dichtslaan van een autoportier en het wegscheuren van een auto..

Op datzelfde moment, nog geen kilometer daar vandaan, ca. 00.30 uur, fietsen Verrie B. en zijn vriendin Tinie de H. op het fietspad over de Trekweg buiten Kollum, ter hoogte van de tennisvelden, naar hun huis in Buitenpost. Zij zagen daar Spencer staan met een voor hen onbekende andere jongen. Verrie: “Spencer was aan het prutsen aan een fiets die om een paal hing”. Spencer en Verrie groetten elkaar wederzijds maar van Marianne was volgens Verrie en Tinie geen spoor te bekennen.

Terug naar Kollum?

Om ca. 01.30 uur hoorde Geke H. achter haar huis opnieuw geschreeuw op het pleintje naast haar huis. Bij het raam gekomen zag zij Spencer en zijn vriend, waarbij Spencer zijn fiets boven zijn hoofd hield en op een afzettingspaal smeet. “Zinloos geweld”, schreeuwde hij nog. Geke daarover: “De slanke jongen schopte zijn fiets over het plein, de onderdelen van de fiets vlogen alle kanten op. Hij was dezelfde jongen die eerder op de avond in ’t Filtsje was, hij vloekte zeer luid en schreeuwde enkele termen. De andere jongen, steviger van postuur, liep bij hem met zijn fiets met lege banden aan de hand. Aan het lopen kon ik zien dat de jongens hadden gedronken. De slanke jongen tilde zijn fiets omhoog en smeet deze met geweld tegen een dikke paal”.

De moeder van Spencer stond op dat moment blijkbaar op hem en op zijn vriend te wachten en ze zijn bij haar in de auto gestapt. Toen Geke zich later realiseerde dat dit niet kon kloppen met het verhaal van Spencer tegenover de politie (wij hebben Marianne weggebracht op de fiets) is zij op zoek gegaan naar de moeder, haar auto en naar Spencer. En op het adres van Spencer heeft zij dat alles voor 100% positief bevestigd gekregen. Geke daarover: “De moeder van de slanke jongen, klein, blond en slank, het haar in boblijn geknipt stond te wachten bij een groene tweedeursauto (het bleek later een Citroën Saxo te zijn). Daarna stapten de twee jongens bij haar in, de forse jongen achterin en de slanke jongen voorin. Met de vrouw achter het stuur reden ze weg. Later heb ik hun adres bezocht en heb ik Spencer, zijn moeder en haar auto herkend. Toen ik de moeder sprak stond zij ook net zo van het ene been op het andere te wiebelen als in die nacht.

Op zondag 2 mei en op uitnodiging van de politie aan het politiebureau, meldt de eigenaar van shoarmabar de Pyramide het volgende: “Dat hij inderdaad om ca. 01.30 uur twee jongens in zijn zaak heeft gehad”. Op vragen van de politie zou hij hebben bevestigd dat het om Spencer en Wietze zou gaan. Opmerkelijk was dat zij niet aan de bar kwamen zitten en limonade bestelden i.p.v. het gebruikelijke biertje of andere drankjes. Vermeldenswaard is verder dat de vader van Spencer zich daarna 2 weken lang, vrijwel elke dag, heeft opgehouden in de Pyramide. Daarvoor niet en daarna ook nooit meer.

In de vroege ochtend van zaterdag 1 mei, even na 08.30 uur belt Bauke Vaatstra met de vader van Spencer met de vraag of Spencer thuis is. “Ja, ik denk het wel”, zegt de vader van Spencer, “zijn fiets staat in de schuur met een lekke band”. Volgens G. A., een vriend, kwam hij Spencer even na 09.00 uur tegen in het centrum van Buitenpost en is hij samen met hem gaan zoeken naar Marianne. G.A.: “Spencer was op de fiets van zijn moeder, er zaten fietstassen op. Wij waren de hele zoektocht met z’n tweeën, niet met z’n drieën. Onderweg vertelde Spencer mij ook dat hij ruzie had gehad met Marianne”. Ook de zoektocht van Spencer met G.A, achter de voetbalvelden van De Swadde, bij de fierljepschans, op de weg richting het AZC en daarna achter zwembad ’t Paradyske, is nogal ver uit de richting van de route die Marianne zou hebben gevolgd vanaf De Swadde richting het tunneltje onder de Lauwersmeerweg door en in de richting van Veenklooster en Zwaagwesteinde. Bij ’t Paradyske werd Spencer gebeld op zijn mobieltje, het was Aafke, de beste vriendin van Marianne. “Op wat voor fiets reed Marianne?”.  Spencer: “dat weet ik niet, dan moet ik hem eerst zien”.

