Dierenactivist Jan Bonjer in actie

DIERENACTIVIST BONJER: ?DE BEUK MOET ER MAAR EENS IN?

Jan Bonjer, de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, was tot in details op de hoogte van de eerste actie van het Dierenbevrijdingsfront (DBF) in Nederland. Tevens was hij nauw betrokken bij de oprichting ervan.
Al v??r de oprichting van het Dierenbevrijdingsfront in 1979 stond Bonjer in nauw contact met de activisten. Naar eigen zeggen stemde hij toe ‘toen een anonieme dierenbevrijder enkele weken voor kerstmis vroeg of ik een bevrijd hondje wilde opnemen.’ (Nieuwe Revu, 3 juli 1981) ?Anoniem?? Bonjer werkte in deze periode net als de oprichtster van het DBF zelf bij de actiegroep Lekker Dier.

Jan BonjerBonjer tegenover KlokenluiderOnline: ‘Over deze zogenaamde ?trofee?ndiefstal? heb ik geschreven maar die actie heb ik niet bijgewoond. De informatie is telefonisch door mij ingewonnen.’ Archiefonderzoek levert echter een heel ander beeld op. Jan Bonjer heeft wel degelijk persoonlijk met de daders gesproken. De journalist-activist schreef op 11 juni 1982 in Nieuwe Revu: ‘Via diverse telefoontjes werden we naar een stoffige zolder van een oud gebouw geloodst waar de dierenbevrijders de trofeeenshow nog eens dunnetjes overdeden. Met smaak hadden de anonieme leden van deze organisatie de schedels met geweien uitgestald. Compleet met naamkaartjes van de jagers en de hun toebedachte medailles: goud, zilver en brons.’

Ook was er wel degelijk sprake van onherstelbare schade, wat Bonjer tegenover ons ontkent. In Nieuwe Revu schreef hij toch echt: ‘De rijkspolitie te water heeft inmiddels met hulp van kikvorsmannen een deel van de buit opgehaald uit de Rijn, in de buurt van Doorwerth. Voor de jagers niet meer dan een schrale troost, want “hun” geweien blijken in stukken gezaagd te zijn.’

Door dit op smalende toon geschreven artikel kwam Bonjers rol als participerend journalist onder grote druk te staan. Naar aanleiding van het artikel stuurde de Zutphense Officier van Justitie namelijk een boze brief naar Nieuwe Revu. Hij eiste dat het blad de foto’s van de actie zou opsturen, ook de foto’s die niet waren gepubliceerd. Hij wilde de radicalen identificeren en laten oppakken. De redactie reageerde door alleen de reeds gepubliceerde foto te sturen. Ook schreef het in die periode vrij radicaal-linkse blad dat ‘het bevel tot afgifte van de foto’s en negatieven een bedenkelijke en onnodige aantasting van de persvrijheid is’.

Justitie was hiermee niet tevreden. Bonjer en zijn fotograaf werden gedagvaard. Op 29 september 1982 werden ze gehoord door rechter-commissaris Myjer. Maar ze deden hun mond niet open. Ze beriepen zich op het beperkte verschoningsrecht voor journalisten.’Zolang de staatsveiligheid niet in het geding is en er geen mensenlevens op het spel staan, moet een journalist het recht hebben om zijn bronnen te beschermen,’ betoogde het tweetal. Tegenover zijn eigen blad pochte Bonjer: ‘Het was leuk geweest als de zaak helemaal was uitgevochten. Myjer durfde volgens mij de confrontatie niet aan, omdat hij wist dat [Nieuwe Revu-advocaat] Boukema zich heel goed had voorbereid. En Myjer had natuurlijk de hele Nederlandse pers over zich heen gekregen als hij ons had gegijzeld.’

Print Friendly, PDF & Email
Share