Incompetentie bij het OM: de casus-van Capelle

HOE ‘CRIMEFIGHTER’ VAN CAPELLE HET OM DE AFGROND IN HELPT

J. de Wijckerslooth is na A. Docters van Leeuwen de tweede hoogste man van het Openbaar Ministerie die beschadigd en gefrustreerd de aftocht moet blazen. Het OM blijft, zo blijkt, een niet te managen organisatie. De hoofdoorzaak: de steeds sterkere grip van de politiek op ons strafrecht. Deze grip heeft ondermeer tot gevolg dat het OM steeds moeilijker fouten in concrete procedures kan toegeven omdat dat de verantwoordelijke minister in deze tijd van hypes rond criminaliteit en misdaad direct in de politieke gevarenzone brengt. En dit leidt dan weer tot het verbazingwekkende fenomeen dat juist die leden van het OM die direct verantwoordelijk zijn voor deze fouten steeds weer worden gepromoveerd in een krampachtige poging het bestaan van deze fouten te ontkennen. De opmerkelijke loopbaan van M. van Capelle, de huidige hoogste man van het OM in Den Haag die betrokken was bij vrijwel alle grote ‘blunders’ van het OM van de laatste tien jaar maar desalniettemin steeds maar weer werd bevorderd, laat zien hoe dit mechanisme in de praktijk werkt en illustreert de crisis waarin het OM verkeert.

Deze email ging onlangs uit naar het Openbaar Ministerie (OM) bij het Gerechtshof in Den Haag: “Ik zou gaarne hoofdadvocaat-generaal mr. M. van Capelle willen interviewen in het kader van een artikel over zijn loopbaan bij het OM. De directe aanleiding voor het gesprek is de strafzaak over de moord op Nienke Kleiss, de zogeheten ‘Schiedammer parkmoord’. In december 2002 maakte prof. Van Koppen een vernietigend rapport over de later compleet foutief gebleken veroordeling van Kees B. door het Haagse Hof en over de rol van het OM, maar een reactie hierop bleef toen uit. Ik ben ge?nteresseerd in de visie van Van Capelle hierop en in zijn kant van het verhaal. Daarnaast zou ik andere zaken willen doornemen die in de carri?re van Van Capelle hebben gespeeld zoals zijn rol in de IRT-affaire, de zaak-Lancee, de bestuurscrisis binnen de Groninger driehoek en zijn onderzoek inzake de ‘vrijwaringsbrief’ van H. Vos inzake E. de Kroes. Gezien het grote aantal te bespreken zaken hoop ik op een duur van twee uur voor het gesprek. Hoogachtend, Micha Kat.” Tien dagen later werd ik gebeld door een medewerkster van het Haagse ressortsparket. “Mr. Van Capelle heeft geen behoefte nader in te gaan op zaken die in het verleden speelden” zei ze. “Verder vindt hij dat een lid van het OM zich niet op deze wijze in de media dient te profileren.”


Rene Lancee‘Probleem-officier naar Friesland’ en ‘Van Capelle boosdoener in zaak-Lancee’. Het zijn krantenkoppen (Trouw) uit 1998. In september 2002 werd deze ‘probleemofficier’ echter hoofdadvocaat-generaal (de hoogste man) van het ressortsparket (dat strafzaken aanbrengt in hoger beroep) bij het gerechtshof in Den Haag. Reden te over de loopbaan van van Capelle eens wat nader te bestuderen, vooral ook omdat er de laatste jaren steeds meer kritiek op het OM klinkt. Hoe is het mogelijk dat een Officier van Justitie die reeds in 1998 in een landelijke krant (een absoluut unicum in Nederland) een ‘probleemgeval’ en een ‘boosdoener’ wordt genoemd zo’n glanzende carri?re maakt? De feiten die via diverse bronnen (openbare en vanuit de advocatuur) tot ons komen over de loopbaan van van Capelle leiden tot de conclusie dat we hier niet zozeer te maken hebben met een ‘probleemgeval’ als wel met een magistraat die alle incompetentie, arrogantie, wereldvreemdheid en gebrek aan moreel besef waardoor het OM thans zozeer wordt geplaagd in zich lijkt samen te ballen. Van Capelle staat met andere woorden symbool voor de ineenstorting van het OM. Zijn optreden, zo blijkt, leidt steevast tot enorme ellende en grote maatschappelijke schade, vooral waar het gaat om het vertrouwen in onze rechtsstaat. Daarenboven wordt uit het onderzoek naar Van Capelle een ander patroon bij Justitie zichtbaar: hoe groter de brekebeen, hoe flitsender de carri?re. Hierover later meer.

