Rechter Westenberg in hoger beroep tegen Kat

topadvocatuur.jpgDe Haagse rechter Westenberg die reeds vier jaar tegen de klippen op (en tegen beter weten in) procedeert tegen Micha Kat, de webmaster van deze site, heeft recent zijn memorie van grieven ingediend, zeg maar zijn hernieuwde aanval op de journalist, thans in hoger beroep. Hij legt zich niet meer bij het voor hem vernietigende vonnis van de Rotterdamse rechtbank dat oordeelde dat Kat niets te verwijten valt en zelfs expliciet uitspreekt dat de omstreden uitlating over Westenberg in zijn boek Topadvocatuur uit de mond van advocaat Hugo Smit rechtmatig was. Voor Kat is dit allemaal behoorlijk eng en bedreigend nu de zaak tot uiterste hoogten wordt opgespeeld en politieke dimensies krijgt. Hij deed reeds een beroep op de Nederlandse Vereniging van Journalisten voor met name morele ondersteuning, maar de vakbond houdt de kaarten tegen de borst. Kat vond wel steun bij gebiedsontwikkelaar Chipshol in deze procedure; Chipshol was immers in de door Kat in zijn boek beschreven rechtsgang bij uitstek de (door Westenberg) benadeelde partij en dus is het van het grootste belang voor Chipshol dat de machinaties van de rechter worden blootgelegd. Dat lukt uitstekend: als gevolg van de door Westenberg zelf ingezette aanval tegen Kat die ‘op onrechtmatige wijze zijn integriteit als rechter (die hij dus niet heeft) zou hebben bezoedeld’ zijn reeksen belastende feiten over hem aan het licht gekomen.

Maar zolang Westenberg in bescherming wordt genomen door de Raad voor de Rechtspraak (die ook zijn procedure betaalt) en de minister van Justitie (‘foute rechters bestaan niet’) en de strijd zich verhardt leveren die belastende feiten (zie ondermeer onderstaand overzicht) Kat weinig op.

Welke punten brengt de rechter thans naar voren in zijn grieven? Het gaat om drie hoofdpunten:

*Allereerst stelt hij dat het boek Topadvocatuur ‘geen journalistieke productie is’ en daardoor niet aanmerking komt voor ‘het volle beschermingsregime van artikel 10 EVRM’. Altijd prettig en behulpzaam als partijen die door de journalistiek dienen te worden gecontroleerd en tegen de lamp lopen als reactie definities gaan geven van wat journalistiek volgens hen zou moeten zijn. Als partijen die een procedure van Westenberg verliezen gaan roepen dat Westenberg ‘in de procedure in kwestie geen recht van spreken heeft omdat hij hier niet optrad als rechter’, hoe zou Westenberg daarop dan reageren?

*Vervolgens maakt Westenberg een heel punt van de relatie tussen Kat en Chipshol waarbij hij de indruk tracht te wekken dat Kat zich in zijn boek heeft laten gebruiken als spreekbuis van Chipshol dat via Hugo Smit de aanval op hem zou hebben willen openen. Deze aantijging gaat geheel voorbij aan de enige vraag waar deze procedure over gaat: heeft Westenberg voorafgaand aan een cruciale zitting in de Chipshol-rechtsgangen de advocaat van Chipshol nu wel of niet geintimideerd? Maar liefst drie getuigen hebben onder ede verklaard dat zulks het geval is en bovendien is er ondersteunend bewijs in de vorm van stukken. Maar ook feitelijk is deze aantijging gemakkelijk te weerleggen omdat er tijdens de totstandkoming van het boek nog helemaal geen relatie tussen Kat en Chipshol bestond; het hoofdstuk in kwestie ging over de zaak van Hugo Smit tegen Coopers & Lybrand en in het geheel niet over Westenberg en diens rol in de Chipshol-procedures. Op het moment van schrijven in 2003 had Kat zelfs nog nooit van Westenberg gehoord zoals uitvoerig betoogd in eerste aanleg. De aantijging in in feite bizar nu Kat juist door toedoen van Westenberg ‘in de armen is gedreven’ van Chipshol. Chipshol stelde hem mede in staat deze zaak voor de rechter uit te vechten.

*Kat had niet mogen afgaan op advocaat Smit als ‘gezaghebbende bron’ zonder zelf ook feitenonderzoek te doen. Zoals betoogd is er wel feitenonderzoek gedaan en heeft Kat de beschikking gehad over stukken die de uitlatingen van Smit op overtuigende wijze onderschrijven (deze stukken zijn te lezen via de link in onderstaand overzicht op de datum 6 september 2004). Daarnaast is het absurd een advocaat die bij uitstek bij een zaak betrokken was en de plicht heeft immer de waarheid te spreken (zeker als het gaat om uitlatingen in de media) als ‘niet gezaghebbend’ te diskwalificeren. Het idee dat een topadvocaat (Smit was toen nog partner bij Simmons & Simmons) op leugenachtige wijze dingen zou gaan roepen over een rechter is beyond any reality.