Na de vondst van Marianne die ochtend zou Spencer direct en bij herhaling hebben gezegd: “Het is allemaal mijn schuld”. En tegenover de moeder van Marianne zou hij het volgende hebben gezegd: “We zijn om ongeveer twaalf uur vertrokken uit Kollum”. En: “Marianne zei nog tegen ons: ‘als mij wat gebeurt, is het jullie schuld‘.” De ouders van Marianne hebben Spencer en zijn ouders verschillende keren aangesproken over de steeds wisselende verhalen die de vrienden vertelden: “Iets klopt er niet, en waarom vertellen jullie ons niet het hele verhaal?..”.

Gezien de gemelde tijdstippen en locaties tussen de aankomst van Marianne in Kollum, waar zij heen gebracht werd door haar broer, en haar vertrek, lijkt het er sterk op dat Spencer die avond en nacht weinig of zelfs geen contact heeft gehad met zijn vriendin Marianne. G. A. stelt zelfs dat zij in die korte tijd ook nog ruzie hadden gehad. Laat staan dat er veel tijd overbleef voor een uitgebreid contact in de Paradiso om wat te kletsen en te drinken zoals Spencer officieel verklaarde. Eerder lijkt het erop dat Marianne zonder Spencer is gezien, maar wel met haar kennis Stephanie van R. in andere gelegenheden. Dat Spencer en Marianne ruzie hadden, lijkt daarmee aannemelijk. Temeer vanwege het plezier dat Marianne en Stephanie hadden over de lekke banden van hun fietsen bij het hek van Geke H. Marianne bleek zich geen zorgen te maken over de onklaar gemaakte fietsen. Zij zou immers worden thuisgebracht of op een taxi worden gezet door Spencer, zoals hij beloofd had aan Marianne en aan haar ouders.

Deze Stephanie van R. was blijkbaar ook getuige geweest van de ruzie tussen Spencer en haar vriend Feik Mustafa in het Filtsje rond 18.30 uur. Waarop Spencer tegen Geke zou hebben gezegd dat “zij zijn vriendin die avond zouden pakken”. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat Stephanie er ook bij aanwezig was dat Marianne rond 00.30 uur voor het laatst door Geke werd gezien bij de lekke fietsen, anders dan Spencer en Wietze later zouden verklaren. Daarover verderop meer.

Uit de situatie van die nacht (helder weer, goed zicht) bij de tennisvelden langs de Trekweg, sportpark Baensein, is het daarom opmerkelijk dat Marianne niet is gezien door Verrie B. en zijn vriendin. Zover te zien is, staat er bij die tennisvelden slechts 1 rij bomen langs het fietspad waar iemand zich slechts achter kan verstoppen als hij/zij absoluut niet gezien wil worden door voorbijgangers. Voor zover bekend hebben zich dan ook geen getuigen bij de politie gemeld die bevestigden dat Spencer, Wietze en Marianne zich onderweg op twee fietsen bevonden tussen Kollum en Buitenpost. Of nadien vanuit station Buitenpost, in de richting van De Swadde, op drie fietsen. Maar ook het tijdstip van die ontmoeting tussen Spencer en Verrie (00.30 uur), en blijkbaar goede bekenden van elkaar, wijst er op dat Marianne zich toen nog samen met Stephanie in Kollum bevond, voor de deur van Geke H. en bij de lekke fietsen.

Daarmee bestaan er vier opties. De eerste is dat Spencer en Wietze lopend op weg waren naar huis, zonder Marianne. Verrie en zijn vriendin meldden dat er slechts sprake was van 1 fiets, waar Spencer aan zat te prutsen, en die hing ook nog eens om een paal. De tweede optie is dat Marianne zich had verstopt achter een boom en dat daarna alsnog is besloten om een fiets te gaan stelen in Buitenpost. De derde optie is dat Verrie en zijn vriendin zich zouden hebben vergist in de herkenning van Spencer en zijn vriend. De vierde optie is dat Spencer en Wietze probeerden een fiets te stelen, dan wel de ventielen daaruit te halen, om hun eigen fietsen weer bruikbaar te maken. Verrie en zijn vriendin verklaarden tegenover de politie dat zij rond 00.45 uur thuis waren in Buitenpost. Dan is het volgende van belang voor de verdere waarheidsvinding.