Prof. van KoppenToen het Haagse Hof Kees B. op acht maart 2002 opnieuw veroordeelde tot achttien jaar en TBS was van Capelle nog advocaat-generaal bij het ressortsparket van Leeuwarden. Een half jaar na het noodlottige arrest trad hij aan als hoogste man van het Haagse Hof. Hij zwaaide daar dus de scepter toen de hoogleraar rechtspsychologie P. van Koppen in december 2002 een studie naar het OM stuurde waaruit bleek dat er van de hele rechtsgang inzake de ‘Schiedamse parkmoord’ weinig deugde. Met deze unieke studie (het was nog niet eerder voorgekomen dat een geleerde van naam en faam zich rechtstreeks tot het College van PG’s richtte met een vernietigende analyse over een specifieke rechtsgang) gebeurde vervolgens niets. Ook was van Capelle de hoogste man van dit rechtscollege toen in juli 2004 een nieuwe verdachte de moord op het meisje Nienke Kleiss in het Schiedamse Beatrixpark bekende en toen het OM begin december 2004 toegaf dat DNA-bewijs volgens ‘de nieuwste technieken’ de schuld van deze nieuwe verdachte bevestigde; hierop volgde reeds direct (10 december) de aankondiging dat Kees B. die bijna vier jaar onschuldig in de cel had doorgebracht in vrijheid zou worden gesteld. Strafrechtadvocaat Gerard Spong, die namens Kees B. twee herzieningsverzoeken indiende bij de Hoge Raad tegen diens veroordeling, kreeg in die laatste fase direct met van Capelle te maken; de hoofdadvocaat-generaal was als hoogste man van de hoogste veroordelende instantie immers direct verantwoordelijk voor de invrijheidsstelling van Kees B. Spong: “Toen Kees B. in vrijheid moest worden gesteld, gaf van Capelle niet thuis. Hij zei dat niet hij, maar de Dienst Justiti?le Inrichtingen verantwoordelijk was. Ik bestreed dat en zei: volgens de wet bent u verantwoordelijk. Dit gesteggel leidde tot veel tijdverlies voor mijn cli?nt die op dat moment natuurlijk tot het uiterste getergd en gespannen was. Later stelde van Capelle als voorwaarde, toen was hij opeens blijkbaar wel weer verantwoordelijk, dat Kees B. eerst zijn paspoort moest inleveren. Pas dan zou hij worden vrijgelaten. Dat paspoort lag thuis bij zijn moeder. Het zou moeten worden ingeleverd op een politiepost. Het was inmiddels vrijdagmiddag, half vijf. Het was nog een hele operatie dat allemaal geregeld te krijgen. Het was bloedstollend. Het had niets gescheeld of ze hadden mijn cli?nt net zo makkelijk nog het hele weekeind in de cel laten zitten.”

