Raad voor de Rechtspraak geen bestuursorgaan

‘PROCESKOSTENVOORZIENING’ RECHTERS NIET SCHRIFTELIJK VASTGELEGD

Het feit dat rechter Hans Westenberg op kosten van de belastingbetaler mag procederen om af te rekenen met criticasters heeft vele vragen opgeworpen. In antwoord op de vragen van Matthijs Kaaks, de advocaat van Micha Kat die op grond van de WOB-wetgeving om openheid verzocht over de betreffende regels, antwoordde de Raad als volgt:

Geachte heer Kaaks,

In uw brief van 28 november 205 verzoekt u op grond van artikel 6 van de WOB om toezending van afschriften van stukken betreffende financiele ondersteuning van rechters die betrokken worden bij juridische procedures. De Raad voor de rechtspraak wordt in de Algemene wet bestuursrecht echter niet aangemerkt als bestuursorgaan (zie artikel 1, lid twee onder c) en de WOB is dus niet van toepassing.
Wel kan ik u meedelen dat het vast beleid is dat de kosten voortvloeiende uit vorderingen tegen rechters wegens optreden in hun functie door de Staat worden gedragen. In dit geval heeft de Raad voor de rechtspraak besloten om deze procedure daarmee op een lijn te stellen.

Hoogachtend,

A.H. van Delden.

Of de Raad in juridische zin nu wel of geen bestuursorgaan is, tsja… Wat veel onrustbarender is is de laatste zin van Van Delden waarin hij zegt dat de betreffende regeling bedoeld is om rechters te financieren die worden betrokken in een procedure maar dat in het geval van Westenberg die de procedure zelf begon een uitzondering is gemaakt zodat ook hij kon procederen vanuit de Staatskas. Waarom is die uitzondering gemaakt? Waarom niet gewoon vastgehouden aan de vuistregel?
Journalist Kat heeft de Raad zelf ook vragen gesteld. Hij kreeg (14 december) antwoord van P. H. Banda, juridisch adviseur van de Raad. Deze schrijft ondermeer: “De afspraak is als zodanig niet schiftelijk vastgelegd, al is er in bijvoorbeeld de verslagen van het interne beraad tussen de Presidentenvergadering en de Raad wel het een en ander over te vinden.” En ook: “Van toewijzing van gelden is geen sprake. Indien een declaratie van een rechtsbijstadverlener moet worden betaald, ben ik daarvoor ‘tekenbevoegd’. Omdat het belang van het betrokken gerecht en van de rechtspraak als geheel voorop staat bij het dragen van deze kosten door de Raad, beslist over het instellen van appel of cassatie -voor zover de kosten daarvan voor rekening komen van de Raad- de president van het betrokken gerecht, na overleg met mij.

Print Friendly, PDF & Email
Share