Leeuwarder Courant komt niet naar Raad

Vandaag om 15:00 uur bij de Raad voor de Journalistiek: de zitting van de klacht van Micha Kat tegen de Leeuwarder Courant en andere regionale dagbladen. Lees de klacht hieronder. De zitting vindt plaats in het gebouw van de Nederlandse Uitgevers Verbond aan de Hogehilweg 6 in Amsterdam-ZO. Kat laat zich vertegenwoordigen door Andre Vergeer, onderzoeker in ondermeer de zaak-Vaatstra. De Leeuwarder Courant heeft reeds laten weten niet te moeite te nemen verweer te voeren.

Klacht tegen Jantien de Boer en de (hoofdredacteur van de) Leeuwarder Courant.
Tevens klacht tegen de (hoofdredacteur van) het Dagblad van het Noorden

Betreft: artikelen in de LC in de editie van zaterdag 29 januari 2011 op de voorpagina (‘Kollumse belaagd door Vaatstra-speurders’) en grote spread binnenin over twee pagina’s met als kop ‘Vogelvrij’. Betreft tevens hetzelfde grote artikel in de editie van 5 februari in het DVHN. [Het artikel is nadien ook gepubliceerd door het Noord Hollands Dagblad, het Haarlems Dagblad en De Gooi- en Eemlander; ook tegen deze kranten richt zich de klacht].

Achtergrond: Ik werk met mijn team al maanden aan artikelen over de moord op Marianne Vaatstra uit 1999. In 28 afleveringen –en tal van related artikelen- hebben we deze zaak op onze website www.klokkenluideronline.is van vele kanten besproken, geanalyseerd en beschreven in beeld en geluid. De serie is een enorm succes en een uitgever heeft er reeds een optie op genomen. Essentie van de serie is het (moedwillige) falen van Justitie dat de hoofdverdachten willens en wetens het land heeft uitgesmokkeld. Alle feiten in de serie zijn onweersproken gebleven en staan vast op grond van het feitenmateriaal. Op 23 december 2010 hield de moeder van Marianne een radio-toespraak in Friesland op basis van ons onderzoek die leidde tot nationale publiciteit, ondermeer in NRC Handelsblad.
http://www.nu.nl/binnenland/2408502/moeder-marianne-vaatstra-doet-radio-oproep.html
De druk op Justitie werd nu zo groot, dat het parket te Leeuwarden een nieuw onderzoek moest aankondigen op basis van ons journalistieke onderzoek en dat van EenVandaag. De dag voordat dit onderzoek zou worden gepresenteerd, kwam de LC met de bestreden publicatie die de sterke indruk wekt te zijn doorgesproken met het OM. Op geen enkele wijze is bij mij wederhoor toegepast en opvallend is ook dat de krant het stuk niet heeft geplaatst op de website, kennelijk uit angst te worden bestookt met negatieve comments. Het artikel lijkt te zijn bedoeld een ‘gunstige landing’ voor te bereiden voor het OM-rapport. Vanaf de eerste regel word ik met mijn team beschuldigd van belaging, stalking, lastigvallen van mensen, stiekem filmen en zelfs van strafbaar handelen. Al deze beschuldigingen zijn evident onjuist. Opvallend is ook dat er in het stuk geen melding wordt gemaakt van mijn journalistieke carriere (ondermeer bij NRC Handelsblad) en talrijke baanbrekende artikelen zoals de publicatie die leidde tot de ontmaskering van de corrupte Haagse vice-president van de rechtbank Hans Westenberg. Het woord waar ik mee wordt beschreven –als lid van de NVJ sedert 20 jaar- is niet eens ‘journalist’ maar ‘internet-speurder’ en zelfs ook ‘amateur-speurder’ in een kennelijke poging mijn geloofwaardigheid aan te tasten. Echter, ik ben bereid dergelijke kwalificaties door de vingers te zien op grond van de journalistieke vrijheid. Voor de volgende feiten die ik hieronder zal bespreken geldt dat echter niet:

