Geweigerd artikel over vervanging van rechters

srebrenica.jpgTot verbijstering van heel juridisch Nederland heeft de Staat opnieuw -voor zover bekend voor de derde keer- in een voor haar cruciale procedure een of meer rechters vervangen ten eigen voordele. Thans gaat het om de zaak die tegen Nederland is aangespannen door slachtoffers van het Nederlandse falen in Srebrenica. Eerder (eind oktober 2007) bood ik over dit alarmerende verschijnsel een artikel aan aan het dagblad De Pers. Het stuk werd twee keer herschreven, maar hoofdredacteur Ben Rogmans achtte het niet nieuwswaardig. Rogmans: “Dit soort dingen gebeuren in Nederland gewoon niet. Punt uit. Einde discussie.”

‘Vervanging van rechters is zeer verontrustend’

door Micha Kat

“Ik acht het zeer verontrustend dat de tot ´Chipshol´ ongekende praktijk een college te vervangen al weer zo snel na de ernstige kritiek daarop een vervolg krijgt. De reactie van de overheid heeft zich daarbij gekenmerkt door de nog bedenkelijker nieuwe praktijk om in het geheel niet meer te reageren op welke kritiek dan ook, ook niet vanuit de wetenschap.” Dat zegt prof. A. Tak (Staatsrecht en Bestuursrecht te Maastricht) in reactie op het bekend worden van een tweede geval van ‘rechterswisseling’: het vervangen van de rechters tijdens een procedure, bijvoorbeeld in de periode tussen een ‘tussenvonnis’ en het ‘eindvonnis’. Deze praktijk was tot voor kort niet bekend in ons land en is ook verboden in internationale verdragen. De twee rechtsgangen waarin de rechters tussentijds zijn vervangen zijn de genoemde ‘Chipshol-zaak’ (eind maart 2007) en de zaak over de uitlevering van zakenman Robert Horchner (10 juli 2007) aan Polen. Tak is zelfs zo verontrust, dat hij recent naar aanleiding het nieuwe verschijnsel een artikel heeft geschreven voor De Praktijkgids, het orgaan van de NVRA, de Nederlandse Vereniging van Rechtskundge Adviseurs onder de titel ‘van wraken, verschonen en vervangen, over rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid’.

Want alles gaat natuurlijk om de vraag: waarom werden de rechters in deze zaken vervangen? Wie heeft er belang bij? Hoe verhoudt zich de vervanging met de noodzakelijke rechterlijke onafhankelijkheid? De advocaat van Robert Horchner Cees Korvinus begreep er weinig van: “Normaal gesproken maken rechters een zaak waaraan ze eenmaal begonnen zijn af. Deze wisseling is echt vreemd. Ik heb er geen goed gevoel bij.”

De Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam moest beslissen over de uitlevering aan Polen van Robert Horchner op grond van het Europees Arrestatie Bevel (EAB). Via het EAB uit 2004 kan elke lidstaat van de EU een andere lidstaat opdragen een burger uit te leveren als het meent dat deze strafbare feiten heeft gepleegd op zijn grondgebied. In een tussenvonnis gaven de drie rechters aan dat de Poolse justitie te veel tijd had laten verlopen tussen het eerste rechtshulpverzoek in deze zaak begin 2001 en het uitvaardigen van het EAB in oktober 2005. Voorts twijfelden zij aan de schuld van Horchner aan het ten laste gelegde delict: ‘betrokkenheid bij een cannabisplantage te Polen van september 1999 tot april 2000’. Vanaf 1999 werden Horchner en zijn gezin door het OM vervolgd voor betrokkenheid bij de produktie van XTC, maar het OM had tot bij het gerechtshof in het stof moeten bijten, ondermeer omdat het gebruik gemaakt bleek te hebben van gemanipuleerde telefoontaps. Begin 2005 had Horchner daarom een civiele procedure tot schadevergoeding aangespannen tegen de Staat. De verdediging van de Staat werd gevoerd door het kantoor van de landsadvocaat, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Na het genoemde tussenvonnis van de IRK werden twee van de drie rechters vervangen. Een van de nieuwe rechters, mw. A. Spoel, was tot begin dit jaar werkzaam bij het kantoor van de landsadvocaat. Het nieuwe college van drie rechters oordeelde op 10 juli dat Horchner moest worden uitgeleverd aan Polen. Advocaat Cees Korvinus diende begin september een klacht in tegen Spoel bij de Hoge Raad wegens belangenverstrengeling. Volgens de advocaat had zij zich uit eigen beweging uit deze zaak moeten terugtrekken (verschonen).