We schrijven 2 oktober 1995. Locatie: de vergaderzaal van de Eerste Kamer in Den Haag. Voor de parlementaire enqu?tecommissie Opsporingsmethoden (‘Van Traa’) wordt mr. M. van Capelle gehoord, op dat moment plaatsvervangend hoofdofficier van het arrondissementsparket te Groningen. Onderwerp van de ondervraging is de rol van van Capelle in het IRT-drama als officier ‘zwacri’ (zware criminaliteit) te Amsterdam (vanaf 1990). Die rol is omstreden, zacht gezegd. In een publicatie in Trouw (23 december 1998) staat dat ‘van Capelle werd overgeplaatst van Amsterdam naar Groningen omdat hij medeverantwoordelijk was voor de problemen rond het IRT Noord-Holland/Utrecht.’ Nu is het journalistiek ondoenlijk om tien jaar na dato alle feiten boven tafel te krijgen inzake het IRT-drama. Die feiten zijn immers nooit allemaal boven tafel gekomen of zijn neergelegd in geheime stukken en appendices. Maar de kern van het IRT-drama is duidelijk genoeg. Uit NRC Handelsblad, 7 oktober 1995: “Politiekorpsen door het hele land hebben de laatste jaren grote partijen soft- en soms zelfs harddrugs op de markt gebracht. De ‘tussenstand’ is dat vanaf 1992 51 containers met drugs op verzoek van politie en justitie de douane zijn gepasseerd.” In deze tumultueuze tijden wordt justitie gespleten door de lijn van de ‘preciezen’ die vinden dat drugsimport door justitie ‘niet kan’ en dat dit schandaal tot op de bodem moet worden uitgezocht en de ‘rekkelijken’ die menen dat ‘de grenzen van het opsporingswerk zo ver mogelijk verkend dienen te worden’. Het importeren van drugs tegen deze achtergrond vormt voor deze groep geen probleem. De ‘rekkelijkste der rekkelijken’, mega-importeur van soft- en harddrugs, was oud-politieman M. van Capelle. Dit schrijft NRC Handelsblad: “M. van Capelle was een rekkelijke in hart en nieren. Eerder was hij er door de Amsterdamse commissaris Welten (delicaat: thans is hij hoofdcommissaris te Amsterdam) zelfs van beschuldigd de politie te hebben ‘geforceerd’ drugs door te leveren”. De rol van van Capelle in het IRT-schadaal leidt er in elk geval toe dat hij wordt overgeplaatst van Amsterdam naar Groningen. Volgens Vrij Nederland uit die periode speelde hier ook een diepgaand conflict tussen officier van Capelle en hoofdofficier Vrakking. Van Capelle zou menen dat Vrakking veel te goed bevriend was met de toenmalige politiehoofdcommissaris Nordholt en diens rechterhand Van Riessen. Het ‘naar beneden trappen’ van de oud-politieman (tot 1982) van Capelle tegen diens voormalige collega-dienders zou later in Groningen ook een belangrijke rol spelen in de traumatische affaire rond de ‘Oosterpark-rellen’. De druppel die de emmer voor Vrakking deed overlopen was volgens het weekblad dat van Capelle de afwikkeling van een onderzoek tegen een aantal Amsterdamse wisselkantoren buiten diens medeweten liet filmen door een tv-ploeg: Vrakking zegde het vertrouwen in van Capelle op.

