HOUTHOFF EN DE GROTE OMKOPING

LEES HIERONDER DE EXPLOSIEVE REACTIE VAN MICHA KAT OP HET VERWEER VAN ADVOCATENKANTOOR HOUTHOFF BURUMA OP DE KLACHT BIJ DE ORDE VAN ADVOCATEN WEGENS HET OMKOPEN VAN RECHTER WESTENBERG

BREAKING: BENADERDE HOUTHOFF WESTENBERG TEN FAVEURE VAN FIETSENFABRIEK ACCELL, EEN VAN HUN BELANGRIJKSTE CLIENTEN IN DE GROOTSTE ANTITRUST-ZAAK UIT DE NEDERLANDSE GESCHIEDENIS? * BAS LE POOLE (FOTO) ONDER ZWARE VERDENKENING VAN CORRUPTIE, DE HOOFDADVOCAAT VAN DE TELEGRAAF

ORDE IN TOTALE PANIEK OVER VERWOESTENDE TUCHTKLACHT TEGEN CORRUPT EN CRIMINEEL ADVOCATENKANTOOR * HIER DE ANALYSE VAN WICHER WEDZINGA * HIER HET DOWNPLAY-ARTIKEL OP ADVOCATIE * HIER DE FEITEN OP SCHIPHOLWANBELEID EN DEZE SITE

Reactie op weerschrift Houthoff Buruma inzake dossier 40-13-0410 Kat/Houthoff Buruma d.d.15 februari 2013

Schiedam, 7-9 maart 2013

A: Algemene opmerkingen over de relatie tussen advocaat en rechter

“Je hebt twee soorten advocaten: zij die de wet kennen en zij die de rechter kennen.” Deze oude ‘volkswijsheid’ wordt vaak geciteerd in relatie tot zonnige landen in andere werelddelen.

Maar de laatste tien jaar is het juridische (uit)lachen van andere jurisdicties ons land wel vergaan. Sterker: in beleggerskringen is thans zelfs sprake van een ‘Dutch discount’: een ‘korting’ op de waarde van Nederlandse bedrijven vanuit ondermeer de gedachte dat onze rechtstaat inmiddels te corrupt is geworden om gelaedeerden van fraude nog een kans te bieden op compensatie. Dat deze situatie heeft kunnen ontstaan is met name te wijten aan de structurele weigering van toezichthouders, politici en media aandacht te schenken aan de schandalen en signalen. Ook de Orde van Advocaten speelt hier een uiterst twijfelachtige rol die sterk doet denken aan de sombere jaren tussen 1940 en 1945.

Het krachtigste signaal over de verregaande staat van ontbinding van onze rechterlijke macht vormen de affaires Chipshol annex Westenberg en Kalbfleisch. Zulks werd ook onderkend door de Nationale Ombudsman die in april 2011 het volgende liet optekenen in het NJB: De autoriteit van de rechter dreigt in de Chipsholzaak in een vrije val terecht te komen. Langzamerhand blijkt op basis van meerdere verklaringen dat er bij de Haagse rechtbank sprake kan zijn geweest van een ernstige cultuurfout waardoor de onpartijdigheid is aangetast. Juist omdat deze twee voormalige vice-presidenten van de Haagse rechtbank symbool zijn komen te staan voor het verval van onze rechtstaat, is het van het grootste belang deze ‘rommel’ zo effectief mogelijk op te ruimen.

Met Westenberg is veel meer aan de hand dan alleen corruptie in opdracht van de Staat in de Chipshol-zaak. Uit stukken in het strafdossier blijkt dat hij voor tonnen en tonnen ‘bijkluste’ en zelfs ook werkte voor rechtspersonen met directe banden met het criminele milieu zoals Willem Endstra. Voor feiten en achtergronden zij verwezen naar de advertentie die is geplaatst in het dagblad Trouw op 21 november 2012 en die is bijgevoegd als bijlage 1. In deze bijlage komen ook de werkzaamheden aan de orde die Westenberg uitvoerde in opdracht van Houthoff Buruma en die flagrant in strijd zijn met het tuchtrecht dat dergelijke contacten tussen advocaten en rechters verbiedt, althans zou moeten en behoren te verbieden.

Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw is de bedreigde onafhankelijkheid van de rechter een continu terugkerend dossier in politiek, media en ‘Volksempfinden’. Talloos zijn de publicaties over belangenverstrengelingen, nevenfuncties, de verplichte registratie daarvan, de weigering van rechters daaraan te voldoen, het imploderende vertrouwen van de burger in de rechter, and so on. Een cruciaal element is deze discussie vormt de relatie tussen advocatuur en rechterlijke macht met als belangrijkste steen des aanstoots het vervullen van rechter-plaatsvervangerschappen door advocaten van grote, gevestigde kantoren. Onder druk van deze publieke discussie verklaarde de bestuursvoorzitter van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn op 7 maart 2008 in Het Advocatenblad in een interview met Micha Kat dat zijn kantoor alle posities binnen rechtbanken en gerechtshoven zou afbouwen. Dit is overigens niet gebeurd. Hieruit blijkt dat de relatie advocaat-rechter als delicaat en explosief wordt gezien. Het besef dat de rechter in het geheim een kantoorgenoot kan zijn van de raadsman van zijn wederpartij begint voor de burger, met name als hij procedeert tegen grote en machtige partijen, bijna een trauma te worden.

Geheel parallel aan het bekleden van de dubbelfunctie advocaat-rechter ligt uiteraard het onderhouden van vriendschapsbanden tussen advocaten en rechters. Dit probleem is zo mogelijk nog groter want nauwelijks te onderzoeken en in kaart te brengen. Op dit punt ligt de verantwoordelijkheid geheel bij de rechter en het middel van de verschoning. De ervaringen met dit middel zijn echter rampzalig. In de beleving van de burger is vaak sprake van ‘het hockeyveld’ of ‘de Rotary-club’ waar advocaten en rechters gemene zaak maken ten detrimente van de geisoleerde rechtzoekende. Nu is het voor een advocaat dan wel een advocatenkantoor natuurlijk in praktische zin onmogelijk hier een einde aan te maken. Echter, het doelbewust creeeren van situaties, zeker tegen de achtergrond van de beschreven maatschappelijke onrust op dit punt, waar rechters en advocaten kunnen ‘confraterneren’ is buiten elke aanvaardbare proporties. Zulks temeer als er sprake is van betalingen. Dan komen de bestreden gedragingen zelfs in de sfeer te liggen van het strafrecht.

B. De relatie advocaat-rechter in het tuchtrecht

Mij is niet bekend of deze relatie ooit eerder is onderworpen aan tuchtrechtelijke toetsing. Gedragsregel 15 is de enige regel die ziet op contacten tussen advocaten en rechters en betreft de gedraging die ‘adieren’ wordt genoemd: het buiten de regels van de procesorde benaderen van een rechter in een lopende zaak. Dat deze regel niet is uitgebreid met een verbod op het organiseren van gelegenheden en events waarop advocaten met rechters kunnen ‘confraterneren’ dan wel met een verbod tot het doen van betalingen aan rechters, is uitsluitend te verklaren vanuit de ondenkbaarheid dat leden van de Balie zich ooit aan dergelijk wangedrag zouden kunnen schuldig maken. De opstellers van de gedragsregels hebben eenvoudigweg nooit rekening gehouden met zo’n situatie. Er is immers ook geen gedragsregel die het advocatenkantoren verbiedt rechters kantoorruimte aan te bieden dan wel gratis en vrije toegang tot de faciliteiten van het kantoor of samen met rechters excursies en sportdagen te organiseren. De tuchtrechtelijke laakbaarheid van dergelijke gedragingen volgt logischerwijs uit gedragsregel 15.

