NRC Handelsblad moet kiezen: debat of rechtszaak

ULTIMATUM AAN FOLKERT JENSMA

Reactie op beschuldigingen, anders wellicht rechtszaak namens gedupeerde abonnees

Reeds bijna drie jaar ben ik thans bezig misstanden bij NRC Handelsblad in het openbaar aan de kaak te stellen. Van mijn hand verschenen een boek, een uitvoerig artikel in HP/de Tijd en tientallen artikelen op internet.
Al die tijd heeft u zich als representant van het belangrijkste medium van Nederland nimmer willen verwaardigen met mij het debat aan te gaan. Integendeel, uw reacties bestonden vooral uit het aanvallen van mijn persoonlijke integriteit en motieven.
Deze houding acht ik nu niet langer acceptabel. Ik wil nu echt dat u met mij het debat aangaat over de kwaliteit en (vermeende) onafhankelijkheid van NRC Handelsblad op een nader overeen te komen wijze en plaats. Mijn enige motief hierbij is het in de bres willen springen voor de kwaliteit van de dagbladjournalistiek in Nederland die de laatste jaren sterk onder druk is komen te staan. Bereikt mij in de maand februari van 2005 hiertoe geen voorstel, zal ik het navolgende initiatief nemen:

ik zal tien abonnees van NRC Handelsblad proberen samen te brengen en onderzoeken in hoeverre het haalbaar is deze in een civiele bodemprocedure restitutie laten vorderen van hun abonnementsgelden over de periode 2000-2004. Dit op grond van wanprestatie c.q. onrechtmatige daad zijdens NRC Handelsblad zoals verwoord in ons burgerlijk wetboek.
De onrechtmatigheid komt met name naar voren in het willens en wetens misleiden c.q. desinformeren van de lezer. Recent gaf journalist B. Hulsman daarvan weer een voorbeeld. Diens misleiding is door de krant min of meer toegegeven middels het plaatsen van een rectificerende ingezonden brief. Ook de manipulatie van een enqu?te naar de mening van ‘het Nederlandse volk’ over de Europese grondwet zal een belangrijk element vormen van de dagvaarding/conclusie van eis. Ook op dit punt is door NRC Handelsblad inmiddels toegegeven dat er fouten zijn gemaakt. Een derde element is de fictiejournalistiek gedurende tien jaar van uw voormalig correspondent Marjon van Royen. Ook dit is door NRC Handelsblad reeds min of meer erkend en leidde zelfs tot haar ontslag. Recent kwam hier nog bij de wijze waarop uw krant een toespraak van de Paus ten overstaan van onze nieuwe ambassadeur bij de Heilige Stoel zodanig veranderd weergaf, dat het net leek alsof de Paus partij koos in het Nederlandse integratiedebat. De werkelijke tekst van de Paus komt niet overeen met de weergave ervan in uw krant.
Bewijstechnisch lijkt de eis dus ruim voldoende onderbouwd. Door deze zaken, maar ook door tal van andere die ik in mijn dagvaarding zal opvoeren, ontstaat een (product)aansprakelijkheid van NRC Handelsblad bij de tien abonnees die ten onrechte in de mening bleven een objectief dan wel eerijk/onbevooroordeeld gemaakt medium te ontvangen. Dat een krant partijdig is en geheime agenda’s voert mag wellicht niet sympathiek zijn, het is nauwelijks aan te tonen en bovendien kunnen de lezers dit zelf ontdekken waarop ze ook zelf kunnen beslissen hun relatie met de kramt voort te zetten. Heel anders wordt het als een krant zoals NRC nieuws fabriceert en/of falsificeert. Daartegen is mijns inziens wel degelijk juridische actie mogelijk.
Er lijkt geen enkel juridisch argument voorhanden op grond waarvan een krant die zijn inhoud manipuleert c.q. vervalst een andere aansprakelijkheidspositie inneemt dan een producent van bijvoorbeeld vergiftigde frisdrank of letselgevaarlijke tuinmeubels. Daar komt nog bij dat NRC de eigen redactionele uitgangspunten zoals vastgelegd in de ‘Journalistieke Normen en Waarden’ op tal van punten overtreedt. Dit is naar mijn overtuiging een op een vergelijkbaar met een voedselproduct waarin andere ingredi?nten zitten dan op de verpakking is aangegeven.
Er is tot slot nog een verzwarend element dat NRC Handelsblad in de aansprakelijkheidszone doet belanden. Dat is de structurele weigering corrigerende brieven van lezers/abonnees in de krant af te drukken. Hiervan heb ik vele voorbeelden. Dus zelfs als NRC door de eigen lezers op fouten c.q. vervalsingen wordt gewezen, weigert het deze wereldkundig te maken, op enkele uitzonderingen na. Ook inzake de affaire-van Royen heeft de krant ten enemale nagelaten de lezer duidelijkheid te bieden. NRC handelt hiermee in schril contract met een krant als de New York Times die in een vergelijkbare zaak wel openheid betrachtte.
Samenvattend zal ik mijn dagvaardig opbouwen volgens deze ‘juridische drietrapsraket’:
1. Vervalsen van de werkelijkheid, misleiden van de lezer
2. Handelen in strijd met de eigen uitgangspunten
3. Weigering om na waarschuwingen te corrigeren, perservereren in lezersbedrog

Gaarne vernemend,

Micha Kat

Belangstellende abonees kunnen zich openlijk melden door hun gegevens als opmerking onder dit stuk te plaatsen of anoniem via de klokkenluidersfunctie op deze site.

Print Friendly, PDF & Email
Share