Joost de Haas, Bart Mos en Joris Demmink

mosdehaas.jpgDe affaire-Demmink gaat naar een climax. Puzzelstukjes die jarenlang een geisoleerd bestaan leken te leiden vormen langzaam maar zeker een geheel (zie ondermeer dit stuk op HetVrijeVolk) en dat geheel ziet er dermate afschrikwekkend uit, dat het voortbestaan van de complete Nederlandse samenleving op het spel staat. Maar laten we rustig blijven en zo rationeel mogelijk blijven nadenken. We constateren hic et nunc dat Joost de Haas en Bart Mos van De Telegraaf op 16 juni 2007 een groot artikel publiceerden onder de kop Topambtenaren in pedonetwerk. Het artikel is niet meer terug te vinden via de site van De Telegraaf, maar wel bewaard in pdf en word. In dit stuk dat met name de rol van twee hoofdofficieren van justitie in een pedo-netwerk beschrijft komt ook de betrokkenheid van Demmink aan de orde, maar het bizarre is dat de SG nergens met naam en toenaam wordt genoemd. Eerst maar even de passages:

Een: zoals deze krant afgelopen woensdag meldde, zijn opsporings- en inlichtingendiensten al jaren op de hoogte van aanwijzingen dat hoge vertegenwoordigers uit het overheidsapparaat zich schuldig zouden hebben gemaakt aan misbruik van minderjarige jongens. De Telegraaf berichtte in dat verband over de mogelijke betrokkenheid van een Haagse topambtenaar.

Twee: observatieteams van de politie legden in het kader van het onderzoek vast dat op het CS in de hoofdstad zeer jonge

jongens arriveerden, begeleid door leden van het pedo-netwerk. De reis ging daarna naar een flat in Amsterdam-Noord, het decor van sinistere seksfeesten. Een ingewijde: “Die flat was van een professor die bekend stond als pedofiel.” Spin in het web was de Amsterdamse ‘pedo-koning’ K.M. Samen met een Duitser hield hij zich volgens politie-informatie bezig met het transport van kinderen voor seksdoeleinden.

Drie: In dezelfde periode dat de BVD zich op de achtergrond van het Rolodexonderzoek manifesteerde, kwamen de dienst ook aantijgingen ter ore over de vermeende seksuele uitspattingen van een Haagse topambtenaar. “De man liet zich rondrijden door chauffeurs naar jongensbordelen”, aldus een inlichtingenbron. Ook tekende de BVD verklaringen op van een informant die volgens insiders de ‘homomaffia’ binnen het OM hekelde en ronduit zei dat de topambtenaar “het met jongetjes doet”. Jaren eerder, in 1994, was de naam van dezelfde hoge ambtenaar volgens diverse bronnen al opgedoken in een politieonderzoek naar misbruik van minderjarigen. Terwijl de betrokkene in Den Haag steeds hoger klom in de ambtelijke hiërarchie, gonsde het alsmaar luider van de geruchten over zijn vermeende seksuele escapades.
Niet alleen de BVD leek destijds geïnteresseerd, ook de zusterdienst bij Defensie verzamelde volgens betrouwbare bronnen informatie over de Haagse topambtenaar. Volgens deze bronnen rapporteerde de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) over het omstreden privéleven van de man. Op grond van die rapportage werd naar verluidt voorkomen dat hij benoemd zou worden op een andere hoge post. Na de berichtgeving in De Telegraaf van deze week, reageerde het ministerie van Justitie met een kort persbericht. Daarin werd slechts gemeld dat de AIVD een veiligheidsonderzoek had ingesteld, ‘voorafgaand aan de benoeming van de betreffende topambtenaar van Justitie’. Volgens Justitie had de AIVD een ‘verklaring van geen bezwaar’ afgegeven, waarna de benoeming heeft plaatsgevonden. Meer wilde het ministerie niet kwijt. Ondertussen bestoken PvdA, VVD, SP en PVV minister Hirsch Ballin (Justitie) met Kamervragen. Zo willen VVD en SP weten of de Haagse topambtenaar na rapportage door de MIVD wellicht werd afgewezen als aanstaand secretaris-generaal op Defensie. Een meerderheid van de Tweede Kamer vraagt zich bovendien af waarom Hirsch Ballin de topman niet op non-actief zet vanwege een aanhoudende geruchtenstroom. Onlangs nog werd tegen hem aangifte gedaan, onder andere van ‘pedofilie, meermaals gepleegd sinds ten minste 1990 in Turkije en andere landen’. De Amsterdamse advocaten Adèle van der Plas en Pieter Bakker Schut deden de aangifte namens hun cliënt Hüseyin Baybasin. Deze in Nederland tot levenslang veroordeelde Koerdische crimineel ziet mede de hand van de topambtenaar in een internationaal complot. De rijksrecherche is inmiddels bezig met een oriënterend onderzoek naar aanleiding van de aangifte. “Baybasin moest hangen en de topambtenaar werkte mee om te voorkomen dat hij zelf in Turkije zou worden vervolgd voor pedofilie”, luidt kortweg de lezing van de advocaten. Zij beroepen zich onder andere op een rapport van de Turkse overheid waarin zou staan dat de topman uit Den Haag betrokken was bij ‘seksparty’s’ in Turkije. Volgens minister Hirsch Ballin vertonen deze beschuldigingen “overeenkomsten met Turkse krantenberichten uit 2006 waarvan niet is vastgesteld dat zij enige feitelijke grondslag hadden”.