Door Geke H. is, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vastgesteld dat Spencer en zijn vriend zich rond 01.30 uur weer in het centrum van Kollum bevonden. Hun fietsen stonden daar immers ook met lekke banden en beiden zijn door de moeder van Spencer rond dat tijdstip en op dat plein opgehaald. Geke heeft dit voorval van de lekke fietsen op vier afzonderlijke momenten vastgesteld en later ook zo aan de politie gemeld. De eerste keer was in de vroege avond, toen twee donkere types aan die fietsen zaten te prutsen in het bijzijn van Stephanie en Tineke. De tweede keer toen zij Marianne en Stephanie rond 00.30 uur zag bij diezelfde fietsen, waarop Marianne dat ook hardop riep (“Alle vier de ventielen missen uit de fietsen!“). Weer later, om 01.30 uur, toen zij Spencer zijn fiets zelfs zag weggooien tegen een paal en dat hij en Wietze werden opgehaald door zijn moeder. De man van Geke heeft deze fietsen toen de vierde keer, en op aanwijzing van Geke, om 08.30 uur die zaterdagmorgen zelfs nog zien staan op het Raboplein. (Op een later moment is de aanwezigheid van die twee fietsen ook aan Geke bevestigd door een politieagente). Om 13.30 uur die zaterdag waren de fietsen, de vijfde check dus, verdwenen.

Dit correspondeert opmerkelijk genoeg weer met de opmerking van de vader van Spencer, in de loop van die ochtend tegenover Bauke Vaatstra, dat de fiets van Spencer in de schuur stond met een lekke band. Hoeveel toeval kan er bestaan? En ook de verklaring van G.A. wijst uit dat Spencer niet zijn eigen fiets maar de fiets van zijn moeder (met fietstassen) had gepakt voor de zoektocht naar Marianne. Zeker is dat Spencer nergens heeft verklaard dat hij een lekke band had opgelopen bij of na het wegbrengen van Marianne.

Spencer vertelde aan de L.C. op 2 oktober 1999 ook dat hij na het afscheid van Marianne samen met Wietze teruggefietst is naar De Pyramide in Buitenpost voor een broodje shoarma. Vreemd genoeg wordt dit voorval weer ondersteund door een ander ‘voorval’. Vanaf de dag van de moord is de vader van Spencer ongeveer twee weken achtereen een zeer regelmatige bezoeker geweest van De Pyramide. De eigenaar had hem niet eerder gezien, en ook daarna nooit meer. Het toeval wil ook dat de enige getuige die zijn zoon Spencer rond 00.30 uur zonder Marianne had gezien Verrie B. was. Dit is in de week na de moord ook twee keer gemeld op het politiebureau. En het “toeval” wil ook dat deze Verrie, stucadoor van beroep, nu juist in die twee weken in de avonduren heeft staan ‘stucen’ in De Pyramide om de zaak daar op te knappen. Was vader Sletering het eten van zijn vrouw even beu? Of was hij uit op informatie uit de mond van Verrie over het alibi van zijn eigen zoon in de nacht van de moord? Want dat dat alibi niet klopte is inmiddels meer dan duidelijk. Want waar was Spencer precies tussen 00.30 (tennisvelden) en 01.30 uur (Raboplein) en in de rest van de nacht tot 08.30 uur ’s ochtends? Had zijn moeder niet gewoon tegen de politie kunnen vertellen dat zij Spencer en Wietze had opgehaald op het pleintje tussen de Rabobank en Geke’s huis?

Zonder de eerlijkheid van Spencer en zijn ouders, kunnen we slechts speculeren wat Spencer en Wietze tussen 00:30 en 01:30 deden. Gezien de feiten lijkt het waarschijnlijk dat ze geprobeerd hebben uit andere fietsen ventielen te halen, en wellicht een fietspomp, om hun eigen fietsen weer rijklaar te maken. Als dit om een of andere reden niet gelukt is, dan hebben zij mams gebeld om hen te komen ophalen op de plek waar hun lekke fietsen stonden.

