Ook Hirsch Ballin gechanteerd

Hierboven deel 2 van de Demmink-personferentie te Nieuwspoort ter presentatie van het boek De Demmink-Doofpot. Het wordt schokkender en schokkender. In vier grote kranten -AD, Eindhovens Dagblad, Noordhollands Dagblad en Trouw- is vrijdag openlijk gesproken over chantage op basis van Demmink’s kindermisbruik. Vreemd: op internet zijn de genoemde publicaties nergens terug te vinden. Justitie en de politiek net als NOS en NRC Handelsblad blijven zwijgen.  Inmiddels is er ook een nieuwe -vierde- aangifte tegen Demmink gedaan bij het Landelijk Parket en is de derde aangifte uitgebreid met de klacht van het intimideren en zelfs martelen in opdracht van Demmink van de aangever Mustafa Y. Hierover later meer, maar hieronder vast twee passages uit deze nieuwe aangiftes. NIET VOOR KINDEREN EN LEZERS ONDER DE 21 JAAR!

Uit de nieuwe aangifte van Osman B., d.d.25 mei 2010:

Het was vrij laat, als ik me niet vergis was het na middernacht. Hij was ook behoorlijk aangeschoten, dronken. Hij zei: kom, laten we naar bed gaan, gaan slapen. Vervolgens begon hij mij ook te aaien over mijn hoofd. Hij begon dingen te doen die ik niet wilde, en begon me aan te raken op bepaalde plekken van mijn lichaam. Deze man was ook behoorlijk oud. Ook als hij niet oud was geweest, waren het dingen die ik als kind nog niet wilde. Toen hij me begon te betasten op mijn lichaam, ben ik agressief geworden, probeerde ik te vluchten en ben ik weggelopen richting badkamer. Ik ben de badkamer ingegaan, de badkamer weer uitgegaan, en gaan lopen richting de deur. Ik weet niet hoe dat is gegaan, maar zijn chauffeur kwam ook ineens plotseling binnen. Hij zei op harde toon: doe wat deze man je zegt. Hij zei: verzet je niet tegen hem, anders loopt het slecht af. Ik ben toen bang geworden, ik was nog maar een kind. Die nacht zijn er dingen gebeurd die ik niet wilde. Ik ben seksueel misbruikt, om open te zijn.

p. 15    (KL:    Ja? Wat zei de chauffeur?) (—)

Toen hij voor me bleef staan, bleef ik ook staan. Hij zei: waar ga je naar toe? Ik zei: ik wil weg. Hij zei: je kan niet weg, je moet doen wat deze man je vraagt. Hij zei dit op harde toon en zei: anders loopt het slecht met je af. (—)

Het was niet nodig om mij fysiek tegen te houden. Hij zag er heel sterk uit, en ik was uiteindelijk nog maar een kind. (—)

(KL:    Oké. Kon hij ontsnappen op dat moment?)

Aan zo’n persoon niet, want hij stond voor de deur.

(KL:    Maar als hij had kunnen ontsnappen, dan was hij ontsnapt?)

Jazeker, dan was ik gevlucht.

(—) Ja, omdat ik bang was heb ik vervolgens niet meer geprobeerd om te vluchten nadat ik deze man had gezien. Ik dacht: iemand die dit kan, kan mij ook vermoorden. (—)

Uit de uitgebreide aangifte van Mustafa Y., d.d.25 mei 2010:

