Drie nieuwe getuigen in zaak-Westenberg

BERT ‘GOD’ VAN DELDEN MOET GETUIGEN IN WESTENBERG-ZAAK

Bert van Delden, als voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak de ‘hoogste’ man van de zittende magistratuur in Nederland, is gisteren door advocaat Hugo Smit opgeroepen als getuige te verschijnen voor de rechtbank Rotterdam om daar onder ede te worden gehoord over de zaak-Westenberg die nu dreigt te gaan ontaarden in een bloedbad. Van Delden wordt gehoord omdat hij zich als president van de Haagse rechtbank in 1994 en 1997 intensief met de Westenberg-zaak heeft beziggehouden, dat is althans te concluderen op basis van stukken in het dossier. In 1994 vond correspondentie plaats tussen Van Delden en Peter von Schmidt Auf Altenstadt (toen de procureur van Hugo Smit) over ondermeer het gewraakte telefoongesprek tussen Westenberg en Smit. Deze correspondentie is te lezen op deze website. Zoals blijkt uit deze link probeerde Westenberg deze stukken eerder buiten de procedure te houden.

In 1997 heeft Van Delden uitgebreide bemoeienis gehad met de capriolen van Westenberg toen een andere advocaat van Chipshol, Roland Gerritsen, bij hem belet vroeg om te spreken over wat hem is overkomen met Westenberg. In dat onderhoud raadde van Delden Gerritsen aan Westenberg te wraken. Dit staat allemaal vast en is te vinden in het omvangrijke Westenberg-procesdossier. Het getuigenverhoor van Van Delden vindt plaats in het kader van de bewijsvoering door Hugo Smit die moet aantonen dat Westenberg buiten zitting advocaten intimideert, in zijn geval via de telefoon. Smit moet dat aantonen omdat hij dat heeft beweerd in een boek van journalist Micha Kat. De toenmalige secretaresse van Smit, Marjolein Begeer, heeft reeds onder ede verklaard dat het telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Ook advocaat Roland Gerritsen heeft verklaard door Westenberg via de telefoon te zijn geintimideerd.
Naast van Delden is ook de Rotterdamse advocate Marianne Dumont opgeroepen. Zij heeft eerder verklaard (het stuk zit in het procesdossier) op extreme wijze door Westenberg te zijn geintimideerd toen zij hem wilde wraken. Westenberg heeft de verklaring van Dumont reeds eerder in de procedure afgedaan als leugenachtig. Als derde getuige in deze tweede ronde is een griffier opgeroepen, mw. Alferink. Zij was griffier op de zitting die plaatsvond na het gewraakte telefoontje van Westenberg aan Smit in december 1994. Zij zou kunnen verklaren dat Westenberg haar heeft belet proces-verbaal van die zitting op te maken zoals te doen gebruikelijk is.
In de eerste ronde van de getuigenverhoren heeft Westenberg zelf toegegeven dat hij heeft gebeld met Gerritsen. Dit is reeds geheel in strijd met wat Westenberg in zijn dagvaarding verklaarde: “Mr. Westenberg heeft nimmer met advocaten gebeld in verband met de vermelde procedures. Eventueel telefonisch contact zijdens de griffie van de Rechtbank betrof overleg aangaande (verhinder)zaken.”. Hiermee zou de hele affaire eigenlijk al van de baan moeten zijn: immers: doordat Westenberg toegeeft te hebben gebeld met Gerritsen, zit er geen feitelijke onjuistheid meer in de opmerking van Smit in het boek van Kat dat ‘Westenberg in de Chipshol-zaak met advocaten heeft gebeld’. Dat de zaak nog niet van de baan is, komt omdat de zaak (door Westenberg) inmiddels dusdanig is opgespeeld met list en bedrog dat de geloofwaardigheid van de hele rechterlijke macht inmiddels (opnieuw) ter discussie staat. Dat bljkt wel uit het naderende optreden van Bert van Delden. Zou hj het ook aandurven meineed te plegen?

Print Friendly, PDF & Email
Share