KALBFLEISCH EERDER CORRUPT

NMa-VOORZITTER BLIJKT SPOOR VAN CORRUPTIE DOOR NEDERLAND TE HEBBEN GETROKKEN

Gebiedsontwikkelaar Chipshol verdenkt de huidige voorzitter van de NMa Pieter Kalbfleisch ervan vanaf 1994 het ‘brein’ te zijn geweest achter het kapotmaken van hun onderneming in opdracht van zijn close studievrienden en Chipshol-vijanden (en uiteindelijk van de Staat en Schiphol) de Van Andel-broers. Hiertoe zou Kalbfleisch zijn vriend Hans Westenberg hebben ingezet als ‘breekijzer’ op de rechtbank te Den Haag. Er komt steeds meer bewijs op tafel dat deze hypothese juist is. Op 16 december komt daar mogelijk nog meer bewijs bij als Hans Westenberg opnieuw onder ede komt te staan in deze affaire. Maar er is ook uiterst alarmerende character evidence over Kalbfleisch waaruit blijkt dat hij compleet corrupt is. Zo saboteerde hij een NMa-onderzoek naar een kartel in de Haagse kinderopvang wat hem -hij was jaren achtereen ook kinderrechter- direct in verband brengt met het Haagse pedofielen-netwerk van Joris Demmink. Maar reeds in 1996, in de zogeheten Serco-zaak, spande Kalbfleisch als rechter samen met machtige partijen om de ondernemer Arend Solleveld kapot te maken. De zaak heeft alles van een ‘vooraankondiging’ van het Chipshol-drama. Met dank aan George Reuchlin die dit alles heeft onthuld in zijn boek Het Geschonden Gelaat van de Staat.

De Serco-affaire speelt zich af in de schimmige wereld van de glastuinbouw in het Westland. Een gesloten wereld waarover vrijwel nooit iets naar buiten komt, maar waarvan het economische belang gigantisch is net als de bedragen die erin omgaan. Serco, het bedrijf van Arend Solleveld, had eind jaren 60 van de vorige eeuw een dominante positie als leverancier van ‘vlakglas’ aan kassenbouwers. Te dominant in de ogen van zijn concurrenten die een complot gingen smeden om hem kapot te maken, net als gebeurde met Chipshol vanaf 1994. En net als de familie Poot kwam Solleveld terecht in een wereld van juridische horror waarvoor zelfs Franz Kafka gillend zou zijn weggelopen. Maar dan de meest verbijsterende overeenkomst in beide affaires: de rol van Pieter Kalbfleisch, in het dagelijks leven ’s lands ‘mededingings-goeroe’ die kartels moet bestrijden en gevallen van misbruik van machtspositie, maar in werkelijkheid een hitman is van de meest duistere en corrupte krachten in ons land die in dienst van de macht en het grote geld eerlijke ondernemers in mootjes moet hakken. Precies het tegenovergestelde dus van waarvoor hij -riant- wordt betaald. Welcome to the real world of Dutch antitrust!

De eerste stap om Serco uit te schakelen bestond eruit dat de producent van het glas, het Belgische Glaverbel, de prijs voor Serco eenzijdig ging verhogen. Maar Solleveld sloeg keihard terug en ging een relatie aan met het Franse Saint Gobain dat zich graag wilde binnenvechten in de Nederlandse glasmarkt. Aldus ontstond een glas-oorlog in het anders zo rustige Westland die diepe sporen zou trekken door juridisch Nederland en door het leven van Solleveld. De tweede aanval op Serco werd ingezet vanuit kassen-bouwer Grimbergen Poeldijk dat een schuld aan Serco had van 1,9 mio. De kassen-bouwer kon niet betalen en er werd een deal gemaakt waarbij Serco 51% van de aandelen kon verwerven in Grimbergen Poeldijk. Nu was de beer pas echt goed los: de grootste glas-leverancier van het Westland kreeg ook controle over een van de grootste kassen-bouwers en dreigde daarbovenop ook nog eens het monopolie van Glaverbel te doorbreken! De situatie was met name bedreigend voor kassenbouwer Voskamp & Vrijland die met handen en voeten aan Glaverbel gebonden was en voor 66% eigendom was van… Amrobank!

De Westland-mafia had nu als eerste prioriteit tegen te gaan dat Solleveld (foto) de controle over Grimbergen Poeldijk via zijn 51% ook daadwerkelijk kon gaan uitoefenen. Hiertoe werd de onderneming achter de rug van Solleveld om -in het geheim dus- in 1974 in faillissement gebracht. De Haagse rechtbank en de bewindvoerder/curator zaten hierbij in het complot om Solleveld compleet uit te sluiten van de ontwikkelingen wat zelfs zover ging dat zijn aanwezigheid bij een cruciale vergadering van crediteuren compleet werd genegeerd en zijn naam werd weggelaten in zowel het proces-verbaal van de vergadering als van de lijst van crediteuren. Hier was dus sprake van valsheid in geschrifte hetgeen Solleveld later ook kon bewijzen.

