Rechter Westenberg is een ‘objectieve lul’

NA GETUIGENVERHOREN: ZAAK-WESTENBERG GAAT NAAR BIZARRE EN EMOTIONELE CLIMAX

Advocaat Hugo Smit die afgelopen vrijdag onder ede stond op de Rotterdamse rechtbank waar hij werd gehoord als getuige in de Westenberg-zaak verklaarde het volgende op vragen van de advocaat van Westenberg, mr. Boukema. Smit beschreef eerder dat hij, toen hij enorme problemen kreeg met rechter Westenberg die hem op alle mogelijke wijze tegenwerkte en intimideerde, contact zocht met zijn procureur Peter von Schmidt auf Altenstadt, een oud-deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Smit: “Ik zei tegen Von Schmidt dat ik grote problemen had met een rechter van de Haagse rechtbank. Toen zei Von Schmidt: dat is zeker Westenberg. Dat bevestigde ik. Toen zei Von Schmidt: Dat gelazer met Hans Westenberg moet nu eens afgelopen zijn. Ik ga een brief over hem schrijven naar zijn president. Westenberg is een lul. Een objectieve lul. Ik vroeg: wat is dat, een objectieve lul? Von Schmidt zei: dat is iemand die door iedereen een lul wordt gevonden.” Na die verklaring ontstond grote consternatie in de zittingszaal.

De advocaat van Westenberg mr. Boukema van Pels Rijcken riep direct dat hij ‘deze uitlatingen opgenomen wilde zien in het proces-verbaal van het getuigenverhoor’. Boukema: “Ik heb namelijk reden om aan te nemen dat dit zo niet is gezegd.” Hierop ontstond de volgende bijzondere conversatie:

Harro Knijff van De Brauw (de advocaat van Hugo Smit): “Ik zou willen verzoeken of deze passage buiten het proces verbaal kan worden gehouden.”
De rechter-commissaris: “Waarom?”
Knijff: “Het ligt buiten het probandum.”
Hugo Smit: “Ik geef exact weer zoals die conversatie is gegaan.”
De rechter-commissaris: “Ik ben hierin volsterkt lijdelijk.”
Knijff: “Ik wil dat het niet wordt opgenomen.”
De rechter-commissaris: “Ik neem het toch op. Het is gezegd.”
Knijff: “In dat geval wil ik dat u aantekent dat ‘Knijff bezwaar maakt tegen opname van de vorige zin omdat hij meent dat deze buiten het probandum valt’.

Het ‘probandum’ (hetgene in de verhoren moet worden bewezen) is dat Hans Westenberg via de telefoon contact zoekt met advocaten, buiten de zitting om, een doodzonde voor een rechter. In deze telefoongesprekken worden de advocaten vervolgens geintimideerd en geschoffeerd. Hugo Smit legde een gedetaillerde verklaring af over een telefoontje dat hij van Westenberg kreeg daags voor het belangrijkste pleidooi uit zijn carriere in de Chipshol-zaak. In dat telefoontje dat al eerder op deze site werd beschreven en dat ook wordt genoemd in brieven uit 1994, zei Westenberg dat ‘hij niet zat te wachten op het pleidooi van Smit omdat de zaak toch al lang duidelijk was’ benevens tal van andere voor een rechter onvoorstelbare uitlatigen. De toenmalige secretaresse van Smit, Marjolein Begeer (al meer dan een jaar niet meer voor Smit werkzaam) bevestigde de verklaring van Smit tot in alle details waarbij zij door de RC onder enorme druk werd gezet. Hoe zij het telefoontje was Westenberg precies aannam, wat de naam was van de secretaresse van Westenberg die haar met hem doorverbond, hoe ze Westenberg vervolgens doorverbond met Smit (al of niet met ondersteunende fysieke gebaren): dat alles werd tot in detail besproken. Dit gaf het verhoor iets demonisch. Begeer gaf echter geen krimp hetgeen de geloofwaardigheid van haar onder ede tot stand gekomen verklaring alleen maar groter maakt. Als laatste werd Westenberg zelf gehoord. Zijn verklaring leidde tot grote consternatie.