Het vervangen van rechters in een lopende procedure (dus niet van een enkele rechter die toevallig ziek is, maar van een compleet college van drie): het is een ongekende praktijk. Wat speelt hier? Wie beslist erover? Maar er komt nog wat bij. In zowel de zaak-Horchner als in de Chipshol-zaak (in de hoedanigheid van luchthaven Schiphol) had de Staat een groot belang. In beide gevallen ontwikkelde de procedure zich ongunstig voor de Staat. Tot het moment dat de rechters werden vervangen. Hoe verklaren de rechtbanken deze wisselingen zelf? Dit is de officiele reactie van M. Grootscholten, persvoorlichter van de rechtbank Amsterdam, per email: “De IRK-zitting op 25 mei 2007 is gedaan door mrs A.R.J.M. Vermolen, J. Edgar en C. Klomp. De zaak is toen aangehouden. Voor de zitting op 26 juni 2007 waren ingeroosterd mrs A.R.J.M. Vermolen, C. Klomp en M. van Mourik. Omdat mr Vermolen inmiddels tot teamvoorzitter in de strafsector was benoemd, kon hij de zitting in juni niet meer doen. Mr Klomp heeft hem als voorzitter vervangen en mr A.Spoel is als jongste rechter opgetreden. De IRK kamer dient binnen dient binnen 60, uiterlijk 90, dagen nadat de officier van Justitie de zaak in behandeling heeft genomen uitspraak te doen. Dat heeft tot gevolg dat met het opnieuw plannen van een aangehouden zaak niet kan worden gewacht totdat de oorspronkelijke combinatie weer in dezelfde samenstelling zit.” Aan deze reactie is geen touw vast te knopen. Is hier sprake van het bewust optrekken van rookgordijnen?

Rechters maken zaken waar ze aan begonnen zijn af, dat is volgens alle deskundigen de vaste praktijk in Nederland. Vermolen had ook deze zaak dus moeten afmaken. Maar dan: als Vermolen vervangen moest worden, waarom moest dan naast hem nog een rechter worden vervangen zodat de ‘nieuwe rechters’ in de meerderheid kwamen? Hierop moet de rechtbank het antwoord schuldig blijven.

Zou het zo kunnen zijn dat er iets anders speelt, dat de rechters zijn vervangen om de uitkomst van de procedure te beinvloeden? Het zou elk begrip te boven gaan. Toch zijn er enkele signalen dat dit niet onmogelijk is. In een rapport van KPMG in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak uit 2006 (Het Funcioneren van de Rechterlijke Organisatie in Beeld) staat: “Het roulatiebeleid wordt op rechtbanken ook wel ingezet als sanctiemiddel voor moeilijk te corrigeren rechters.” In een artikel in het periodiek Rechtstreeks van de Raad voor de Rechtspraak (2006, no. 2) staat het volgende te lezen: denkbaar is echter dat rechters ook om andere redenen dan het organisatiebelang of de tijdige afhandeling van zaken kunnen worden overgeplaatst, bijvoorbeeld vanwege hun houding ten opzichte van bepaalde zaken, de inhoud van hun uitspraken of andere redenen. Dat zou een ernstige bedreiging zijn van de rechterlijke onafhankelijkheid en partijdigheid. Daarom is het belangrijk om expliciet vast te bepalen dat rechters slechts met hun eigen instemming kunnen worden overgeplaatst. In de Chipshol-zaak is vast komen te staan dat de overgeplaatste voorzitter tegen zijn zin is vervangen. Het kamerlid Jan de Wit van de SP heeft de minister van Justitie begin oktober voor de tweede maal vragen gesteld over de vervangingen. Dit is vraag 2: Acht u het feit dat een rechter, die tot voor kort werkzaam was bij het kantoor van de Landsadvocaat waar al jaren een schadeclaim van de heer H. tegen de Staat in behandeling was, oordeelt over een zaak waar haar voormalige kantoor zo direct betrokken was, een voorbeeld van objectief gerechtvaardigde schijn van belangenverstrengeling? Zo nee, waarom niet?

Prof. A. Tak begint zijn artikel met een korte beschrijving van de Chipshol-zaak: “Ruim tien jaar geleden kocht projectontwikkelaar Chipshol het Groenenbergterrein bij Schiphol, in de buurt van de Aalsmeerbaan. Schiphol verhinderde (met medewerking van de overheid) dat Chipshol dit terrein zou bebouwen. In een procedure voor de Haarlemse rechtbank vorderde Chipshol een schadevergoeding van 96 miljoen Euro. Toen de eerste voor Chipshol gunstige uitspraken werden gedaan, werden in januari van dit jaar plotsklaps alle drie de rechters vervangen die zich vanaf begin 2005 met de zaak bezig hielden. Een wrakingsverzoek tegen de nieuwe rechters werd fel betwist door de advocaat van de wederpartij (Schiphol), mr. Koeman, en door de wrakingskamer afgewezen. De ongebruikelijke zaak leidde tot grote commotie in de pers, omdat voor het eerst in de geschiedenis een volledige kamer zonder aanwijsbare reden werd vervangen. Toch staat zij niet langer op zichzelf.”

Epiloog

Gebiedsontwikkelaar Chipshol probeerde via het aanvragen van openbare getuigenverhoren te achterhalen wat de ware redenen zouden kunnen zijn van de alarmerende vervanging van het complete college in hun zaak tegen Schiphol. Dit werd afgewezen door de rechtbank Den Haag en ook het Hof aldaar was niet van zins Chipshol’s wens tot waarheidsvinding te faciliteren. Lees hier een verslag van de desbetreffende zitting bij het Hof.

Print Friendly, PDF & Email
Share