In stap drie van de operatie sloop-Serco zegde de Amrobank de kredietlijn op omdat Serco met het verlies van de vordering van 1,9 mio op Grimbergen Poeldijk zelf insolvent dreigde te raken. Nu ging Serco zelf ook failliet. Omdat Solleveld in deze situatie nog enkele betalingen deed aan crediteuren -zulks om te voorkomen dat er meer faillissementen zouden volgen- belandde hij twee manden in de cel wegens ‘bedrieglijke bankbreuk’. Toen Solleveld de hele gang van zaken rond het frauduleuze faillissement van Grimbergen Poeldijk wilde gaan aanvechten, bleken de dossiers te zijn verdwenen om pas in 1993 weer op te duiken.

In de volgende fase wordt Solleveld -inmiddels ook prive failliet- compleet vermalen door de Haagse juridische mafia van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, De Brauw Blackstone Westbroek en de rechtbank. De curatoren van Serco en Grimbergen Poeldijk gooien het op een accoordje waarbij hun eigen declaraties uiteraard op de eerste plaats kwamen. De curatoren van Solleveld en Serco -Pels Rijcken- hadden bij deze deal tal van vorderingen ongeind gelaten. De enige kans voor Solleveld weer toegang te krijgen tot wat geld, zou eruit bestaan dat hij deze vorderingen weer zou mogen terugnemen uit de boedel om te proberen ze zelf binnen te halen. Dan lezen we het volgende in het genoemde boek van Reuchlin (blz. 79):

Rechter-commissaris R. Paris wees het namens Solleveld gedane verzoek af. Tegen deze beslissing ging de advocaat van Solleveld, mr. P. van de Laak, in beroep. Maar ook bij rechter Pieter Kalbfleisch vond Solleveld weinig sympathie. Tijdens de behandeling in september 1996 [juist in de fase dat op de Haagse rechtbank ook de Chipshol-machinaties plaatsvonden] werd van de Laak door rechter Kalbfleisch de mond gesnoerd [precies zoals Westenberg in 1994 deed met Hugo Smit] stellende dat het slechts om een pro-forma zitting ging. Als van de Laak nog iets te berde wilde brengen, dan diende hij dat volgens de Haagse rechter maar op papier te zetten. In strijd met de wet was van de behandeling noch een proces-verbaal opgemaakt noch bleek de zitting te zijn ingeschreven in het audientieblad [ook Westenberg manipuleerde in 1994 het proces-verbaal van de Chipshol-zitting]. Omdat ook een uitspraak niet ontvangen was, informeerde advocaat van de Laak medio december of er eigenlijk wel een beslissing gegeven was van de behandeling in september. De rechterlijke beslissing bleek wel genomen te zijn, maar de procureur bleek dienaangaande niets ontvangen te hebben. Op 19 december -kort voor de termijn voor cassatie zou verstrijken- werd de beslissing alsnog bij de procureur van advocaat van de Laak in de bus gestopt.

Ook toen: Kalbfleisch onder ede als getuige
De Serco-zaak had inmiddels behoorlijk wat publiciteit gekregen en van alle kanten was het duidelijk dat de Staat met de Amrobank en andere machtige partijen [precies als bij Chipshol] had samengespannen om Serco kapot te maken. De nieuwe advocaat van Solleveld zag mogelijkheden tot een grote schadeclaim en vroeg derhalve [net als Chipshol deed] voorlopige getuigenverhoren aan. Deze vonden plaats in 2002, 28 jaar na het faillissement van Serco. Pieter Kalbfleisch was een van de getuigen. Uit het boek van Reuchlin:

Als laatste rechter werd de coordinerend vice-president van de rechtbank te Den Haag, Pieter Kalbfleisch, als getuige gehoord. Bij de reconstructie van de onder zijn leiding gevoerde rechtsgang bleek dat er sprake was van het zoekraken van dossiers, het niet inschrijven van rechterlijke zittingen en belemmeringen van de verdediging.

Arend Solleveld strijd tot op de dag van vandaag voor rechtsherstel. Pieter Kalbfleisch blijkt in 2007 aan zijn vriend Hans Westenberg een verboden consultancy-opdracht te hebben verstrekt.

Print Friendly, PDF & Email
Share