Het is 27 april 1996, vier uur ’s ochtends. Op het waddeneiland Schiermonnikoog wordt politieman Rene Lancee door een tot de tanden toe bewapend en gemaskerd arrestatieteam van zijn bed gelicht en afgevoerd. Het is het begin van de ‘affaire-Lancee’ die net zulke diepe wonden zal slaan in de geloofwaardigheid van justitie als de IRT-affaire. De kern van deze affaire laat zich na al die jaren als volgt samenvatten: lokale politieman had zich de woede op de hals gehaald van het gezag door een wethouder die ’s nachts dronken bij alleenstaande vrouwen binnenviel hard aan te pakken. Vervolgens wordt zijn dochter onder zware druk gezet te verklaren dat zij door haar vader seksueel zou zijn misbruikt. Hiertoe werden zelfs processen-verbaal vervalst waarvoor enkele rechercheurs zelfs nog zijn vervolgd. Na de zaak jarenlang te hebben vertraagd met gedraai en leugens moet justitie uiteindelijk diep door het stof en betaalt een miljoen gulden. Laatste bedrijf: Lancee wijkt uit naar Spanje. Een gezin is definitief verwoest.
Ten tijde van de arrestatie van Lancee was van Capelle plaatsvervangend hoofdofficier te Groningen. Vast is komen te staan (geheim rapport van de regiopolitie, het ‘rapport-Keizer’) dat er bij de arrestatie van Lancee ‘nog bij lange na geen sprake was van behoorlijk onderzoek’. Verder lezen we: “Na een eerste teambijeenkomst op 24 april werd de politie slechts twee dagen tijd gegund voor onderzoek naar de juistheid van de feiten en omstandigheden. Het politieteam had in die eerste dagen ook nog niet de beschikking over de gedetailleerde aangifte van dochter Bianca.” Dit alles viel onder de directe verantwoordelijkheid van van Capelle die het onderzoek namens het OM leidde. In een artikel in Trouw (28 augustus 1997) lezen we het volgende: “Uit het rapport-Keizer blijkt dat de plaatsvervangend hoofdofficier van Capelle reeds voordat er een onderzoeksteam was gevormd al had besloten dat Lancee door een arrestatieteam moest worden aangehouden. Onduidelijk is waarop dit besluit stoelde. Van Capelle ontmoette twee dagen voor Lancees arrestatie bij toeval plaatsvervangend korpschef H. Munting van de Groninger regiopolitie bij een voorstelling in cultureel centrum De Oosterpoort in Groningen. Van Capelle vertelde Munting daar dat tegen Lancee een arrestatieteam zou worden ingezet. Het verslag: ‘De heer Munting geeft aan dit een zeer ingrijpend middel te vinden, maar vindt deze beslissing verder de verantwoordelijkheid van justitie’. Het rapport eindigt met de conclusie dat ‘het volledige onderzoek, inclusief alle beleidsbeslissingen, feitelijk gebeurde onder verantwoordelijkheid van het OM'”. Hoezeer deze rapportage het bij het rechte eind had, bleek een jaar later toen minister Sorgdrager onderzoek naar de affaire liet doen. Daar had zij alle reden toe, want haar politieke carri?re was door de affaire vernietigd omdat vast was komen te staan dat ze de kamer bij herhaling fout had ingelicht over de zaak-Lancee. Verantwoordelijk voor de leugenachtige informatievoorziening aan de minister was van Capelle die zo zijn eigen straatje meende te kunnen schoonvegen ten koste van de politie die alle stront in de schoenen geschoven kreeg. Dit schrijft wederom Trouw op 3 juni 1998: “De plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Groningen mr. M. van Capelle wordt door het ministerie van Justitie gezien als de belangrijkste boosdoener achter de gebrekkige informatie tussen het Groninger OM en de minister. In een nog vertrouwelijk rapport, ongesteld in opdracht van Sorgdrager door haar juridisch adviseur mr. P. van der Flier, wordt vastgesteld dat van Capelle ‘een onjuiste weergaven heeft gegeven’ van de gebeurtenissen rond het inzetten van een arrestatieteam tegen de ex-politiechef van Schiermonninkoog. Gelet op de aard van de zaak was dat ‘onverantwoord’ aldus van der Flier.” Zelfs het voorliegen van de eigen minister blijkt in juridisch Nederland geen beletsel voor een glanzende carri?re op het juridische pluche, ook niet in combinatie met massa-import van soft- en harddrugs.

De opzichtige poging van van Capelle om zich schoon wassen ten koste van de regiopolitie faalt dus. Maar dat heeft wel tot gevolg dat de verhoudingen tussen OM en politie in Groningen compleet zijn verziekt. Dat treedt onbarmhartig aan het licht op 31 december 1997 als in de Groningse wijk Oosterpark enkele jongeren genadeloos tekeer gaan en huizen van burgers binnenvallen en plunderen. Het OM en politie nemen direct hun stellingen in en de verwijten en beschuldigingen over en weer vliegen in het rond. De operette is compleet als blijkt dat de hoogste baas van het OM van het noorden des lands, Dato Steenhuis, een betaalde bijbaan heeft bij het bureau dat de gang van zaken onderzocht en, niet geheel verbazingwekkend, alle zwarte pieten bij de politie neerlegde. Steenhuis blijkt het rapport dat de directe aanleiding vormde voor het aftreden van korpschef Veenstra zelfs persoonlijk te hebben geaccordeerd. Veenstra beschuldigde van Capelle er vervolgens van het door het OM ingestoken rapport te hebben gelekt naar de media om de politie in een kwaad daglicht te stellen. Na zijn roemloze aftocht als drugs-importeur vanuit Amsterdam is nu ook zijn positie in Groningen onhoudbaar. In justitieel Nederland is er dan maar een weg: die naar boven. Per 15 februari 1999 wordt van Capelle gepromoveerd tot advocaat-generaal bij het ressortsparket van Leeuwarden. Het was bij deze gelegenheid dat Trouw (23 december 1998) kopte met ‘Probleem-Officier naar Friesland’. De bijklussende Steenhuis vond ook de weg naar boven: hij werd per 1999 op de hoogste troon gehesen die het OM kent, die van lid van het gloednieuwe College van Procureurs-Generaal. In Leeuwarden wordt van Capelle de directe collega van Carla Eradus die dan president is van het Gerechtshof aldaar. Ook haar carri?re vertoont een patroon van blunders waarop steevast verdere promotie volgt. Het weekblad HP/de Tijd berichtte hierover in mei 2004.