C. De weren van Houthoff Buruma

Houthoff beroept zich op de wens de ‘kwaliteit van de verleende diensten op hoog nivo te brengen via voortdurende bijscholing’. Hiertoe huurt het diverse professionals in: professoren, hoogleraren (merkwaardige redundantie: het kantoor probeert te opsomming langer te maken), financieel deskundigen of andere deskundigen uit de praktijk waaronder advocaten en rechters. Volgens het kantoor is het inhuren en betalen van deze mensen ‘volstrekt gebruikelijk’ en niet in strijd met de gedragsregels.
Deze weer faalt nu de rechter een speciale positie inneemt in diens relatie en contacten met advocaten. Hieraan gaat Houthoff geheel voorbij. Deze speciale positie blijkt uit het feit dat de gedragsregels wel spreken over de relatie advocaat-rechter, maar niet over die tussen de advocaat en de professor of tussen de advocaat en de financieel deskundige. Door de rechter geheel gelijk te schakelen met de andere ‘docenten’ geeft Houthoff blijk van een ernstige en alarmerende mate van wanbegrip over de primaire uitgangspunten van onze rechtstaat. De situatie is immers geen andere dan die van een voetbalclub die zegt: wij willen het nivo van onze spelers steeds optimaliseren en daartoe maken we gebruik van diverse professionals: looptrainers, fysiotherapeuten, masseurs, psychologen en ook van de scheidsrechters.
Tevens maakt Houthoff op geen enkele wijze aannemelijk dat het inhuren van rechters door advocatenkantoren ‘volstrekt gebruikelijk’ is noch ook dat de betalingen aan Westenberg ‘marktconform’ zijn. Wil het kantoor hiermee suggereren dat er een ‘markt’ is van rechters die zich laten betalen door advocatenkantoren?
In een telefonisch gesprek met de Amsterdamse deken heeft klager aangegeven dat deze beide beweringen van Houthoff -dat het inhuren van rechters door advocatenkantoren ‘volstrekt gebruikelijk is’ en dat de betalingen ‘marktconform’ zijn- zouden moeten worden getoetst. De deken toonde zich hierbij niet bereid zulks in gang te zetten.

Houthoff geeft aan dat de reden om Westenberg in te huren gelegen zou zijn in zijn bijzondere expertise op de gebieden ‘getuigenverhoren’ en ‘pleiten’. Op geen enkele wijze valt in te zien en/of aannemelijk te maken dat juist op deze twee gebieden een rechter moet worden ingehuurd. Immers, in het lijstje van deskundigen dat Houthoff noemt die worden ingezet in het Houthoff Trainee Programme komen ook advocaten voor. Advocaten hebben per definitie meer expertise op genoemde onderdelen dan rechters. De sterke indruk ontstaat dan ook dat Westenberg niet is ingehuurd om genoemde expertises, maar om zijn status als rechter. Dit voedt opnieuw de beschuldiging van omkoping. Hetzelfde geldt voor de lange duur van de periode waarin Houthoff gebruik heeft gemaakt van de diensten van Westenberg -van 2005 tot 2009- alsmede voor de bijzondere status van Westenberg als leider/voorzitter van de zogeheten ‘vliegende brigade’ van rechters die overal in het land konden worden ingezet en als zeer invloedrijk vice-president van de Haagse rechtbank. Houthoff procedeert veelvuldig voor de Haagse rechtbank. Er was kortom nauwelijks een ‘betere’ rechter voorhanden om om te kopen dan Westenberg.

D. Schending gedragsregels 1 en 15

De kans dat advocaten van Houthoff in de vier jaar dat Westenberg daar rond liep met hem hebben gesproken over lopende zaken bij hemzelf dan wel bij andere colleges binnen de Haagse rechtbank moet zeer groot worden geacht. Hiermee is dan reeds direct sprake van overtreding van de regels 1 en 15. Zulks ligt temeer voor de hand als we bedenken dat Westenberg van het op schimmige wijzen whealen and dealen binnen zijn zaken zijn handelsmerk heeft gemaakt. Dit is ook de reden dat hij thans samen met zijn voormalige collega Kalbfleisch vervolgd wordt voor vertrouwensdelicten en in eerste aanleg zelfs de maximale taakstraf van 240 uur werd geeist.
Kan mr. De Kemp verklaren en garanderen dat geen van de advocaten van zijn kantoor met Westenberg heeft gesproken over lopende zaken van Houthoff bij Haagse rechtbank of bij andere gerechten waarop Westenberg zijn invloed kon laten gelden? Is hij bereid zulks te doen?

