Pieter Lakeman legt verklaring af tegen Westenberg

LAKEMAN: WESTENBERG WAS PARTIJDIG

Pieter Lakeman, de gezaghebbende voorzitter van SOBI (Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie), heeft op 24 januari een belangrijke verklaring afgelegd in de zaak die rechter Westenberg, vice-president van de rechtbank Den Haag, heeft aangespannen tegen advocaat Hugo Smit en journalist Micha Kat. Lakeman raakte bij deze zaak betrokken in 1994 als adviseur van Chipshol, de door Westenberg in meedere procedures benadeelde partij. In 1994 kwam voor het eerst aan het licht dat Westenberg er merkwaaridige praktijken op na houdt waar het gaat om zijn (on)afhankelijkheid. In dat jaar leidde zijn optreden reeds tot grote consternatie. In 1994 verklaarde Lakeman echter nog, ook toen gevraagd naar zijn oordeel over het optreden van Westenberg, dat hij geen reden had te twijfelen aan diens integriteit. Nu, in 2005, denkt hij hier geheel anders over. Dit is wat hij op schrift verklaarde en wat door de gedaagde partij Kat als produktie in de procedure zal worden ingebracht:

Mr. Westenberg laat zeggen niet te kunnen beoordelen waar mijn ‘ongemotiveerde tournure’ op is gebaseerd. Hiermee bedoelt hij kennelijk de mededeling in mijn brief van 23 september 2004 dat ik enkele jaren na 14 december 1994 anders ben gaan denken over de rol die mr. Westenberg in de betreffende procedures heeft gespeeld.
Mr. Westenberg suggereert dat mijn ‘prompte, spontane, ongevraagde en ondubbelzinnige’ verklaring uit 1994 waarheidsgetrouwer is dan mijn brief van 23 september 2004. Die suggestie is onjuist: beide brieven geven even adequaat en volledig de werkelijkheid en de waarheid weer. Mijn visie op de rol van mr. Westenberg is niet veranderd door bevangenheid, tijdverloop of ‘voortschrijdend inzicht’, maar doordat mij nieuwe feiten bekend werden.
De nieuwe feiten die mij tot een ander inzicht brachten betroffen een KG-vonnis uit 1996 waarin mr. Westenberg de heren Poot cs. van Chipshol onder meer verbood hun recht te zoeken bij de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof op straffe van dwangsommen van vele tientallen miljoenen guldens per overtreding en de later gebleken ambitie van mr. Westenberg ook een positie te bekleden in de Kamer die de betreffende zaak in de bodem zou beoordelen. Mr. Westenberg demonstreerde hiermee m.i. een meer dan gezonde belangstelling, althans een meer dan normale belangstelling, te hebben voor zijn eigen eerdere beslissing.
Ik achtte dit, en acht dit nog steeds, dermate vreemde vonnissen en gedragingen dat ik daardoor anders ben gaan denken over de partijdigheid van mr. Westenberg. Enerzijds besef ik dat het ongehoord is om in Nederland een vermoeden van partijdigheid uit te spreken van een rechter in functie, anderzijds beklemtoont deze ongehoordheid m.i. dat de rechterlijke macht in Nederland in het algemeen boven iedere twijfel verheven is.

Hoogachtend,
P.T. Lakeman
Voorzitter SOBI

Print Friendly, PDF & Email
Share