Geestig, slim, teruggetrokken (NRC inz. Demmink)

donner2.jpghirschballin.jpg“Hij is geestig, slim en teruggetrokken en HET IS EEN FEIT dat hij ALLE BESCHULDIGINGEN tot op heden heeft weten te weerleggen” (NRC Handelsblad over Joris Demmink). “Er is geen spoor van rook, laat staan vuur” (J. H. Donner over Demmink) “De aangifte geeft mij geen aanleiding tot het treffen van enige maatregel” (E. Hirsch Ballin over Demmink). “Naaste medewerkers zeggen dat de zaak hem nauwelijks raakt, dat hij VER BOVEN DE PARTIJEN STAAT en NAUWELIJKS AAN GEZAG HEEFT INGEBOET” (De Volkskrant over Joris Demmink). Hieronder een passage uit het klaagschrift tegen de beslissing van het OM Demmink niet te gaan vervolgen (“Van het Openbaar Ministerie kan niet worden verwacht dat een opsporingsonderzoek wordt ingesteld naar beweringen en geruchten die voortkomen uit een volgens de advocaten geheim rapport en geheime notities waarvan niet valt aan te tonen of ze in werkelijkheid wel bestaan”). Het betreft de verklaring van Mustafa Y. die door de SG van Justitie werd misbruikt. Als het Haagse Hof negatief beslist over het klaagschrift, zal Joris Demmink definitief nimmer voor de rechter verschijnen.

“Ze zeiden toen: ‘wij staan achter jou, wij zullen voor je opkomen. We zullen bemiddelen zodat jij beter werk zult kunnen krijgen. Maar we gaan jou naar een plek brengen, we zullen je met iemand laten kennismaken, die gaat zich met jou bezighouden. (uit schaamte wil ik niet verder ingaan op hetgeen mij toen is verteld)

Ik had ook geen kans om te weigeren. Ik was namelijk tot hen veroordeeld. Ik weet heel goed wat mij had kunnen overkomen als ik nee zou hebben gezegd. Ze zouden mij iedere dag ophalen en mij misschien wel delicten die ik niet heb gepleegd, in mijn schoenen schuiven, dat was mij namelijk al heel vaak overkomen. (—) Ik werd geconfronteerd met iemand die even oud was als mijn vader. Iemand met een flink en grof postuur, ik verstond niet wat zij bespraken, maar er stonden drankjes en vruchten op de tafel. Hij vroeg enkele dingen en ik maakte gebaren met mijn handen om duidelijk te maken dat ik hem niet had verstaan. Hij lachte hard. Hij keek alsmaar naar mij, hij keek niet naar de televisie en hij hield zijn ogen niet van mij af. Terwijl hij naar mij keek streelde hij ook zijn lichaam. Het was een goed geklede persoon, hij probeerde met zijn lichaamshouding en zijn gedrag iets aan mij duidelijk te maken. (—)Op dat moment had ik zijn bedoeling al wel begrepen. Nadat die functionaris was vertrokken zijn er een aantal dingen gebeurd. We zijn namelijk samen in het bed gegaan en hij kuste en streelde mij onophoudelijk. Ik walgde van de man maar ik had geen keus… Nadat deze gemeenschap enige tijd had geduurd, heeft hij mij verleid. Ik heb die nacht twee keer een dergelijke gemeenschap gehad met deze persoon. Na verloop van een hele tijd ben ik naar mijn kamer gegaan en hij had mij ook behoorlijk veel geld gegeven, hij had Marken gegeven. De volgende dag ben ik zo rond de middag uit het hotel weggegaan, maar mij werd gevraagd om niet te ver weg te gaan. (—) de volgende dag is er niets gebeurd, later is mij gezegd dat wij met een andere automobiel naar de buurt van Izmir zouden gaan en dat ik mee zou moeten en ik ben met hen meegegaan. Onderweg heeft hij niet veel gesproken, hij zei alleen maar sommige dingen tegen degenen die hem beveiligden, af en toe keek hij mij aan en knipoogde naar me. We waren naar Bodrum gegaan. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik buiten Istanbul kwam. Ik werd er vaak op gewezen dat ik over de naam en de identiteit van deze persoon met niemand mocht praten. Ik dacht bij mezelf, waarom zou ik daarover praten, zou ik aan Allah om mijn verdoemenis verzoeken. We waren naar een plaats dichtbij het centrum van Bodrum geweest. Tegen mij was gezegd dat ik een paar dagen in dat hotel zou blijven en dat mijn relatie met die persoon zou voortduren. Voordat we naar het hotel zijn gegaan hebben we gegeten in een plaats die leek op een zomerhuis, we waren daar met vier mensen. Drie waren buitenlanders en een was Turk. Ze hadden mijn identiteitskaart afgenomen, ze dachten zeker dat ik er anders misschien vandoor zou gaan, maar ik had sowieso geen mogelijkheid om ergens naar toe te gaan. (—) Vervolgens hebben ze mij naar het hotel gebracht waar wij zouden verblijven, je moest daar met een trap naar toe. Bij de ingang van het hotel ontstond een discussie tussen, ik geloof dat het medewerkers van het hotel waren, en de personen die bij mij waren. Ik wist niet wat er aan de hand was, maar de medewerkers van het hotel kon ik verstaan omdat zij Turks spraken. Ik vernam dat de persoon van wie ik inmiddels te weten was gekomen dat hij J.D. heette en in Nederland een belangrijk persoon was, bij de binnenkomst van de functionarissen die bij hem waren, aan het hotel een valse identiteit had opgegeven en dat hij met een identiteitsbewijs op naam van iemand anders in dat hotel willen verblijven. In verband met die persoon is de Gendarmerie ingelicht, maar ze hadden mijn situatie door of iemand heeft dat verteld en het hotelpersoneel zei ‘maak dat je wegkomt, jij bent een fl… ‘Ga jij hier samen met die mannen zijn? Ga weg of we roepen de gendarmerie’. Ik was bang, maar er was niets dat ik kon doen.”

(pargraaf 11 van het klaagschrift; lees het complete klaagschrift via de website van Stan de Jong)

Print Friendly, PDF & Email
Share