ING speelt dossiers Arnold Heertje door

HETZE TEGEN ARNOLD HEERTJE DOOR BETUWELIJN?

de tekst is afkomstig van een anoniemje klokkenluider

De tweede aanval van De Telegraaf op Arnold Heertje, ingezet door de Betuwelijnkliek inclusief de ING-bank, is afgelopen weekeind gelanceerd. Heertje is -net als zes andere (emertitus)hoogleraren- een fervent tegenstander van de Betuwelijn. In het artikel (De Telegraaf van 15 november)Volkseconoom met de grote mond grossiert in schulden en conflicten: het ware gezicht van Arnold Heertje wordt het dossier dat de ING-bank aan een journalist van de Telegraaf te lezen had gegeven, verder uitgediept. Is het normaal dat een bank een dossier van een client aan de media doorspeelt?
Deze hetze van de belangenverstrengelende organisaties van havenbaronnen, grote banken, het Rotterdams Havenbedrijf en megalomane politici tegen Arnold Heertje is getriggerd door een mede door Heertje ondertekende oproep tot een moratorium op de bouw en een parlementaire enquete over de Betuwelijn uit juni van dit jaar, de grootste politieke beerput van na de oorlog waarvoor de verantwoordelijken panisch van angst zijn om ooit verantwoording af te leggen.

Deze oproep van 16 juni 2003 kreeg veel aandacht in de nationale pers. Rond dezelfde tijd publiceerde Heertje een column over het criminele beleid rond de Betuwelijn. Hiermee heeft hij zich vijanden op de hals gehaald die niet zullen rusten voordat hij in zijn graf ligt. Iedereen weet immers: verzet tegen Betuwelijn en Schiphol wordt in dit land afgestrafd met annihilatie. Heertje heeft zijn hand overspeeld. Nu de economie maar niet echt wil aantrekken waardoor de wenselijkheid van de Betuwelijn nog verder onder druk komt te staan -en de waarschijnlijkheid van een enquete dus toeneemt- maakt de lobby zich op Heertje de genadeklap toe te brengen. Ook al omdat de corruptie van onze rechterlijke macht anders op onthutsende wijze bloot zal komen te liggen.
Hieronder de oproep van Heertje en de zes andere hoogleraren en de column.

Oproep tot enquete en adempauze Betuweroute

Rond het hele project Betuweroute hangt vanaf het begin de sfeer van een onjuiste presentatie van feiten. In een veel te vroeg stadium werd het politieke besluit tot aanleg genomen zonder dat men zich goed rekenschap gaf van alle consequenties en onder een veel te optimistische voorstelling van zaken. Zo blijkt het project telkens weer duurder uit te vallen. De wel lucratieve mogelijkheden van de binnenvaart zijn structureel genegeerd. Deze vervoerswijze heeft een oppermachtige concurrentiepositie op het traject Rotterdam-Ruhrgebied. Alleen al enkele schepen kunnen de capaciteit van de Betuweroute aan. Die schepen kunnen met gemak worden gefinancierd uit het bedrag van de onderhoudskosten van de lijn.

Procederende bewoners en organisaties kregen bij de Raad van State nul op het rekest. Het Europese Hof van Justitie plaatste onlangs waarschuwende kanttekeningen bij de dubbelrol die de Raad van State in deze zaak speelde: als rechter el als adviseur van de overheid.

In het licht van al deze ernstige mistaxaties is naar onze mening een parlementaire enquete over het fiasco van de Betuweroute dringend gewenst. Met die enquete zal direct na publicatie van het Algemene Rekenkamerrapport later deze week moeten worden begonnen. Maar van veel groter belang dan de schuldvraag is de vraag: hoe nu verder? Voltooien van de Betuweroute in de huidige opzet is een garantie op blijvende en jaarlijks oplopende exploitatieverliezen. Tegelijk met het besluit tot een parlementaire enquete zal daarom de Tweede Kamer de bouw moeten stopzetten. Tijdens deze adempauze kan onderzoek naar betere alternatieven worden verricht. Mogelijk zijn enkele miljarden te besparen. Deze middelen kunnen we goed gebruiken voor andere doeleinden. Hierbij valt vooral te denken aan stimulering van de kenniseconomie. Bovendien wordt een halt toegeroepen aan de verdere vernietiging van natuur en milieu.

De stelling dat in de besluitvorming het point of no return zou zijn gepasseerd, achten wij volledig onbewezen. Het argument van schade-eisen is niet doorslaggevend. Deze zijn wel slecht voor de schatkist maar komen, indien toegekend, ten goede aan binnenlandse bouwondernemers en zijn daarmee geen verlies voor de nationale economie. Met een moratorium op de bouw ontstaat juist de dringend gewenste ruimte te onderzoeken hoe van het reeds aangelegde deel van de Betuweroute nog profijt kan worden getrokken. Het spreekt vanzelf dat het Centraal Planbureau in dit onderzoek een grote rol zal moeten spelen.

