Klokkenluideronline voor de Raad

GERLA: KLOKKENLUIDERSITE KRIJGT STRAFKLACHT!

Bij de Raad voor de Journalistiek diende vrijdag 30 januari de klacht van de Haagse ondernemer Arie Gerla. Deze klacht kan maatgevende jurisprudentie opleveren over wat mag en wat niet mag op internet. Zeker nu Gerla overweegt Klokkenluideronline voor de rechter te slepen. Hoewel de Raad allerminst onomstreden is en geen sancties kan opleggen, worden haar uitspraken regelmatig overgenomen door de rechter. Maar het leeuwendeel van de media had niet in de gaten dat het hier een historische zitting betrof, want de medewerker van Klokkenluideronline zat moederziel alleen op de perstribune.

Kern van Gerla’s klacht is dat hij in enkele opmerkingen die door anonieme inzenders op de site zijn geplaatst wordt beschuldigd van allerhande malversaties. Verwezen wordt onder meer naar het Rotterdamse ‘Asklepion-debakel’ waarin deze ‘oplichter de gemeente Rotterdam miljoenen afhandig gemaakt zou hebben’.

De beschuldigingen, aldus Gerla, zeggen hem helemaal niets. “Wel heb ik te maken gehad met de genoemde Asklepion Exploitatiemaatschappij. Dit echter in het geheel niet in de rol die de schrijver [in het gastenboek] mij toeschrijft.” Gerla kondigt aan dat hij aangifte gaat doen tegen Klokkenluideronline wegens smaad en laster. De teksten op de website kunnen zijn zakelijke belangen immers schaden. Gerla is actief in Rotterdam. Dat is volgens de ondernemer ook de stad waarin webmaster Kat van Klokkenluideronline en de mensen om hem heen Gerla zwartmaken. Tegenover de Raad heeft deze site geen verweer gevoerd. De redactie heeft dit aan de Raad per email laten weten: “Sinds een van ons uw voorzitter Fleers op een sympoium in Utrecht heeft horen betogen dat de artikelen in HP/de Tijd over ‘Margaritagate’ ‘roddeljournalistiek’ betreffen, achten wij de Raad incompetent tot het geven van een oordeel over welke journalistieke kwestie dan ook.”

De Raad richtte zijn pijlen dus maar op de klager zelf. “Waarom gaat u met naam en toenaam op een site staan terwijl u weet dat u daarmee onderwerp van anonieme reacties kunt worden?” vroeg een van de leden, A.C. Diamand. “Daar heb ik helemaal niet bij stilgestaan,” antwoordde Gerla beslist, daar nog aan toevoegend: “Ik vind het verachtelijk om iemand anoniem te woord te staan.” De leden van de Raad, onder wie oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, bleven hameren op de vraag in hoeverre Micha Kat de auteur is van de gewraakte opmerkingen.Gerla: “Naar mijn overtuiging schrijft Kat heel veel op die site. Volgens mij heeft hij ook de bewuste opmerkingen in het gastenboek geschreven.” Gerla hield bovendien vol dat de reacties in het gastenboek onder de regels van de journalistiek moeten worden beoordeeld, ook al staat er meedere malen nadrukkelijk op de site dat de ‘opmerkingen eigendom zijn van de inzenders’ en dat ‘de redactie er geen enkele verantwoordelijkheid voor neemt’. Gerla: “Kat noemt zichzelf journalist. Hij noemt zijn artikelen journalistiek. Mensen die ik het gevraagd heb noemen het ook allemaal journalistiek.”

Voorzitter Fleers: “Hoe heeft u die vraag precies gesteld? Had u het over de
site in het algemeen?” Gerla: “Nee, ik heb mijn kennissen precies laten zien om welke gedeeltes van de stek het ging.” Diamand: “Als ik mij als journaliste in Kat zou verplaatsen, denk ik dat hij via de anonimiteit misstanden probeert op te sporen.” Gerla: “Maar dan moet het niet gelogen zijn.” Op deze opmerking kwam geen enkele reactie. Diamand: “Zou u tevreden zijn wanneer Kat een weerwoord van uw kant op de website plaatste?” Gerla: “U zegt dat ik me zou moeten verdedigen tegen iemand die mij anoniem uitscheldt? Dat is het omkeren van de bewijslast. Daar begin ik niet aan. Ik herken mij niet in het beeld dat van mij wordt geschetst. Ik ben geen ‘onroerendgoedmagnaat’. In heel mijn leven heb ik twee panden verkocht! Ik ben niet vermogend. Het lijkt wel een persoonsverwisseling.” Fleers: “Heeft u die mogelijkheid ook in uw telefoongesprekken met Kat geopperd?” Gerla: “Daar was geen mogelijkheid voor. Hij brak het gesprek steeds af.”

Tijdens de zitting bleek Arie Gerla het nodige onderzoek naar deze website
te hebben gedaan. Zo heeft hij kennissen van Micha Kat opgebeld om inlichtingen in te winnen. Gerla: “Van die mensen heb ik de indruk gekregen dat de kans klein was dat Kat de opmerkingen vrijwillig van de webstek zou halen. Of bewijzen zou aanvoeren.” Daarom had Gerla zijn brief aan de Raad voor de Journalistiek al klaar toen hij een klachtenbrief bij Klokkenluideronline bezorgde. Gerla kwam vervolgens met nog meer onthullingen. “Volgens mijn bronnen hebben Arnold Heertje en Micha Kat verscheidene malen contact gehad. Ik heb in de tachtiger jaren aanvaringen gehad met Heertje, de professor die beweert dat hij de dollarkoers kan voorspellen. Kat liegt als hij zegt dat hij nog nooit van me had gehoord voor deze affaire.”

De uitspraak, die Gerla ziet als een opstapje naar een strafzaak, kan veel invloed hebben op de journalistieke grenzen op internet. Over een ding waren de meeste leden van de Raad het in ieder geval al eens. In een onderonsje tijdens de zitting bleken zij het de normaalste zaak van de wereld te vinden dat onwelgevallige boodschappen van internetfora worden gehaald door de beheerder, maar dan moet het wel om ernstige zaken als racistische uitingen gaan. “Dat is geen censuur. Want censuur gebeurt door overheden” zo werd opgetekend uit de mond van een van de raadsleden.

De Raad heeft al eerder een zaak behandeld over een internetforum. In 2000 diende de vroegere drugsbaron Steve Brown een klacht in tegen misdaadjournalist Bas van Hout, die op zijn website onder meer een gastenboek had staan waarin bezoekers hun mening over de ex-crimineel konden geven. Hoewel Brown tien brieven met 42 bijlagen naar de Raad stuurde, bracht deze het conflict niet tot een oplossing. Want volgens de Raad was er in deze zaak helemaal geen sprake van journalistiek en was zij dientengevolge niet bevoegd tot een oordeel.

Print Friendly, PDF & Email
Share