Omstreden rechter intimideert wederpartij

WESTENBERG WIL CRUCIALE STUKKEN NIET IN GEDING

De vice-president van de Haagse rechtbank, mr. J. Westenberg, heeft zijn wederpartij in een procedure die hij zelf heeft aangespannen geintimideerd om bepaalde cruciale stukken niet in het geding te brengen. Het betreft hier stukken die zijn onpartijdigheid in twijfel trekken in een omstreden rechtsgang. Deze wederpartij, advocaat Hugo Smit van Simmons & Simmons Trenite, heeft Westenberg er in het boek Topadvocatuur van journalist Micha Kat van beschuldigd in deze rechtsgang ‘uitvoerig te hebben gebeld met advocaten buiten de zitting’. Voor Westenberg was deze beschuldiging reden een procedure op te starten tegen zowel Smit als Kat. In de dagvaardig stelt de advocaat van Westenberg dat de aantijging van Smit ‘diens onpartijdigheid en onafhankelijkheid als rechter in twijfel trekt doordat mr. Smit in strijd met de waarheid suggereert dat mr. Westenberg onderonsjes met advocaten zou hebben gehad in zaken waar hij als rechter bij betrokken is’. Ook stelt hij dat de rechter ‘nimmer met advocaten heeft gebeld in verband met de voormelde procedures’.

In dit licht is het des te verbazingwekker dat Westenberg via zijn advocaat te kennen geeft ‘zich alle rechten voor te behouden indien de betreffende correspondentie in het geding wordt gebracht waaronder het recht om een tuchtrechterlijke klacht tegen mr. Smit in te dienen.’ De stukken waar het om gaat zijn brieven die Smit en de procureur van Smit, mr. Von Schmidt auf Altenstadt, in 1994 aan mr. A. van Delden (toen als president van de Haagse rechtbank Westenberg’s directe superieur) schreven en waarin ze uitvoerig stilstonden bij alle incidenten die de onpartijdigheid van Westenberg in deze zaak ernstig in twijfel trekken. Deze brieven waren voor Van Delden aanleiding, zo liet hij weten in een antwoord aan Von Schmidt ‘de correspondentie inhoudelijk met mr. Westenberg te bespreken’.
De cruciale brieven die een onthullend beeld geven van hoe een rechter zich in een procedure kan opstellen zijn echter in het geding gebracht door gedaagde Kat. Er staat ondermeer in dat Westenberg nota bene zelf tegen Smit heeft gezegd dat hij ‘verschillende keren telefonisch contact heeft gehad met de raadslieden van zijn wederpartij.’ Bij die gelegenheid noemde Westenberg ‘enkele door die raadslieden gemaakte opmerkingen over Smit die buiten het strikt zakelijke karakter gaan van overleg over de orde tijdens pleidooien’.

Buruma Maris
Buruma Maris Vervolg

Schaap & Partners
Schaap & Partners Vervolg
Schaap & Partners Vervolg 2

zie ook de eerdere stukken over deze affaire
het stuk van 13 april 2004

het stuk van 12 mei 2004

Print Friendly, PDF & Email
Share