OP NAAR 9-28: FILMEN TOEGESTAAN

BREAKING: CHIPSHOL MAG DEMMINK NIET BEVRAGEN OVER SEKSFEESTEN IN TURKIJE, PEDOFILIE EN CHANTAGE * KINDERVERKRACHTENDE TOPAMBTENAAR OP ALLE MOGELIJKE WIJZEN IN BESCHERMING GENOMEN * GELUKKIG KAN DE CAMERA NIET WORDEN GEWEERD

From: “micha kat”
To: “Voorlichting Hof (Amsterdam)”

L.S.,

Nu we geen motivering hebben mogen ontvangen inzake het op het eerste gezicht onrechtmatige besluit onze camera’s te weren gaan we ervan uit dat we morgen tijdens het verhoor van de pedofiel J. Demmink gewoon opnames mogen maken zoals de wet ook voorschrijft.

met vriendelijke groet,

Micha Kat
journalist

Lees verder voor een uitgebreide juridische onderbouwing voor het toelaten van de camera in de rechtszaal. Het stuk is geschreven op basis van de strafzaak tegen Micha Kat en Eric Donk, maar is mutatis mutandis geheel van toepassing op de situatie van vandaag. Dat geldt vanzelfsprekend a fortiori voor de genoemde wet- en regelgeving en de jurisprudentie. Mochten er vandaag mensen met camera in de problemen komen, kan naar onderstaand stuk worden verwezen.

Petitum: de verdachten Kat en Donk mogen hun eigen zittingen vastleggen op video. Er is geen wettelijke grondslag hen dit te beletten.

Argumentatie:

1. De (rechts)regels en jurisprudentie kunnen de camera in het onderhavige geval op geen enkele wijze uit de rechtszaal weren (zie onder)

2. Als een verdachte in een strafzaak uitdrukkelijk wenst dat de zaak tegen hem op video wordt vastgelegd, dient reeds die wens doorslaggevend te zijn. Elke verdachte heeft recht op vastlegging van het proces dat de Staat tegen hem aanspant.

3. Nu verdachten journalisten zijn, hebben zij het recht als journalist verslag te doen van hun eigen zitting op de wijze die zij wensen (EVRM: journalisten genieten maximale vrijheid bij het uitvoeren van hun werkzaamheden)

4. Nu de Staat zelf in meerdere hoedanigheden betrokken is bij deze procedure –als aanklager, als aangever, als gelaedeerde, als rechtsprekende- en kritiek op Justitie de kern vormt van de tenlastelegging, is een beslissing de camera te weren een partijdige beslissing die de rechters bij uitstek vatbaar maakt voor wraking zoals reeds meermalen is gebleken in deze zaak.

5. De procedure in kwestie is bij uitstek nieuwswaardig en bijzonder om meerdere redenen: de aard van de tenlastelegging, de identiteiten van de verdachten en gelaedeerden, het maatschappelijke belang van de kwestie en de actualiteit (kredietcrisis, rechtstaat in verval), de overdadige publiciteit over zaken waarmee de verdachten zich bezighouden (Westenberg, Kalbfleisch) dat het weren van de camera een ernstig en ontoelaatbaar beletsel zou opwerpen voor het volgen van belangrijke nieuwsontwikkelingen.

6. Tot nu toe is er sprake van een absolute en uiterst schadelijke willekeur bij het toelaten van de camera: als het de staat uitkomt mag het, anders niet. Aan deze wantoestand die de kwaliteit van ons (straf)proces ernstig ondermijnt dient zo snel mogelijk een einde te komen, zulks temeer in deze tijd van internet, handcams en YouTube.

7. Volgens de Persrichtlijn van de Raad voor de Rechtspraak dient een president zijn beslissing een camera te weren in het openbaar te motiveren. Hiertoe is de rechter doorgaans niet in staat zoals ook bleek in onze zaak waarin een onrechtmatige motivering werd gebruikt. Aan deze ernstige weeffout dient een einde te worden gemaakt via in principe altijd toelaten van de camera. Slechts in uitzonderlijke en duidelijk omschreven gevallen dient de camera te kunnen worden geweerd.

8. Ter controle op het werk van OM en ZM is het noodzakelijk dat alles wat er op een strafzitting gebeurt en wordt gezegd wordt vastgelegd. Dit kan een einde maken aan ondermeer onenigheid over de inhoud van PV’s. Dit is ook in het belang van de rechterlijke macht.