Nog een opmerkelijke gebeurtenis doet zich voor in de ochtend van zaterdag 1 mei 1999. Toen Aafke, de vriendin van Marianne, Spencer belde op zijn mobieltje (zij hadden een fiets ontdekt in de greppel langs de Keningswei) vroeg zij Spencer: “Waar heb je Marianne voor het laatst gezien?”. Spencer: “Bij het tunneltje”. Ook de moeder van Marianne herinnert zich dat nog woordelijk. Als dat werkelijk zo is, dan is het vreemd dat hij zijn verhaal later aan zou passen tot: “We hebben haar weggebracht tot bij het voetbalveld van De Swadde”. Nu scheelt de afstand tussen de voetbalvelden en het tunneltje slechts 500 meter, maar wat in ieder geval opvalt is dat Spencer bij zijn zoektocht met zijn vriend niet de rechtstreekse route heeft gereden van De Swadde naar het tunneltje richting Veenklooster, maar rond de voetbalvelden heeft gereden en in diverse zijweggetjes heeft gezocht, ook bij de fierljepschans. Daarmee heeft hij minimaal 500 meter omgereden als het al niet veel meer is. Om daarna door te fietsen tot een paar 100 meter op het weggetje in de richting van het AZC om vervolgens naar de parkeerplaats te gaan van zwembad ’t Paradyske, totdat hij daar door Aafke werd gebeld.

Mogelijk is daar een (tot nu toe onbekende) verklaring voor, maar volgens Spencer’s eigen verklaring heeft hij haar laten gaan rond 01.00/01.15 uur, op weg naar huis in Zwaagwesteinde. Om dan, met een vriend, de dag daarop te gaan zoeken op plaatsen waar zich wel eens meer hangjongeren bevonden. Dit lijkt zelfs voor een 19-jarige wat onnozel. Want daarna zijn beide vrienden zelfs doorgereden naar het zwembad: “Omdat daar door hen wel eens ’s nachts werd gezwommen..”. Dacht Spencer nu echt dat Marianne om half twee ’s nachts nog even was gaan zwemmen voor zij naar huis fietst? Was het niet veel logischer geweest om NA de plek te gaan zoeken waar hij Marianne alleen had verder laten fietsen, in plaats van daarvoor?

Is het dan eigenlijk nog wel toeval te noemen dat er een ernstig verschil van mening blijft bestaan tussen de ouders van Marianne en de vader van Spencer over het tijdstip van het telefoontje van Bauke van die zaterdagochtend? Bauke: 08.30 uur en de vader van Spencer: 09.30 uur. Is dat uur verschil wellicht een verklaring voor de veel te lange zoektocht van Spencer op werkelijk onmogelijke plaatsen?

De opmerking van Spencer’s vader tegen Bauke Vaatstra op de vraag of Spencer thuis was (“Ik denk het wel, zijn fiets staat in de schuur met een lekke band”) verdient hier nog een nadere analyse. Dit telefoongesprek vond volgens Bauke plaats rond 8:30. Volgens Spencer’s vader was het 9:30. Een analyse van de feiten wijst uit dat Bauke gelijk heeft. Bekend zijn immers de tijdstippen waarop Marianne’s moeder ontdekte dat Marianne niet thuis was gekomen (8:00 uur) en waarop Marianne werd gevonden in de Keningswei (kort voor 10:00 uur). Spencer was bij die laatste gelegenheid aanwezig. Als zijn vader hem om 9:30 had wakker gemaakt in plaats van om 8:30, dan had hij dus alle door hem beschreven activiteiten in minder dan een half uur moeten klaarspelen. Aankleden, twee vrienden ophalen in Buitenpost, zoeken achter de sportvelden en bij de fierljepschans en het zwembad, gebeld worden door Marianne’s vriendin, enzovoort. Dat lijkt schier onmogelijk. Het is dus vrijwel zeker dat het telefoontje tussen Bauke en de vader van Spencer rond 8:30 uur was en niet om 9:30 uur. Neem daarbij ook in beschouwing dat de vermissing van Marianne om 8:00 uur ontdekt werd, dan bellen de ouders niet pas anderhalf uur later naar Spencer om hem te vragen wat hij weet.