Dat Mos en De Haas nergens de naam van Demmink noemden is bizar, maar ook alarmerend. Immers: sinds op 2 april 2007 aangifte werd gedaan tegen Demmink circuleerde zijn naam overal in de media, zelfs ook op weblog Geenstijl dat op 31 mei -dus twee weken voor de publicatie van Mos en De Haas- nog aandacht aan de pedofiele SG had besteed. Er is geen enkele journalistieke reden te bedenken voor de anonimisering door De Telegraaf anders dan dat de krant of de journalisten onder druk werden gezet. Dat er bij De Telegraaf regelmatig keiharde confrontaties plaatsvinden over wat wel en wat niet in de krant komt weet ik van Martijn Koolhoven die ooit in geuren en kleuren heeft verteld hoe veel moeite het hem kostte zijn scoop over de seksuele escapades van SP-kamerlid Harry van Bommel in de krant te krijgen. Maar nog merkwaardiger wordt het redactionele beleid van De Telegraaf als we constateren dat de krant na de sensationele publicatie nooit meer op de zaak-Demmink is teruggekomen terwijl daartoe toch alle aanleiding was (zie het feitenoverzicht dat deze site eerder publiceerde). Daags na het stuk van Mos en De Haas startte de ‘operatie damage-control’ (of ‘Demmink-control’) door NRC Handelsblad en De Volkskrant. Scherper gesteld: op 16 juni wordt Demmink in De Telegraaf afgeslacht en twee dagen later zegt NRC dat ‘het een feit is dat Demmink alle beschuldigingen heeft weten te weerleggen’. De Telegraaf laat het gebeuren en komt nooit meer op de zaak terug. Het is duidelijk dat de krant onder het juk van Den Haag is doorgegaan.

Tot slot nog dit over citaat nummer twee uit het artikel van Mos en De Haas. In de passage wordt een Amsterdamse professor genoemd van wie het huis het decor zou zijn van ‘sinistere seksfeesten’. Dit sluit vrijwel naadloos aan bij wat er in de Runderkamp-papers staat over het ‘Embargo-onderzoek’: rechercheurs hadden het vermoeden dat [Demmink] informatie over het opsporingsonderzoek had doorgespeeld aan een van de hoofdverdachten, de Amsterdamse hoogleraar van R. met wie hij bevriend was. De hoogleraar had daardoor vervolging weten te ontlopen, zo meenden de rechercheurs. Opvallend is tevens dat er in het citaat sprake is van een ‘Duitse link’ met betrekking tot de ‘import’ van minderjarige sex-slaafjes naar Nederland. Juist dit was immers het onderwerp van de Netwerk-uitzending van 20 april 1998 waarin uitgebreid werd stilgestaan bij de rol van de ‘topambtenaar Joris’ bij de import van minderjarigen. Het is nooit duidelijk geworden wie deze ‘Joris’ is. Maar uit de Runderkamp-papers blijkt dat er een band bestaat tussen de ‘pedo-professor’ en Demmink terwijl uit De Telegraaf naar voren komt dat de ‘pedo-prof’ een rol speelt bij het importeren van sex-slaafjes via Duitsland. Hiermee lijkt het meer dan aannemelijk dat ook Demmink op de hoogte was van of zelfs betrokken was bij deze sinistere import, precies zoals in de Netwerk-uitzending aan de orde kwam.

Print Friendly, PDF & Email
Share