Eddy de KroesOpvallend is dat van Capelle in Leeuwarden nooit de hoogste positie bereikt, die van hoofdadvocaat-generaal. Dat lukt hem dus wel in Den Haag, een veel belangrijker parket dat Leeuwarden, en wel per september 2002. Waarschijnlijk achtte het OM de hoogste positie te Leeuwarden te min voor een magistraat van zijn allure en wachtte men tot een post met meer status vrij kwam. Opvallend was de deze Haagse benoeming geheel buiten de publiciteit werd gehouden; zelfs Trouw dat eerder briljant journalistiek spitwerk had afgeleverd zwijgt nu in alle toonaarden. De cirkel is nu bijna rond: het is in deze functie dat van Capelle te maken krijgt met de Schiedamse parkmoord. Maar dat gebeurde niet alvorens eerst nog zijn stempel te drukken op de zoveelste zaak die aantoont hoezeer het OM is gecorrumpeerd: de zogeheten ‘vrijbrief’ waarmee de drievoudig veroordeelde zwendelaar Eddy de Kroes uit het gevang wist te blijven. Deze brief die elke strafrechtgeleerde met stomheid deed slaan bleek in 1992 te zijn afgeven door de Haagse officier Hans Vos. De brief toonde aan dat het in ons land mogelijk is om ook na een veroordeling door de Hoge Raad te ontkomen aan gevangenisstraf via schimmige briefjes en de juiste relaties. Dat wil zeggen: als de brief echt zou zijn. Want het OM koos in deze zaak de positie dat de brief een vervalsing was. De enige krant die werk heeft gemaakt van deze zaak is De Telegraaf. Daarin lezen we op 7 oktober 2003: “Justitie twijfelt nu hardop of de brief wel authentiek is. De justitietop komt tot dit oordeel op basis van de voorlopige bevindingen van het interne onderzoek dat de afgelopen weken heeft plaatsgevonden door de hoofdadvocaat-generaal in Den Haag mr. M. van Capelle.” Toen deze affaire in september 2003 in de publiciteit kwam dankzij het maandblad Quote ging het OM direct over tot arrestatie van de Kroes. Gerard Spong stond de Kroes in deze zaak bij. Spong: “Op basis van een artikel in Quote ontnam het OM iemand na zoveel jaar opeens zijn vrijheid. Ik gaf van Capelle in zijn hoedanigheid als hoogste man van het Haagse OM hierop de vrijbrief van Vos in handen. Hij zei direct: ik ga ervan uit dat de brief vals is, dus houd ik De Kroes in hechtenis. Je kon aan die brief echter direct zien dat hij heel goed echt zou kunnen zijn. Hans Vos heeft bovendien verklaard dat het zijn handtekening was en dat hij wel vaker dit soort brieven schreef. Van Capelle heeft De Kroes zeven dagen vast laten zitten totdat de kortgedingrechter hem terugfloot. Ik vroeg van Capelle: hoe kun je dat doen? Hij antwoordde hooghartig: dat doe ik gewoon!” Op 29 april 2004 oordeelde de voorzieningenrechter dat De Kroes erop mocht vertrouwen dat de vrijbrief geldig was. De frauderende ex-vleeshandelaar werd direct in vrijheid gesteld. Van deze zaak is verder weinig meer vernomen. Behalve dan dat Hans Vos werd gepromoveerd. Nog wel tot directeur van het ‘kwaliteitsbureau’ van het OM in Amersfoort.