A. Heertje, emeritus hoogleraar economie
J. Oosterhaven, hoogleraar ruimtelijke economie
J. Polak, emeritus hoogleraar vervoerseconomie
A. Pols, hoogleraar planning
P. Rietveld, hoogleraar vervoerseconomie
C. Tilanus, emeritus hoogleraar bedrijfskunde
B. Tromp, hoogleraar politieke wetenschappen

Parlementaire enquete… het moet er van komen!

Door Arnold Heertje

Feenstra is secretaris van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. Hij is een geharnaste voorstander van de Betuwelijn. Geharnast betekent dat hij voor geen enkele argumentatie vatbaars is. Hij ziet alleen maar voordelen, geen nadelen. Terwijl elke dag een van de risico?s van het project werkelijkheid wordt, blijft Feenstra volharden in zijn enorme eigenwijsheid.
Als lid van de Tweede Kamer van de Partij van de Arbeid was dat ook al het geval. Buitenstaanders kregen de indruk dat hij al heel lang in dienst stond van het Gemeentelijke Havenbedrijf Rotterdam. De toenemende betekenis van de binnenscheepvaart voor het vervoer van containers ontkende hij glashard. Er was geen technische ontwikkeling, er waren geen grotere binnenschepen in de maak, dat er aan Duitse kant geen concrete belangstelling was en is voor de Betuweroute, ontkende hij evenzeer. Nog steeds maakt Duitsland geen aanstalten iets aan het project te doen.
Van de oorspronkelijke opzet zijn inmiddels twee takken verdwenen. Ook dat wordt door Feenstra ontkend. Samen met mevrouwe Jorritsma noemt hij de kostenoverschrijding investeringen in milieu en natuur. In feite is sprake van een enorme vernietiging aan natuur, milieu en cultuur. Als de verdwenen takken wel zouden zijn doorgezet, zou de investering nu een nog groter veelvoud zijn van de oorspronkelijke raming van 1,5 miljard gulden. Feenstra ontkent ook het ontbreken van private financiers. Hij blijft beweren dat private partijen meedoen of zullen meedoen. Inmiddels dreigen voor de overheid grote en toenemende tekorten die ten laste van de belastingbetaler komen. Ook deze tekorten worden door Feenstra ontkend.

De vraag komt natuurlijk op waarom iemand op deze wijze optreedt. Is hij ontzettend dom, uitermate ondeskundig of is sprake van bewuste misleiding en kwaadaardigheid? Heeft het Rotterdamse havenbedrijf hem al heel lang aan een touwtje? Ik weet het antwoord niet, maar de vragen komen wel op.

Een lid van de Tweede Kamer hoort zonder last of ruggespraak van derden zijn of haar werk te doen. In het geval van Feenstra is daarvan geen sprake. Al heel lang roept hij de schijn op zich in dienst te stellen van alle partijen, die enorme financiele belangen hebben bij de Betuweroute. Ik herinner mij nog heel goed zijn enorme verzet tegen een nuchtere inventarisatie van het Centraal Planbureau. Nog steeds ligt het zeer voor de hand dat onafhankelijke bureau naar het project te laten kijken. De rapporten van de Algemene Rekenkamer lieger er ook niet om.
Dezer dagen bezocht Feenstra regelmatig de fractie van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer. Hij bezweert ze niet in te stemmen met een parlementiare enquete. Hij is er geharnast tegen. Dat begrijp ik wel. Het risico van een enquete is voor Feenstra erg groot. Er komt over een breed front boven tafel, wat nu nog onder de oppervlakte verborgen is.
Toch zal het er van moeten komen. De jongere leden van de fractie hebben geen boodschap aan de enorme blunders die door Jorritsma, Netelenbos, Kok en niet te vergeten Melkert en May-Weggen met betrekking tot de Betuweroute zijn begaan. Zij willen terecht weten hoe dat allemaal kon gebeuren.
Aan de orde kan dan ook de strategische vraag komen, waarom Rotterdam in Europa zo nodig moet concurreren met Antwerpen en Hamburg.

Behalve aan een parlementaire enquete kan ook nog een enquete door de gemeentraad van Rotterdam worden gedacht. In Almere gebeurt dit nu naar aanleiding van het totale fiasco van Omniworld. Ook een voorbeeld van het mislukken van de publiek-private constructie door onkunde, het verstrengelen van belangen en een gebrek aan planning en wanbeleid. De Betuweroute in het klein. Vermoedelijk zal Feenstra zich ook tegen een gemeentelijke enquete met hand en tand verzetten. Maar daarin schuilt veeleer een aanwijzing dat er veel te verbergen is, dan dat hij een liefhebber van de waarheid is. Het wordt tijd in mijn archieven te duiken!

Print Friendly, PDF & Email
Share