Alarmerend is dat Westenberg in zijn memorie van grieven tal van stukken bijvoegt die alleen afkomstig kunnen zijn uit de archieven van de grote tegenstander van Chipshol in de gewraakte procedure, Forward Business Parks (de partij die door Westenberg enorm is bevoordeeld met absurde uitspraken) of uit de archieven van Stibbe, het kantoor dat Forward bijstaat. Zoals bekend is Stibbe ook het kantoor dat al jaren de oorlog aanvoert die Schiphol tegen Chipshol voert. Hiermee toont Westenberg zijn partijdigheid eens te meer aan: in zijn aanvallen op Kat (en Smit) moet hij steeds zwaarder gaan leunen op de partij die door hem op onrechtmatige wijze werd bevoordeeld.

Een chronologisch overzicht van de zaak-Westenberg

2 april 2004: journalist Micha Kat krijgt sommatie van Hans Westenberg om binnen tien dagen aan te geven waarop hij zijn mededeling over hem in zijn boek Topadvocatuur baseert.

20 april 2004: Micha Kat en advocaat Hugo Smit, dan nog partner bij het topkantoor Simmons & Simmons Trenite, worden gedagvaard.

6 september 2004: Westenberg probeert cruciale belastende stukken over hem buiten het geding te houden en intimideert daartoe zijn wederpartij Hugo Smit. Hier zijn de stukken in kwestie te lezen: Buruma Maris 1, Buruma Maris 2, Schaap & Partners 1, Schaap & Partners 2, Schaap & Partners 3.

8 oktober 2004: conflict escaleert op een comparitie die was bedoeld om de partijen nader tot elkaar te brengen.

16 januari 2005: De Rotterdamse advocate Marianne Dumont legt verklaring af tegen Westenberg: ook zij werd verregaand geintimideerd door de rechter.

24 januari 2005: Pieter Lakeman, bedrijfsonderzoeker van naam en faam, legt verklaring af tegen Westenberg.

30 maart 2005: Westenberg zegt dat advocate Marianne Dumont een leugenachtige verklaring heeft afgelegd.

4 juli 2005: A. van Delden, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, aangeschreven over mogelijk corrumperende nevenactiviteiten van Westenberg.

31 oktober 2005: pleidooien voor de rechtbank Rotterdam. Westenberg valt fotograaf van HP/de Tijd aan.

25 november 2005: HP/de Tijd komt met verhaal De Vechtende Rechter van de hand van Thieu Vaessen.

7 december 2005: aan het licht komt dat Westenberg procedeert op kosten van de belastingbetaler via een geheim fonds van de Raad voor de Rechtspraak. Kat probeert hier meer duidelijkheid over te krijgen via een WOB-procedure.

14 december 2005: Kat behaalt een complete overwinning op Westenberg: de uitlating in zijn boek kan op geen enkele wijze onrechtmatig tegen Westenberg zijn. Advocaat Hugo Smit krijgt een bewijsopdracht in het kader waarvan getuigen zullen moeten worden gehoord. De enige krant die aandacht besteedt aan de overwinning van Kat is De Telegraaf in een kort stuk van de hand van Bart Mos.

22 december 2005: WOB-verzoek van Kat om nadere informatie over het ‘fonds’ dat rechters blijken te kunnen gebruiken om te procederen afgewezen.

17 maart 2006: Westenberg kondigt al vast aan in hoger beroep te gaan als hij niet wint van Smit.

7 mei 2006: SP-kamerlid Jan de Wit wil uitleg van Van Delden over het geheime ‘fonds’ dat de proceskosten van Westenberg betaalt.

12 mei 2006: eerste getuigenverhoor; Westenberg pleegt meineed.

24 mei 2006: Kat krijgt brief in handen van A. van Delden aan SP-kamerlid De Wit waarin Van Delden afstand neemt van het vonnis van de Rotterdams rechtbank waarin Kat vrijuit gaat en stelt dat wat Kat opschreef ‘niet door de beugel kan’.

30 mei 2006: Raad voor de Rechtspraak distantieert zich officieel van het vonnis pro-Kat van de Rotterdamse rechtbank.

15 september 2006: tweede getuigenverhoor. Dumont blijft bij haar eerdere verklaringen op schrift.

31 januari 2007: Nieuwe Revu komt met coververhaal De Liegende Rechter van de hand van Stan de Jong. De coverfoto is gemaakt op het moment dat Westenberg op 12 mei 2006 de rechtbank binnengaat voor het eerste getuigenverhoor waar hij meineed zal plegen. De fotograaf werd verregaand geintimideerd en moest zijn foto’s van de bewaking deleten, maar wist deze te behouden.

16 februari 2007: derde getuigenverhoor. Westenberg beschuldigt nu een collega van de zaken waarvan hij zelf wordt beschuldigd. De voorzitter meldt in het proces-verbaal van deze ronde getuigenverhoren dat er een nieuwe (schriftelijke) ronde gaat komen.

14 november 2007: Westenberg kondigt hoger beroep aan tegen Kat.

23 januari 2008: Hugo Smit wordt veroordeeld; zijn uitlatingen over Westenberg tegen Kat zijn onrechtmatig en hij moet een schadevergoeding betalen.

20 maart 2008: Westenberg dient zijn stukken in inzake het hoger beroep tegen Micha Kat.

Print Friendly, PDF & Email
Share