Gerard SpongNog even terug naar de zaak Nienke Kleiss. Eind januari werd de gerechtelijke dwaling eindelijk officieel erkend toen de Hoge Raad een tweede herzieningsverzoek van Spong honoreerde en oordeelde dat de zaak tegen Kees B. moet worden overgedaan. De noodlottige rechtsgang in deze zaak begon in Rotterdam waar Kees B. in eerste aanleg werd veroordeeld. Ook toen al vertoonde het onderzoek in deze zaak volgens Van Koppen cruciale lacunes, vooral in de vorm van het verdonkeremanen van al het voor Kees B. ontlastende materiaal uit het dossier. De officier van justitie die de zaak in Rotterdam aanbracht en dus de eerstverantwoordelijke is voor deze meest recente dwaling, mr. Bernadette Edelhauser (volgens van Koppen heeft zij ‘de rechtbank misleid’) is inmiddels bevorderd tot advocaat-generaal in Den Haag. Haar directe baas aldaar is Mr. M. van Capelle. Ter compleetheid: ook de voorzitter van het college dat Kees B. in eerste aanleg veroordeelde, mr. Silvis, werd per direct gepromoveerd tot Raadsheer bij het Haagse Hof. Datzelfde geldt trouwens ook nog voor de eindverantwoordelijke voor de affaire-Lancee, van Capelle’s baas in Groningen mr. Daverschot. Du moment dat de affaire voorbij is krijgt het hij hoogste troon aangeboden van het ressortparket van Arnhem.

Het is tot slot niet helemaal juist dat van de kant van het OM geen reactie volgde op het rapport van Van Koppen over de zaak-Nienke. Reeds vrij snel na het uitkomen van het rapport kwam er een reactie van het parket Generaal (het landelijk hoofdkwartier) in Den Haag, gepubliceerd op de internetsite van het OM. Er staat: “Het rapport van de heer van Koppen is na ontvangst door het OM uitvoerig bekeken en geanalyseerd. Hieruit werd de conclusie getrokken dat de punten die de heer van Koppen opwerpt niet worden onderschreven.” Van Koppen nu: “Het probleem van het OM is dat als er stront aan de knikker komt iedereen naar boven gaat zitten kijken. De politie geeft veel eerder fouten toe. Bij het OM is de eerste reactie als er iets misgaat: hoe kunnen we zorgen dat het onder de pet blijft.”

CAPELLE M.A.A. van , geboren dec 1952

Hoofdinspecteur van politie te Den Haag
Plaatsvervangend Officier van Justitie arrondissementsparket Utrecht 1 sep 1982
Substituut-officier van Justitie arrondissementsparket Utrecht 14 dec 1983
Arrondissementsofficier van Justitie arrondissementsparket Utrecht 11 okt 1984
Arrondissementsofficier van Justitie 1e klasse arrondissementsparket Amsterdam 26 jul 1990
Arrondissementsofficier van Justitie 1e klasse arrondissementsparket Groningen 1 sep 1994
Plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie arrondissementsparket Groningen 1 sep 1995
Plaatsvervangend Hoofd-Advocaat-Generaal ressortsparket Leeuwarden
Adv.-gen. ressortsparket Leeuwarden 15 februari 1999
Hoofdadvocaat-generaal Resortsparket Den Haag 1 september 2002

TEVENS
Parrttime-hoofdredacteur Tijdschrift Politie
Lid Landelijk Ondernemingsoverleg, onbetaald
Commissaris Brouwer Machinefabriek te Hengelo, onbetaald
Commissaris BMF Metaaltechniek ; 2 uren/week ; onbetaald
Gastdocent SSR ; betaald
Docent Stichting Studie Centrum Rechterlijke Macht, betaald
Bron: www.sdnl.nl

Print Friendly, PDF & Email
Share