De opmerking is om een andere reden nog interessanter: We weten nu immers dat om 8:30 uur de lekke fiets van Spencer nog op het pleintje naast Geke’s huis stond. En dus niet in de schuur bij Spencer thuis, zoals vader S. zegt. We weten ook dat de fietsen er om 13:30 uur niet meer stonden. In de tussentijd moeten ze daar dus door iemand zijn opgehaald. Gerechtvaardigd is dan de conclusie dat het niet waarschijnlijk is dat vader S. de waarheid vertelde dat Spencer’s fiets met een lekke band in de schuur staat. Hij is blijkbaar wel op de hoogte van het feit dat Spencer’s fiets een lekke band heeft. Deze conclusie wordt nog versterkt door de onwaarschijnlijkheid dat vader S. eerst in de schuur kijkt, in plaats van direct naar Spencer’s slaapkamer te rennen om vast te stellen of hij thuis is. Bedenk daarbij dat de vader dit kennelijk niet heeft gedaan naar aanleiding van het bericht van de bezorgde ouders van Marianne, de vriendin van zijn zoon, niet thuis is gekomen.

De conclusie wordt nogmaals versterkt door de onwaarschijnlijkheid dat vader S. niet zou hebben geweten dat zijn vrouw haar zoon Spencer en Wietze na middernacht heeft opgehaald, omdat hun fietsen daar lek stonden. Dit gecombineerd met het feit dat Bauke Spencer niet aan de lijn kreeg, maakt het waarschijnlijker dat Spencer op dat moment helemaal niet thuis was, maar bijvoorbeeld met zijn moeder de fietsen aan het ophalen was. Het heeft er dus alle schijn van dat de onwaarheden van de familie S. reeds begonnen voordat Marianne werd gevonden. Beide ouders S. moeten die ochtend al hebben geweten dat Spencer ruzie had gehad met Marianne, en dat hij Marianne niet op de fiets tot De Swadde heeft gebracht. Ook moeten zij de reden hebben geweten waarom Spencer zo boos was dat hij zijn fiets schreeuwend over straat schopte. Wellicht ook al dat hij ruzie met Feik en zijn maten had gehad. En zelfs dat deze asielzoekers iets van plan waren met zijn vriendin. Dan wordt het motief om te liegen ook direct duidelijk. Spencer heeft dan weliswaar niets met de moord te maken, maar de indruk kan zomaar ontstaan dat zijn verwijtbare, onverantwoordelijke gedrag heeft bijgedragen aan de omstandigheden waarin Marianne ontvoerd, verkracht en vermoord kon worden. Vergeleken met de werkelijke gang van zaken is dan het scenario dat hij Marianne op een gestolen rijwiel alleen heeft verder laten fietsen, ondanks zijn belofte om de taxi voor Marianne te betalen, een minder grote schande, die nog net draagbaar en verdedigbaar is voor zijn ouders.

Eenmaal aangekomen op de Keningswei waar Marianne even later gevonden zou worden, zou Aafke aan Spencer hebben gevraagd: “Op wat voor fiets reed Marianne?” Waarop Spencer volgens vader Bauke zou hebben gezegd: “Dat weet ik niet!”. Ook dit wijkt af van het eigen verhaal van Spencer omdat hij, volgens zijn eigen verhaal, al direct telefonisch zou hebben verteld dat het om een donkere herenfiets zou gaan. Ook G.A. verklaart immers anders. Op de fiets die door Marianne zou zijn gepikt bij station Buitenpost zijn overigens geen vingersporen gevonden. Dat op zich is al een unicum in de geschiedenis van de forensische opsporing. Daarnaast is er zover bekend nooit aangifte gedaan van de een diefstal van een fiets bij station Buitenpost, terwijl een foto van deze fiets nog in de media is gepubliceerd.

Waarom moest er eigenlijk een fake-verhaal worden opgehangen dat Spencer en Wietze helemaal met Marianne naar Buitenpost en daarna terug waren gereden met een – derde – gestolen fiets als Marianne vanaf 00.30 uur al plotseling verdween? En waarom zouden Marianne’s ouders met grote stelligheid beweren dat Marianne doodsbang was in het donker en nooit alleen in de nacht naar huis zou fietsen en dat Spencer hen beloofd had haar op een taxi te zetten? Dit wordt ook nog eens extra ondersteund door alle verklaringen over bedreigingen aan het adres van Marianne (o.a. door Feik Mustafa), en zelfs uit de mond van Spencer zelf die avond tegenover Geke H. Maar vooral door het consequente zwijgen van de meest belangrijke getuigen van dat moment: Spencer, Wietze, Stephanie, Tineke en hun ouders. Stephanie was immers de laatste die, voor haar moordenaars, Marianne nog in leven had gezien.