Verzwarende omstandigheden

Dat een advocatenkantoor eenmalig gebruik maakt van de ‘diensten’ van een rechter is reeds bedenkelijk en zelfs laakbaar, maar in het geval van Houthoff gaat het om het opbouwen van een speciale, exclusieve relatie via contacten gedurende een periode van minimaal vier jaar. Westenberg is hiermee te kenschetsen als een ‘Houthoff-rechter’. Het opbouwen van dergelijke relaties met rechters door een advocatenkantoor is schandalig.
Het inhuren van Westenberg gebeurde in het geheim. In het geniep. Nooit was deze relatie aan het licht gekomen als het Openbaar Ministerie geen strafdossier over Westenberg had aangelegd dat in handen kwam van Chipshol nadat deze partij zich in de strafzaak had gevoegd als benadeelde partij. Vanuit Houthoff was het de bedoeling dat deze relatie geheim zou blijven. Hiermee is het laakbare van deze relatie reeds direct aangetoond.
Houthoff provoceert als het stelt dat ‘ook de clienten van het kantoor profiteren’ van het inhuren van Westenberg. Natuurlijk ‘profiteren’ de clienten als hun advocaten een speciale exclusieve relatie opbouwen met de rechter, maar niet op een wijze die de toets van het tuchtrecht en waarschijnlijk zelfs van het strafrecht kan doorstaan. Door dit zo te stellen laat het kantoor opnieuw zien elke neiging tot zelfreflectie te missen.

Maar zoals eerder betoogd onder B is er ook sprake van schending van regel 15 als de vraag of er is gesproken over lopende zaken op de Haagse rechtbank onbeantwoord blijft. Het gaat elk begrip te boven dat een advocatenkantoor een situatie waarin achter de schermen en in het duister kan worden gedeald met rechters willen en wetens en over een periode van vele jaren creeert en daar ook forse betalingen aan koppelt.

E. Ontvankelijkheid klager Micha Kat

Houthoff betoogt dat klager niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat de bestreden gedraging niet zou kunnen worden toegeschreven aan ‘een individuele advocaat in zijn hoedanigheid van advocaat’ dan wel omdat klager ‘geen belang zou hebben bij de klacht’ dan wel omdat klager ‘niet zijn belangen zou zijn getroffen door het handelen van de advocaat’. Hierover het volgende.

Dat het kantoor in het licht van deze feiten toevlucht neemt tot techincalities om zich onder de klacht uit te draaien geeft precies het probleem aan van de advocatuur en de rechtstaat anno 2013: op geen enkele wijze wordt meer het algemeen belang gediend en om het eigen belang te dienen dient toevlucht te worden genomen tot de meest geforceerde en verwrongen constructies. Gelukkig heeft de Amsterdamse deken reeds besloten de klacht gewoon door te sturen aan de Raad van Discipline. Het behoeft geen enkel betoog dat het omkopen van rechters een gedraging is de vatbaar dient te zijn voor de toets van het tuchtrecht en zelfs die van het strafrecht. Het is ontluisterend dat op dit punt als verweer wordt gevoerd dat de omkoping niet heeft plaatsgevonden door ‘een individuele advocaat’ maar door ‘het kantoor’.

Subsidiair nog het volgende over het belang van klager. Op 8 januari 2013 kreeg ik een sommatie van Mark de Kemp namens diens client De Telegraaf. Deze sommatie is als bijlage 2 bijgevoegd. Klager is met De Telegraaf in een verregaand conflict verwikkeld vanaf 2008 omdat deze krant hem heeft bedrogen. De Telegraaf betaalde klager uiteindelijk een schadevergoeding van 10.000 Euro. Sedert is De Telegraaf samen met Houthoff Buruma actief om klager kapot te maken tegen elke prijs en te beroven van diens middelen. De email van Mark de Kemp is onderdeel van deze campagne. Daarnaast heeft De Telegraaf zich zij en zij met Houthoff opgeworpen -in weerwil van de feiten- als de grote verdediger van Westenberg en Kalbfleisch, een rol die des te beter te begrijpen valt nu aan het licht is gekomen dat Houthoff Westenberg heeft omgekocht. Achtergronden over deze samenspanning zijn te vinden in de advertentie die door Chipshol is geplaatst in Trouw op 22 september 2012 en die is toegevoegd als bijlage 3. Hiermee is dus aangetoond dat Houthoff deel uitmaakt van een samenzwering tegen klager en dat juist Mark de Kemp binnen deze samenspanning een leidende rol speelt. Hiermee is het belang van klager voldoende onderbouwd en gemotiveerd.

Micha Kat
Schiedam,
9 maart 2012

Print Friendly, PDF & Email
Share