Rechters beloond voor ‘dienstbaarheid’ aan Staat?

rechter.jpgDe president van de rechtbank Haarlem Frits Bakker is recent gepromoveerd tot president van de rechtbank Den Haag. De president van de rechtbank Rotterdam, Erik van den Emster, is sinds enkele weken actief als voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering –maar indirect ook voor de kwaliteit van het werk- van alle Nederlandse gerechten behalve de Hoge Raad. De promoties zouden onder normale omstandigheden reden moeten zijn tot felicitaties aan de heren magistraten. Maar rond deze benoemingen hangt een ‘geurtje’ dat reden zou moeten zijn tot zorg.
Een promotie tot een topfunctie binnen de rechterlijke macht zou het gevolg moeten zijn van bewezen kwaliteiten en –vooral- van onberispelijk gedrag en moreel gezag. In het geval van Bakker wijst juist alles op een gebrek daaraan. Zijn rechtbank scoort immers het laagst van Nederland wat betreft de output aan afgedane zaken en raakte dit jaar fors in opspraak wegens een nog nooit eerder vertoonde vervanging van een compleet college waarna de onderhavige zaak zich ‘opeens’ geheel en al in het voordeel ontwikkelde van de Staat. Toen Bakker als verantwoordelijke voor deze vervanging ter verantwoording werd geroepen, legde hij verklaringen af die aantoonbaar onjuist zijn. En toen gebiedsontwikkelaar Chipshol, de benadeelde partij, via voorlopige getuigenverhoren de gang van zaken rond deze vervanging boven tafel trachtte te krijgen, verzette hij zich tegen de waarheidsvinding. Bakker heeft het vertrouwen van de burger in de rechter bepaald niet vergroot, maar toch wordt hij gepromoveerd. Zou het kunnen dat deze promotie een beloning is voor zijn ‘gouvernementele’ ingrijpen in de Chipshol-rechtsgang via de genoemde vervanging van het college?

De Raad voor de Rechtspraak gaat over de benoemingen binnen de rechterlijke macht. Er wordt in de procedure geen onderscheid gemaakt tussen presidenten en andere bestuursleden. De kandidaten solliciteren zelf bij de betreffende rechtbank of hof. Hierop doet het gerecht (na interne consultatie van ondermeer de medewerkers van het gerecht en de Ondernemingsraad) een voordracht bij de Raad. Deze stelt een aanbeveling op voor de minister en die stuurt de voordracht naar HM voor ondertekening. M. Boer, woordvoerder van de Raad: “Kennelijk hebben de rechtbank Den Haag en de Raad voor de Rechtspraak een positief oordeel over Bakker.” Wat vindt de Raad van het verwijt dat iemand wordt gepromoveerd op grond van diens ‘gouvernementele houding’? Boer: “Iemand wordt niet geselecteerd op basis van publikaties in de media maar op basis van leidinggevende kwaliteiten.”

Over van den Emster zijn geen negatieve feiten bekend dus zou voor hem een felicitatie op zijn plaats kunnen zijn. Toch knaagt de twijfel. Want kort nadat hij in Den Haag aan de slag ging moet zijn voormalige rechtbank vonnis wijzen in een zaak waarin de geloofwaardigheid van de rechterlijke macht in ons land meer dan ooit tevoren op het spel staat, de zaak-Westenberg. Deze vice-president van de Haagse rechtbank kwam in 2004 in het geweer tegen een beschuldiging van een advocaat dat hij voorafgaand aan een cruciale zitting een procespartij telefonisch heeft geintimideerd. Voor de rechterlijke macht een zaak van leven en dood, zou je kunnen zeggen, want als deze rechter zijn zaak verliest, zou voor het eerst in onze geschiedenis zijn vastgesteld dat een rechter ‘niet deugt’ in de uitoefening van zijn beroep. Opvallend genoeg viel ook het omstreden optreden van Westenberg –net als dat van Frits Bakker- in het nadeel uit van Chipshol. Het moge duidelijk zijn dat de rechterlijke macht er alles aan gelegen is Westenberg ongeschonden uit dit gevecht naar boven te trekken. Zou het zo kunnen zijn dat de promotie van Van den Emster tot voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak net zo’n soort beloning is als die van Bakker, namelijk voor het ‘gouvernementeel ingrijpen’ in een lopende zaak, in het geval van Van den Emster zodat ‘zijn’ rechtbank te Rotterdam eind januari zal vonnissen ten faveure van zijn Haagse collega?

M. Boer van de Raad over de benoeming van de voorzitter: “Deze moet gezag hebben in de presidentenvergadering waar 25 presidenten aanzitten: 19 van de arrondissementen, 5 van de ressorten en die van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Blijkbaar heeft Van den Emster dat gezag.”

Daarbij komt dan nog de complicerende omstandigheid dat de Raad de procedure voor Westenberg financiert. Dat zorgt ervoor dan Van den Emster als ‘hoogste man’ van juridisch Nederland na de minister een rechtstreeks belang heeft bij de uitkomst van deze zaak. En als Westenberg mocht verliezen, moet Van den Emster beslissen over de financiering van het hoger beroep tegen het vonnis van zijn voormalige rechtbank. Is het in het licht van dit alles waarschijnlijk dat de rechtbank Rotterdam in onafhankelijkheid kan vonnissen over het lot van rechter Westenberg?

Deze ‘samenzweringstheorie’ wordt minder onwaarschijnlijk als we ons realiseren dat er reeds een duidelijk voorbeeld is voor het ‘belonen van falen’ binnen de rechterlijke macht: Carla Eradus, president van de rechtbank te Amsterdam. Als enige ‘hoge’ rechter in ons land werd zij ‘veroordeeld’ door de Hoge Raad wegens misbruik van macht en toen ze president was van het Hof Leeuwarden brak er een opstand uit onder de raadsheren wegens haar nepotisme. De raadsheren smokkelden een brandbrief naar buiten –ondertekend door 23 van hen- waarin werd gesteld dat de geloofwaardigheid van het Hof onder Eradus op het spel stond. Vervolgens werd zij uit Leeuwarden weggehaald om op het ministerie te Den Haag mee te werken aan de oprichting van de Raad voor Rechtspraak en loyaal de orders uit te voeren van ‘hogerhand’. Zij werd vervolgens gepromoveerd tot president van de belangrijkste rechtbank van ons land.

Print Friendly, PDF & Email
Share