Jensma reageert op klacht ‘de Munnick’

JENSMA: KAT IS AFGEWEZEN EX-MEDEWERKER

Geachte mevrouw Koene,

Dank voor de geboden gelegenheid te reageren op de vraag op klager M. Kat als ontvankelijk gezien moet worden in zijn klacht van 16 januari jl.

Ik refereer daarbij gaarne aan de zaak van F. Eeken tegen P. Borst (NRC Handelsblad) en de hoofdredacteur van NOVA (NPS/VARA) van 27 januari 2004. Uw raad overwoog daarin: ‘Ingevolge artikel 2 lid 1 van het reglement van de Raad komt slechts voor behandeling in aanmerking een klaagschrift dat is ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.’

Voor zover ons bekend is de klager niet betrokken bij de genoemde rubriek ‘de lezer schrijft de krant antwoord’ uit NRC Handelsblad van Zaterdag 31 december 2005 & Zondag 1 januari 2006 waarin op de vragen van lezer Boris de Munnick wordt ingegaan. Klager wordt daarin niet genoemd, noch worden zijn persoonlijke belangen daar besproken. Klager maakt ook niet aannemelijk dat hij door de genoemde rubriek in zijn belang is geraakt.

Het lijkt er eerder op dat de klager een persoonlijke grief tegen de krant heeft waarvoor hij een nieuw podium zoekt om die kenbaar te maken. De krant kan de klacht van de klager niet los zien van het gegeven dat hij een afgewezen ex-medewerker van NRC Handelsblad is. Noch van de stroom ongefundeerde en vaak lasterlijke aantijgingen aan het adres van de krant die klager via websites en diverse publicaties sinds 2002 openbaar maakt.

Klager diende bij de Raad al eerder, op 30 november, een klacht in. Toen tegen nota bene een hoofdartikel in NRC Handelsblad waarbij hij zich eveneens opwierp als vertegenwoordiger van ‘alle Nederlanders’ die een belang bij goede journalistiek hebben. Uw college oordeelde destijds dat betrokkene geen persoonlijk belang heeft bij genoemde publicatie, geen algemeen belang vertegenwoordigd en dus niet ontvankelijk is.

Het lijkt ons dat aan die conclusie deze keer eveneens niet te ontkomen valt.

Met vriendelijke groet,

Folkert Jensma

hoofdredacteur.

Deze brief van F. Jensma ging vergezeld van een schrijven van de Raad:

Geachte heer Kat,

Hierbij ontvangt u de reactie van de wederpartij op uw brief van 11 januari jl. Verder bevestig ik de ontvangst van de brief van mevrouw P. Hemelrijk in bovengenoemde zaak van 8 februari jl. en van de kopie van het uittreksel van de Kamer van Koophandel, waarvan ik een afschrift naar verweerder heb gestuurd. Verweerder kan hier desgevraagd nog op reageren binnen 14 dagen na heden.

In tegenstelling tot ons eerder bericht zal de zaak worden geagendeerd van 17 maart a.s. De Raad zal dan beoordelen of u en de Stichting Klokkenluideronline ontvankelijk zijn in de klacht. De uitspraak verneemt u binnen acht weken na zittingsdatum.

Met vriendelijke groet,

mw. mr. D.C. Koene,
secretaris

Commentaar Micha Kat
1. Hoe is het mogelijk dat F. Jensma zich de ‘stroom ongefundeerde en vaak lasterlijke aantijgingen aan het adres van de krant’ laat welgevallen zonder enig inhoudelijk weerwoord te geven of maatregelen te nemen in rechte? Hij heeft dat laaste al eens aangekondigd maar daaraan geen gevolg gegeven.
2. Reeds vier jaar beschuldig ik NRC Handelsblad van bedrog van de lezer. Dat is begonnen op het moment dat NRC betrokken raakte bij een strafklacht wegens het demoniseren van P. Fortuijn. Al die jaren staat F. Jensma alleen stil bij mijn motieven: ik zou opereren uit rancune omdat ik ‘een afgewezen ex-medewerker’ ben. Dit is onjuist. Ik heb mijn relatie met NRC zelf verbroken juist omdat deze krant zijn lezers stelselmatig blijkt te bedriegen.
3. F.Jensma schrijft dat ik ‘niet betrokken ben bij de rubriek De Lezer Schrijft, De Krant Antwoord’. Dat is onjuist. Elke lezer is bij deze rubriek betrokken. Door deze absurde stellingname ontkracht Jensma precies dategene wat het doel zou moeten zijn van deze rubriek: verantwoordng afleggen aan de lezer.
4. Naar mijn stellige overuiging is het juist F. Jensma die uit rancune reageert, vooral vanuit de omstandigheid dat zijn krant te laf is een ombudsman aan te stellen. Dat ik in deze leemte voorzie (binnenkort met de nieuwe website www.nrcombudsman.nl) kan F. Jensma niet verkroppen.
5. Opmerkelijk is wat F. Jensma zegt over mijn klacht van 30 november: die was gericht tegen nota bene een hoofdartikel. Zijn hoofdartikelen minder vatbaar voor klachten? Gelden hiervoor andere regels? Of speelt hier mee dat F. Jensma het betreffende hoofdartikel waarin de lezer opnieuw werd bedrogen zelf heeft geschreven?
6. Opnieuw noemt F. Jensma Boris de Munnick ‘lezer’. Dat is onjuist. Zoals uit de bewijsvoering bij de klacht blijkt is De Munnick een zakelijke relatie van NRC. Door opnieuw onwaar te berichten over de status van De Munnick handelt Jensma opnieuw klachtwaardig. Hoe ver kan een hoofdredacteur van NRC gaan?
7. Door de brief te beeindigen met de zin ‘het lijkt ons dat aan die conclusie deze keer eveneens niet te ontkomen valt’ zet Jensma de Raad onder druk. Dat geeft geen pas.
8. F. Jensma maakt in deze brief twee koeien van spelfouten: hij noemt de rubriek ‘De Lezer Schrijft De Krant Antwoord’ en hij schrijft dat klager ‘geen algemeen belang vertegenwoordigd’.
9. Wat betreft de ontvankelijkheid: deze website, mede-eiser in de klacht, is reeds vier keer gedaagde geweest in zaken die door de Raad zijn behandeld. (Gerla, Van der Steenhoven, MDI en Escape). Drie klachten werden gegrond verklaard, een klacht (MDI) werd deels gegrond verklaard. Het zou toch wel van een heel bijzondere rechtsopvatting getuigen, als de Raad deze website alleen serieus neemt als gedaagde en niet als eiser.

Print Friendly, PDF & Email
Share