Het is minst genomen opmerkelijk dat Spencer en Wietze nooit – zelfstandig – mee hebben willen werken aan gesprekken met de ouders en met vrienden van Marianne zonder de aanwezigheid van de politie en van de vader van Spencer die voor hen telkens het woord voerden. Of aan een reconstructie van Peter R. de Vries van de laatste fietstocht van Marianne..

De laatste woorden van Marianne volgens Spencer: “Als mij wat overkomt is het jullie schuld”. Oordeel zelf.

Einde artikel zoals verzonden aan Spencer, driekwart geschreven door André. Relevant is verder het “eigen verhaal” van de Sleterings zoals gepubliceerd in Panorama destijds.

Voorts de correspondentie van het eerste uur tussen de mem van Marianne en vader Sletering. De brief van Maaike laat zien dat de intuïtie van een nuchtere moeder zelden faalt. Het antwoord laat zien dat het in Dick’s ogen de beste verdediging is om de schuld bij de ander te leggen. Uit deze stukken wordt verder duidelijk hoe vader en zoon de techniek beheersen om de leugens te begraven onder geweeklaag over hoeveel pijn en verdriet ze hebben van het verlies van Marianne. Verschrikkelijk was het. Wellicht hebben zij een spoedcursus communicatie gehad bij deze man?

Tot slot nog een goed overzichtsverhaal, wederom van Panorama:

Panorama 1

Panorama 2

Panorama 3

Panorama 4

Panorama 5

Panorama 6

Speciale aandacht vereist onderstaande passage:

Er worden hier geen namen genoemd, maar juist de namen maken de schandalige doofpot transparant. Zeker in het licht van de recente antwoorden van minister Hirsch Ballin. Want deze “minderjarige Irakees” is niemand minder dan Feik Mustafa. Dezelfde Feik Mustafa die de onafscheidelijke metgezel was van Justitie’s plots verdwenen hoofdverdachte Ali Hussein Hassan. Dezelfde Feik Mustafa die Marianne had bedreigd met het keeldoorsnijdende gebaar. Dezelfde Feik Mustafa die ruzie had met Spencer in het Filtsje. Dezelfde Feik Mustafa die de ventielen uit de fietsen van Spencer en Wietze trok. Dezelfde Feik Mustafa wiens DNA werd afgenomen ter vergelijking met het sperma gevonden op Marianne. Dezelfde Feik Mustafa die op maandag 3 mei 1999, 2 dagen na de moord, stiekem werd weggesluisd uit het AZC Kollum.

Maar Justitie bezweert het publiek meteen dat “er geen verband is met de zaak Vaatstra”. Had u het geloofd als u de namen en bovenstaande feiten kende? Had u het geloofd als u had geweten dat het slachtoffertje van deze Feik het meisje was dat het laatst met een levende Marianne is gezien?

Afbeelding

Afbeelding

En het 14 jarige slachtoffer is zijn vriendinnetje Stephanie, die die avond overstuur thuis kwam en meteen naar bed ging, zodat haar ouders tegen elkaar zeiden: “Hier is iets gebeurd!” Maar of Stephanie overstuur was omdat zij door Feik verkracht was, of omdat zij getuige was geweest van de ontvoering van Marianne, onder meer door haar vriendje Feik, en vervolgens door hem is bedreigd om haar mond te houden omdat ze er anders ook aan zou gaan, dat blijft de vraag. We weten al hoe Feik dat met Isabella deed: Als je niet ophoudt met praten, word je ook vermoord! We weten ook hoe de politie die aangifte behandeld heeft, of beter gezegd, niet behandeld heeft. In dit verband is ook nog interessant dat Feik bekend stond als een extreem agressieve onhandelbare jongen. Zo is onder meer bekend dat hij een medeleerling op school had bedreigd met woorden van soortgelijke strekking: Ik maak je dood. Het maakt mij niets uit, in mijn eigen land heb ik dat al genoeg gedaan. Niet bepaald een jongen die je wenst als vriendje van je dochter. Met recht een AMOG asielzoeker. Gecombineerd met de wetenschap dat Feik op jonge leeftijd ernstig sexueel misbruikt was, moet justitie toch ook hebben geweten dat Feikie een tikkende tijdbom was? Of was daar eerst nog een geseponeerde verkrachtingszaak voor nodig? Deze tikkende tijdbom loopt dus nu door Groningen, omdat hij volgens Hirsch Ballin in 2000 “regulier gehuisvest” is.