9. Thans blijken de meeste rechtbanken te discrimineren naar de aard van het medium bij hun beslissing de camera al dan niet toe te laten. ‘Staatsvriendelijke’ media zoals NOS en RTL krijgen dan doorgaans een voorkeursbehandeling boven kritische media. In onze zaak was dit ook aan de orde. Aan deze ernstige en ook onrechtmatige beperking van de persvrijheid door nota bene rechters dient zo spoedig mogelijk een einde te worden gemaakt. Er is dus niet alleen sprake van willekeur als het gaat om de aard van de zaak (punt 6) maar ook als het gaat om de aard van het medium.

10. In de betreffende procedure zijn de verdachten reeds twee maal het slachtoffer geworden van onrechtmatige e/o onjuiste motiveringen hun camera te weren. De politierechter motiveerde dat zij ‘geen NOS of RTL zijn’ en de tweede wrakingskamer weerde de camera op basis van de wens van de eerste wrakingskamer hetgeen in flagrante strijd is met persrichtlijn die (blz. 13) immers voorschrijft dat ‘professionele procesdeelnemers’ geen bezwaar dienen te hebben tegen het ‘opnemen van hun optreden’. Door deze herhaling van onheuse zetten tegen een grondrecht van de verdachten wordt de indruk gewekt alsof de rechtbank het filmen in deze zaak wil beletten vanuit de aard van de zaak. Dit maakt de noodzaak tot vastleggen en controle juist des te groter, reden waarom de camera dient te worden toegelaten.

Jurisprudentie, regelgeving

1. Centraal staat de genoemde Persrichtlijn (2008) van de Raad voor de Rechtspraak. Daarin staat het volgende: Rechtszittingen hebben in beginsel plaats in het openbaar. Het doel van deze openbaarheid is onder meer het mogelijk maken van controle op het werk van rechters, officieren van justitie en advocaten (blz. 1). Deze controle kan alleen effectief worden uitgeoefend via beeld- en geluidsregistratie

2. In dezelfde persrichtlijn (blz. 1) wordt als een van de redenen aangegeven voor de update van de oude richtlijn in 2003 het uitbreiden van de opnamemogelijkheden voor radio en televisie.

3. In dezelfde Persrichtlijn (blz. 3) worden omstandigheden genoemd die aanleiding kunnen vormen voor het beperken van de openbaarheid cq. het weren van de camera op een openbare zitting. Geen van deze omstandigheden is in de procedure tegen Kat en Donk aan de orde. Sterker: vele van deze omstandigheden worden juist gecreëerd door het weren van de camera en niet door het toelaten ervan zoals: een niet-ordelijk verloop van de zitting, een niet-eerlijke behandeling van de zaak en het niet eerbiedigen van de ‘persoonlijke levenssfeer’ van de verdachten nu dezen juist uitdrukkelijk wensen dat er gefilmd wordt.

4. De president kan in principe bepalen dat een zitting plaatsvindt ‘achter gesloten deuren’ maar de criteria die daarvoor gelden zijn op geen enkele wijze van toepassing op de onderhavige strafzaak (blz. 7 Persrichtlijn).

5. De wens van rechters, officieren van Justitie en advocaten niet te worden gefilmd kan nooit een reden zijn de camera te weren. Uit de Persrichtlijn (blz. 13): In beginsel wordt er vanuit gegaan dat deze professionele procesdeelnemers er geen bezwaar tegen hebben dat hun publieke optreden wordt opgenomen. Dat geldt vooral voor rechters en officieren van justitie van wie het functioneren nu juist het onderwerp van de controle van de pers vormt.

6. In aansluiting op argument 3 zou het zelfs helemaal geen rol hoeven te spelen of de president de camera al dan niet toelaat. Immers, op grond van zijn status als journalist claimt Kat het recht ook te mogen filmen met een verborgen camera, zulks op de voet van recente jurisprudentie zoals (2007) LJN BB6850, Hof Amsterdam, 1266/07 SKG (verdachte van zedendelict mocht worden gefilmd met verborgen camera) en LJN BP6162, HR 09/04045 (2011) waarin de HR zelfs stelde dat een verborgen camera acceptabel is ‘als de journalist geen andere weg openstaat een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten’.

Print Friendly, PDF & Email
Share