1. Het stuk op de voorpagina begint met de stelling dat ‘een Kollumse een klacht tegen mij heeft ingediend’. Uit het grote stuk zou blijken dat het hier gaat om een ‘aanklacht wegens smaad en laster tegen de klokkenluiders’ die reeds ‘voor kerst zou zijn ingediend’. Mij is echter niets bekend van een (aan)klacht. Hier had absoluut wederhoor moeten worden toegepast. Onduidelijk blijft nu immers of deze mededeling op waarheid berust.
Bij brief van 3 februari aan mijn advocaat stelt het Parket te Leeuwarden (zie afschrift) dat er inderdaad op het moment van publicatie door de LC geen sprake was van een aangifte in de zin van een criminal charge, maar dat er daags na de publicatie een ‘nieuwe, aanvullende aangifte’ zou zijn gedaan, kennelijk in de bedoeling dan wel de voldoen aan de eisen van een criminal charge. Dit onderstreept slechts de journalistieke onjuistheid in het bestreden artikel nu de lezer niet anders kon concluderen dan dat er een volledige aangifte tegen mij is gedaan hetgeen dus onjuist is. Toen mijn advocaat verhaal ging halen, is de aangifte opeens gerealiseerd in een duidelijke poging de zaak voor het OM te repareren. [Later heeft het Parket te Leeuwarden bij brief aangegeven dat de ‘aangifte’ niet in behandeling zal worden genomen, hiermee het fake-karakter ervan nog eens onderstrepend; het enige doel van deze hele exceritie was in de media te kunnen brengen dat de Kollumse een ‘aangifte’ tegen Micha Kat heeft gedaan].

2. In hetzelfde stuk staat dat deze vrouw ‘inmiddels wordt beveiligd door de politie’ (tegen ondermeer mij). Deze bewering is grotesk daar ik deze vrouw nooit heb bezocht en gesproken en er geen enkele dreiging vanuit ons uitgaat. Nu niet wordt beschreven waaruit deze beveiliging bestaat, blijft het onduidelijk of deze mededeling op waarheid berust. Echter, de mededeling is wel zeer stemmingmakend tegen mij. Dit had op deze wijze niet mogen worden opgeschreven.

3. In hetzelfde stuk staat: ‘Micha Kat stapte vorige week onaangekondigd het kantoor (van Anker en Anker strafrechtadvocaten) binnen en maakte stiekem filmopnames van een gesprek met Wim Anker.’ Deze passage is op twee punten onjuist: niet ik maakte de opnames maar mijn cameraman Eric Donk en dat gebeurde niet stiekem, maar in alle openheid. Dit dient te worden gerectificeerd.

4. In de lead van het grote stuk binnenin staat ‘Stephanie heeft niets met de moordzaak te maken’. Dit is op grond van tal van stukken en publicaties evident onjuist en dient te worden gerectificeerd.

5. In de eerste alinea van het grote stuk staat dat ik ‘mensen lastig val’ en ‘complot-theorieen verzin’. Deze beweringen zijn op geen enkele wijze onderbouwd en evident onjuist. Bovendien had hier wederhoor moeten worden toegepast. Ze dienen te worden gerectificeerd.

6. In de derde alinea van de eerste kolom van het grote stuk waar het gaat over ons bezoek aan de moeder van Stephanie staat te lezen: ‘Kat filmt stiekem door’. Hier opnieuw: ik filmde niet en mijn cameraman filmde in alle openheid. Ook hier had wederhoor moeten worden toegepast. De bewering dient te worden gerectificeerd.

7. In de derde kolom staat dat ‘Stephanie Feik kende via een vriendin die gecharmeerd van hem was’. Dit is onjuist: Stephanie en Feik waren geliefden zoals uit tal van stukken en verklaringen blijkt. Deze verdraaiing van de feiten is cruciaal voor de zaak en dient alleen om die reden al te worden gerectificeerd. De auteur zou minimaal bij een zo’n cruciale mededeling bewijs moeten leveren en de identiteit van de ‘vriendin’ bekend maken. Deze is nu bewust weggelaten om de leugen te kunnen realiseren. Het opvoeren van anonimi met als doel onwaarheden te verspreiden is journalistiek uiterst laakbaar en valt zowel straf- als civielrechtelijk onder bedrog cq. valsheid in geschrifte.