Wat in elk geval geen vraag meer is, is dat minister Hirsch Ballin liegt dat hij barst. Op 14 mei heeft Stephanie pas aangifte gedaan, en op 28 mei kwam de zaak pas bij het OM in behandeling, en op 15 juli werd de zaak geseponeerd.

En wat zegt de minister?

F.M. is enkele maanden voor de dood van Marianne betrokken is geweest bij een ruzie met (vrienden van) Marianne in een horecagelegenheid. F.M. is daarover gehoord en zei dat juist hij en zijn vriend werden bedreigd en niet andersom. Van F.M. is biologisch materiaal afgenomen. Zijn DNA komt niet overeen met het DNA-materiaal dat is aangetroffen bij het lichaam van Marianne. Er was aangifte gedaan tegen F.M. inzake een zedenmisdrijf gepleegd op 30 april 1999. Daarnaar is onderzoek gedaan door de plaatselijke politie. F.M. is daarvoor ook aangehouden en heeft enkele dagen in verzekering gezeten. Er werd onvoldoende bewijs gevonden om F.M. te vervolgen. De zaak is daarom op 9 augustus 1999 geseponeerd.

(Wim: Zoek de verschillen, met name in de data, vergeleken met het werkelijke verhaal.)

Zowel A.H. als F.M. zijn uitgesloten als dader van het misdrijf. Van beiden werd biologisch materiaal afgenomen en dat bleek niet overeen te komen met het DNA-materiaal dat is aangetroffen bij het lichaam van Marianne.

De persoon F.M. is op 27 mei 1999 overgeplaatst vanuit het azc in Kollum naar het azc in Drachten. De overplaatsing van F.M. had geen relatie met de moord op Marianne Vaatstra. F.M. werd verdacht van een zedenmisdrijf (zie ook het antwoord op vraag 4). Gelet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen naar het azc te Drachten. Van daaruit is F.M. op 2 juni 1999 overgeplaatst naar het azc Alphen aan den Rijn. Als verblijfsvergunninghouder is hij, in mei 2000, vervolgens regulier gehuisvest.

Wim: Op 27 mei werd Feik weggesluisd volgens de minister? Niet op 3 mei, zoals de AZC directeur Louis Uijl en de bewakers stellen? Dus volgens de minister was het een dag voordat op 28 mei Feik’s verkrachtingszaak bij het OM in behandeling kwam? Waar en wanneer is Feik dan gehoord over de verkrachting van Stephanie, volgens de minister? Hoeveel meer aanwijzingen heeft u nodig dat Justitie tot op de dag van vandaag de hand boven het hoofd houdt van Marianne’s moordenaars? Hoe lang gedogen wij de leugens van dit Justitie nog?

UPDATE:

Sprekend met André zojuist, kwam er nog een sterk argument boven waarom Spencer’s verhaal een lulverhaal is.

Als Spencer’s verhaal geloofd moet worden, dan was Marianne die nacht thuis gekomen op een GESTOLEN herenfiets. Bedenk daarbij dat de ouders wisten dat Spencer hen beloofd had dat hij de taxi zou betalen om haar veilig thuis te laten komen, en dat Marianne er enorm trots op was dat Spencer die 25 gulden voor de taxi voor haar over had.

Hoe had Marianne aan haar ouders moeten uitleggen dat dit allemaal niet doorgegaan was, maar dat zij in plaats daarvan met een vreemde HERENfiets was thuisgekomen? Een en ander ZONDER ruzie met Spencer te hebben gehad.

Het is dus dat Spencer en zijn ouders weten dat Marianne dat niet meer KAN uitleggen! Anders hadden zij dit verhaal uiteraard NOOIT durven te verkopen. Er wordt dus gebruik gemaakt van de wetenschap dat Marianne geen stem meer heeft. Ik heb er maar 1 woord voor: WALGELIJK!

Print Friendly, PDF & Email
Share