Hij ontkende (zoals hij tot nu toe altijd heeft gedaan) dat het telefoongesprek met Smit heeft plaatsgevonden. Ook hij stond uiteraard onder ede. De RC maakte zijn verbazing over deze verklaring kenbaar: “Bent u er niet verbaasd over dat we zonet twee getuigen hebben gehoord die onder ede hebben verklaard dat het telefoongesprek wel heeft plaatsgevonden?” Westenberg: “U vraagt mij of ik verbaasd ben over de gedetailleerde verklaringen van de secretaresse en Smit over een telefoongesprek tussen mij en Smit terwijl ik zeker weet dat dat niet is gevoerd. Dat verbaast me inderdaad. Wat kan ik verklaren over een gesprek dat niet heeft plaatsgevonden?” Westenberg verklaarde ook, conform eerdere verklaringen in de processtukken, dat hij op de dag dat het telefoongesprek zou zijn gevoerd ‘een afsraak had in Zutphen’. Op vragen van de RC naar meer details over deze afspraak moest Westenberg het antwoord schuldig blijven. Hij baseerde zich louter ‘op zijn agenda van dat jaar’. De RC: “Is die afspraak ook doorgegegaan?” Westenberg: “Soms gaan afspraken wel eens niet door.” Westenberg verklaarde overigens wel dat hij een telefoongsprek heeft gevoerd in 1997 met een andere advocaat van Chipshol, Ronald Gerritsen. Hiermee zijn diens eerdere verklaringen dat hij ‘nimmer met advocaten heeft gebeld’ in elk geval al van tafel en meer in het bijzonder blijkt ook de stelling van Westenberg in zijn conclusie van repliek dat hij ‘op 8 december 1994 helemaal niet met mr. Smit per telefoon heeft gesproken of met andere advocaten in de Chipshol-zaak’ leugenachtig. Hiermee is dus reeds geheel feitelijk en omomstotelijk vastgesteld dat de vice-president van de Haagse rechtbank leugenachtige procestukken laat opmaken in een procedure die hij zelf heeft aangespannen om zijn vermeende goede naam overeind te houden.

Interessant was ook de verklaring van mr. Ernst Numann, in 1997 persrechter van de Haagse rechtbank en thans lid van de Hoge Raad. In april1997 schreef Numann twee ingezonden brieven in NRC Handelsblad naar aanleiding van een artikel in die krant over procedurele onregelmatigheden in de Chipshol-zaak, meer in het bijzonder een wraking zijdens Chipshol aan het adres van Westenberg. Numann probeerde met deze brieven duidelijk te maken dat de wraking van Westenberg (blijkbaar was dat toen al eenbuitengewoon pijnlijk punt!) geheel ten onrechte was omdat Westenberg telefonisch overleg gevoerd zou hebben met de Chipshol-advocaat en dat deze akkoord zou zijn gegaan met mr. Westenbeg als rechter. Op 19 april 1997 schreef Numann in zijn tweede brief: “Mr. Westenberg houdt staande dat hij de raadsman van Poot (Chipshol) toen hij hem telefonisch op de hoogte bracht van de samenstelling van de kamer die op de pleidooien zou zitten te kennen heeft gegeven dat hij zich aan de zaak zou onttrekken indien aan de zijde van Poot bezwaren mochten bestaan aan zijn optreden als voorzittend rechter.” Op grond van deze brief moest Westenberg natuurlijk toegeven dat hij in 1997 wel met Chipshol-advocaat Gerritsen heeft gebeld. Maar de brieven van Numann zijn grotendeels leugenachtig en ook juridisch onzinnig. Sinds wanneer bellen voorzittend rechters met partijgen om de samenstelling van kamers te bespreken? Onvoorstelbaar en ontoelaatbaar, zeker is een procedure waarin een belang aan de orde is van honderden miljoenen!. Nog belachelijker was de stelling van Numann dat Chipshol akkoord zou zijn met Westenberg terwijl nu juist blijkt dat er reeds vanaf 1994 enorme problemen zijn.

In zijn getuigenverklaring kon Numann zich vrijwel niet meer herinneren. Hij wist zelfs niet of deze twee brieven de enige waren die hij ooit naar NRC Handelsblad stuurde als persrechter. Wel verklaarde Numann dat hij ‘inhoudelijk geheel was afgegaan op de informatie van Westenberg’. Met andere woorden: in een hoog oplopend geschil tussen een rechter en een procespartij dat leidt tot publicaties in de pers zegt de persrechter ‘hoe de vork in de steel zit’ uitsluitend op basis van verklaringen van de belanghebbende rechter van zijn eigen rechtbank zonder enig verder onderzoek naar de gang van zaken te doen.

Hoe gaat deze zaak nu verder? In elk geval is duidelijk dat een van de partijen meineed heeft gepleegd: ofwel Smit en zijn secretaresse, ofwel Westenberg. Er is de mogelijkheid om nog meer getuigen te horen zoals mr. Van Delden die als president van de Haagse rechtbank in 1994 over de kwestie-Smit heeft gecorrespondeerd (Westenberg probeerde deze brieven aanvankelijk buiten de procedure te houden door Smit te bedreigen met tuchtklachten als hij ze in het geding zou brengen) en degenen met wie Westenberg op de dag van het telefoongesprek een afspraak zou hebben gehad in Zutphen. Ook komt de toenmalige secretaresse van Westenberg op de Haagse rechtbank in beeld en advocate Dumont uit Rotterdam die ook heeft verklaard door Westenberg te zijn gebeld en geintimideerd. Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat de Rotterdamse rechtbank inmiddels meer dan genoeg heeft gezien en gehoord om de vordering van Westenberg (dat Smit onrechtmatig heeft gehandeld door in het boek van Kat te zeggen dat Westenberg in de Chipshol-zaak met advocaten heeft gebeld) af te wijzen.

Print Friendly, PDF & Email
Share