Er is tussen Orhaneli en de boerderij een pad van ongeveer 7 km. Mijn bazen stuurden me af en toe naar Orhaneli, het is een looppad door het bos, het is een afgelegen weggetje, en als mijn werkgevers mij naar Orhaneli stuurden om iets te halen, dan ging ik lopend drie kwartier heen en drie kwartier terug. Een afgelegen weggetje. Drie personen hebben daar mijn weg versperd, een grote spijker in mijn been geduwd net zo lang tot ik begon te schreeuwen, te huilen en te smeken, ik probeerde natuurlijk tegen te stribbelen, ik heb ook gescholden op ze, ik heb ook gezegd dat alles wat ik heb gezegd helemaal waar is en zei zeiden dat als ik niet zou doen wat ze mij zeiden, ze mijn gezin iets zouden aandoen. En ze hebben me met de dood bedreigd. Dit heb ik nooit verteld aan mijn vrouw. Ik wilde niet dat zij bedroefd zou zijn. Vijf zes maanden daarna… ik ontving toen geld van het provinciebestuur, een soort sociale hulp van 300 lira per maand, toen ik niet thuis was, is iemand aan de deur geweest en die persoon heeft naar mij gevraagd met de mededeling dat ze waren gekomen voor hulp en mijn vrouw heeft toen gezegd dat ik in de stad was. Die personen zeiden: we komen morgen zo rond de klok van 9, 10 weer terug en we gaan dan met uw man ergens naar toe om behulpzaam te zijn, we gaan u helpen. De volgende dag kwam iemand in pak die er heel netjes uitzag en die zei: kom, we gaan je helpen om rond te kunnen komen, voor je levensonderhoud, we gaan je kolen geven. Ik zocht er helemaal niets achter omdat ik sowieso hulp verwachtte van het districtsbestuur. Ik ben in vertrouwen ingestapt. Op een gegeven moment zijn we vanuit Orhaneli vertrokken richting Kestel en na Bursa richting Yalova zijn ze de zijweg naar het dorp Sugoren in gereden.

Voordat we bij Sugoren aankwamen stapte bij het benzinestation een vaag type, bebaard, lang haar, ook in de auto. Totdat die persoon was ingestapt had ik geen enkel wantrouwen. Ze zeiden: er is een brief voor jou van Mehmet Emin Aslan. We hadden je gewaarschuwd dat we je niet zouden laten leven, we zeiden toch dat we je leven zouden vergallen, en voordat ik iets kon zeggen pakte de ene me beet, drukte heel hard tegen mijn kaken, en zei van: haal je tong tevoorschijn. Dat wilde ik niet, dus die man in pak heeft toen mijn tong uit mijn mond getrokken. In de tussentijd – ik wilde dat natuurlijk niet , ik probeerde me te verzetten – kreeg ik allemaal klappen op mijn buik, op mijn lichaam,  En die bebaarde man heeft toen met een scheermes in mijn tong gesneden”. (Mustafa op p. 12 van zijn verklaring, prod. 1)

Hierna de tekst van de advocate van Mustafa Y.:

Bovenvermelde feiten moeten worden onderzocht, zo lijkt mij. Een rechtsstaat als Nederland pretendeert te zijn, kan zich niet permitteren, dat ook maar een fractie waar zou zijn van wat Mustafa verteld over één van de hoogste vertegenwoordigers van ons Ministerie van Justitie zonder dat dit zou worden onderzocht. Het gaat hier om een aangifte niet alleen van verkrachting en seksueel misbruik van een weerloze jongen jonger dan 16 jaar, maar tevens om het misbruik van een hoge ambtelijke positie om deze delicten te kunnen plegen. De daarop volgende meer recente ernstige intimidatie van het slachtoffer om zijn aangifte tegen deze Nederlandse justitieambtenaar in te trekken, heeft plaatsgevonden door een hooggeplaatste Turkse politieman met wie het Nederlands Ministerie van Justitie en de daaraan verbonden ambtenaren regelmatig beroepsmatig contact hadden. Naast overtreding van de artikelen 242 en 245 Sr, verkrachting en seksueel binnendringen bij iemand beneden zestien jaar, is hier sprake van ondermeer de delicten strafbaar gesteld in de artikelen 47 jo. 285a, 303 en mogelijkerwijs 308 en 309 Sr, (het uitlokken van) het belemmeren van de uitingsvrijheid van personen en mishandeling al dan niet in de uitoefening van enig ambt gepleegd. Ook van deze thans nieuw opgekomen strafbare feiten doe ik hierbij namens cliënt aangifte tegen Joris Demmink alsmede tegen mogelijke Nederlandse NN medeplegers.

Ik hoop thans op korte termijn van uw parket te vernemen dat er onderzoek naar de feiten wordt ingesteld en dat Mustafa onder de door hem gestelde voorwaarden in Nederland nader zal worden verhoord, bij gebreke waarvan ik mij namens cliënt zal moeten wenden tot het Gerechtshof met het verzoek uw parket te bevelen tot vervolging over te gaan.

Hoogachtend,

Adèle van der Plas

Print Friendly, PDF & Email
Share