REQUISITOIR JUSTITIE TEGEN MICHA

DINSDAG AS. IS DE UITSPRAAK IN DE OPGEKLOPTE EN GECREERDE ZAAK TEGEM MICHA KAT (16:00 UUR)

Een aantal opmerkingen. Om te beginnen stond de rechtbank ons niet toe ons deel van het verhaal te filmen, een grove en onrechtmatige overtreding van de eigen regels. Ik was niet aanwezig op de zitting omdat de zaaksofficier mij gedurende bijna een jaar totaal heeft geterroriseerd met detenties en arrestaties. Hierdoor is een persoonlijk conflict onstaan. Lees hier het verweer over de methodes waarmee Justitie in dit land meent te kunnen afrekenen met kritische journalisten zoals dat op de zitting door mijn advocaat werd voorgelezen hetgeen dus niet mocht worden gefimd, opnieuw een bewijs van het fundamentele gebrek aan fair play van de kant van Justitie. Dan wat inhoudelijke punten:

Ik heb besloten me in eerste aanleg niet inhoudelijk te verweren omdat de hele tenlastelegging een grote hoax is. Wellicht zat dat in hoger beroep alsnog gebeuren. Het hoax-karakter van de tenlastelegging wordt trouwens al bewezen door de vrijspraak die het OM moet eisen in twee onderdelen waarin het OM dus duidelijk veel te ver is gegaan. Wat betreft de bommeldingen: het geval van Pels Rijcken is er geen sprake van een bommelding hetgeen het kantoor heeft proberen te ‘ondervangen’ door een ‘ontruiming’ te organiseren. De bommelding bij het Ministerie is evident niet serieus te nemen en daar heeft dan ook niemand er ook maar een seconde aandacht aan besteed, laat staan dat het Ministerie is ontruimd. Men zag de ‘bommelding’ slechts als stok om Micha Kat mee te gaan slaan en daarvan is dus dankbaar gebruik gemaakt.

De smaad- en laster-zaken zijn op geen enkele wijze inhoudelijk getoest dus het is mij een raadsel hoe de rechters dit bewezen kunnen achten. Veel voorbeelden die Vogelenzang met verontwaardiging afdoet als ‘smaadschrift’ (ook in de jurisprudentie) zijn inhoudelijk uitstekend onderbouwd en zelfs bewezen. In mijn geval geldt in elk geval dat alle ‘smaadschriften’ inhoudelijk zijn onderbouwd waarbij de bronnen soms zelfs met naam en toenaam zijn genoemd zoals in het geval van Huffnagel. Het is dan ook een raadsel hoe Vogelenzang tot haar uitspraak komt dat er ‘op geen enkele wijze sprake is van onderbouwing’. Maar nogmaals: dit zou in een eventueel hoger beroep ter sprake kunnen komen waarin in me wel zal kunnen verdedigen omdat ik niet meer wordt opgejaagd en gearresteerd door Vogelenzang. Ten slotte is nog wel het meest bizarre dat het hele graffiti-verhaal niet op mijn van toepassing is vanweg het feit dat ik niet degene was die de graffiti aanbracht. Dat weet Justitie ook en de betreffende persoon is zelfs beboet. Hoe is het mogelijk dat dergelijke wantoestanden kunnen plaatsvinden in onze rechtszalen?

Print Friendly, PDF & Email
Share