Raad: Er brandt een lichtje! Uit! Uit!

THANS WORDT BEKEKEN OF DE RAAD VOOR DE JOURNALISTIEK KAN WORDEN GEDAGVAARD * RAAD BIEDT MICHA KAT CS. GEEN KANS HUN NAAM TE ZUIVEREN

“Er brandt een lichtje! Een lichtje! De camera loopt nog!” schreeuwde een bijna hysterische secretaris van de Raad voor de Journalistiek Daphne Koene tijdens de schermutselingen die vooraf gingen aan wat de behandeling had moeten worden van een loodzware klacht tegen ondermeer de Leeuwarder Courant [hier alle achtergronden]. Die behandeling zou er echter niet van komen, ook op deze tweede zitting niet. De reden: de Raad weigert zich te laten filmen. Voorzitter Lebesque smeekte ons ten einde raad de klacht dan maar ‘in te trekken’. Toen we aangaven dat niet van plan te zijn, kondigde hij -in flagrante strijd met zijn eigen regels- aan uitspraak te gaan doen zonder zonder behandeling.

Nog niet eerder moest de Raad voor de Journalistiek zo diep door de modder als gistermiddag. Hoe is het vatten dat een Raad die gaat over media en publicaties in de grootste zaak van het jaar -misschien wel in haar hele geschiedenis- in het duister wenst te opereren? Temeer daar de enige aanwezige procespartij -wij als klagers- uitdrukkelijk willen dat de zaak op video wordt vastgelegd waardoor het vermaledijde ‘privacy-argument’ reeds direct komt te vervallen? Hoe kan deze Raad nog onpartijdig oordelen in een zaak waarin het gebruik van een camera centraal staat als men zelf blijk geeft van een perverse vorm van ‘camera-hysterie’ onder leiding van secretaris Koene? Leven de leden van de Raad nog in het begin van de negentiende eeuw toen journalisten nog werkten met kroontjespennen en de krant werd gezet met letters uit de letterbak? Begrijpt de Raad niet dat deze klacht op zichzelf een nieuwsitem vormt van jewelste en daarom moet worden vastgelegd? Is de Raad voor de Journalistiek aldus niet zelf bezig journalistiek onmogelijk te maken waardoor het een Raad wordt tegen de Journalistiek? En hoe valt het camera-verbod te rijmen met de camera’s die in het pand hangen ter ‘beveiliging’ en die ons ongevraagd filmen? En wat het niet voorzitter Lebesque zelf die herhaaldelijk -zowel op de zitting in maart als ook later per email bij monde van Koene- heeft gezegd dat de zittingen ‘in principe openbaar zijn’ en dat er wordt ‘gewerkt’ aan ‘beleid’ dat camera-registratie ‘mogelijk moet maken’? Waarom mogen wij dan niet filmen? Omdat het ‘nu nog staand beleid is’ de camera te verbieden? En is het niet in het directe belang van de transparantie, de openbaarheid en de controleerbaarheid van de Raad alles wat er op zittingen gebeurt vast te leggen? Heeft de Raad er in onze zaak niet eerder blijk van gegeven dat deze controle broodnodig is omdat op de vorige zitting een van de leden een gigantisch conflict of interest bleek te hebben waardoor deze tweede zitting nodig was? Dit zijn zomaar wat vragen. Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk? Waarom? Waarom doet de Raad zo hysterisch en dreigden verschillende leden ‘de zaal te verlaten’ als ze zouden worden gefilmd? Omdat we zo’n sterke zaak hebben en de Raad bang is voor exposure op YouTube van een totaal partijdige en incompetente wijze van behandeling waarin ze de MSM moeten laten winnen omdat ze totaal corrupt zijn?

MAAR HET BELANGRIJKSTE ARGUMENT IS DAT WE GEWOON DE WET AAN ONZE KANT HEBBEN EN ER GEEN ENKELE MOGELIJKHEID BESTAAT ONS TE VERBIEDEN TE FILMEN WAAR WE WILLEN BEHOUDENS ENKELE ZEER SPECIFIEKE GEVALLEN WAARIN DE STAATSVEILIGHEID IN HET GEDING IS! Dit geldt a fortiori nu wij journalisten zijn die bezig zijn met nieuwsgaring en het hier een situatie van rechtspraak betreft die reeds ‘in principe’ openbaar is en op video mag worden vastgelegd MAAR NIET IN ONS GEVAL!

Onze cameraman Eric Donk, zelf ook klager in de zaak, heeft enige opnames gemaakt maar zette de camera op een gegeven moment onder de extreme druk van de Raad en het hysterische geschreeuw van Koene toch uit. Wellicht kan JDTV binnenkort wat laten zien.

Print Friendly, PDF & Email
Share