8. In de voorlaatste alinea wordt ik beschuldigd van het voeren van een ‘hetze’. Deze diffamerende beschrijving van standaard journalistieke activiteiten die slechts waarheidsvinding tot doel hebben is zwaar beschadigend, wordt op geen enkele wijze onderbouwd met feiten en dient derhalve te worden gerectificeerd.

9. In dezelfde alinea staat te lezen dat onze ‘samenzweringstheorie niets met de werkelijkheid van doen heeft’. Dit is evident onjuist daar onze serie op internet overdadig is onderbouwd met bronnen en feiten. Het is juist de lezing van Justitie die als ‘samenzweringstheorie’ dient te worden gekenschetst zoals ook duidelijk blijkt uit het dossier van deze zaak die dankzij de leugens van Justitie nog steeds niet is opgelost. De journaliste heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat onze reconstructies ‘niets met de werkelijkheid van doen hebben’; bij gebrek aan argumenten worden we –ook weer geheel onterecht- dan ook louter aangevallen op onze methodes. Ook had bij een zo’’n stellige bewering als deze wederhoor moeten worden toegepast. De mededeling dient dus te worden gerectificeerd.

Slotconclusies

Ik meen dat de LC en het DVHN met de bestreden publicaties alle grenzen en regels waar een journalist zich aan zou moeten houden op groteske wijze heeft overschreden. Dat de publicaties als een volslagen verassing kwamen en mensen van mijn team door de journaliste zelfs zijn misleid, maakt het allemaal nog erger. Ook de timing van het stuk, daags voor het uitbrengen door het OM van het genoemde rapport, zou ik een verzwarende omstandigheid willen noemen, temeer daar de dag voor de publicatie ook Omroep Friesland een voor ons sterk diffamerend item uitzond met dezelfde insteek. De indruk van een zorgvuldig voorbereid ‘offensief’ wordt hiermee nog eens verstrekt. Dat de auteur mij tegen deze achtergrond zonder onderbouwing van een ‘hetze’ durft te beschuldigen, slaat wat mij betreft alles. Ik ben in mijn journalistieke carriere nog nooit een dergelijk malicieus artikel tegen gekomen.
Tot slot nog het volgende. Als gevolg van een geheel onterechte en zelfs onrechtmatige vervolging door de genoemde Haagse ex-vice president Hans Westenberg die als crimineel en corrupt is ontmaskerd op basis van mijn publicatie ben ik al mijn werk als juridisch journalist kwijt geraakt. Ondanks het feit dat ik de zaak tegen Westenberg heb gewonnen heb ik geen enkele steun mogen ondervinden van de NVJ. Thans probeer ik mij in leven te houden op basis van steun van sympathisanten. Tegen deze achtergrond ben ik extra kwetsbaar voor dergelijke schandalige artikelen die slechts een doel lijken te hebben: te vernietigen van wat er nog van mijn reputatie over is. Dat een collega daaraan meewerkt, doet mij als Jood denken aan de Tweede Wereldoorlog. In me er algemene zin wil ik de Raad erop wijzen dat er in Nederland steeds meer sprake is van een Berufsverbot voor ‘andersdenkende’ journalisten. Vele voorbeelden kunnen hiervan worden gegeven en zelfs zijn er gevallen waarin journalisten zelfmoord hebben gepleegd wegens de jarenlange en niets ontziende hetze die tegen hen werd gevoerd door de ‘gevestigde pers’.
Ik vraag de Raad de zaak in behandeling te nemen en ben bereid mijn klacht ter zitting toe te lichten.

Met groet,

Micha Kat
Journalist.

Print Friendly, PDF & Email
Share