NRC reageert op klacht over lezersbedrog

JENSMA: KAT HEEFT GRIEF TEGEN DE KRANT IN HET ALGEMEEN

Hieronder de reactie van Folkert Jensma van NRC Handelsblad op de vraag of klager M. Kat ontvankelijk zou moeten zijn inzake zijn klacht over lezersbedrog bij NRC Handelsblad. De reactie dateert van 10 oktober.

Geachte mevrouw Koene,

Dank voor de geboden gelegenheid te reageren op de vraag of klager M. Kat als ontvankelijk gezien moet worden in zijn klacht van 15 september. Ik refereer daarbij gaarne aan de zaak van F. Eeken tegen P. Borst (NRC Handelsblad) en de hoofdredacteur van NOVA (NPS/Vara) van 27 januari 2004. Uw Raad overoog daarin:

“Ingevolge artikel 2 lid 1 van het Reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de publikatie direct betrokken is en hij door die publikatie perssonlijk in zijn belang is geraakt.”
Voor zover ons bekend is de klager niet betrokken bij de Schiedammer parkmoord of de afhandeling daarvan. Ook maakt hij niet aannemelijk dat hij door het genoemde hoofdartikel persoonlijk in zijn belang is geraakt. Het lijkt er eerder op dat de klager een grief tegen de krant in het algemeen heeft die hij wenst te laten beoordelen door de Raad voor de Journalistiek. Het reglement van de Raad laat daarvoor geen ruimte. Klager is dus niet ontvankelijk.
Met vriendelijke groet,

Folkert Jensma
hoofdredacteur

zie ook dit eerdere stuk en dit alsmede de klacht zelf

Print Friendly, PDF & Email
Share