Demmink & Holloway: the same shit

slootjes.jpgNiets is wat het lijkt. De hernieuwde jacht van Peter R. de Vries op Joran van der Sloot in Thailand zou best een afleidingsmanoeuvre kunnen zijn om de focus weg te nemen van de man die coute que coute uit de wind moet worden gehouden: vader Paulus van der Sloot. Hij heeft Natalee verkracht -met Joran- en vervolgens hebben ze samen het lijk laten verdwijnen. 99,9%! Overal op internet wordt Paulus als dader exposed; niet dat dat nu een ‘bewijs’ vormt, maar het is gewoon too much to swallow dat Paulus in het Nederlandse onderzoek nooit de plaats heeft gekregen die hij verdient op grond van de feiten. Ook Peter R. de Vries heeft hem die plaats niet gegeven. Dat leidt tot serieuze twijfel aan waar De Vries staat. Maar de belangrijkste aanwijzing voor de schuld van Paulus -en dat brengt ons weer bij de zaak-Demmink- is dat hij lid was van de rechterlijke macht. Het patroon is inmiddels niet meer te negeren: iedereen die ‘lid’ is van de ‘juridische familie’ in Nederland gaat vrijuit, of hij nu Joost Tonino heet, Fokke Fernhout, Hans Holthuis, Frits Salomonson, Paulus van der Sloot of Joris Demmink. Zoals reeds zo vaak op deze site betoogd ligt hieraan hardcore blackmail ten grondslag: al die juristen met hun dikke pikken weten zo veel shit van elkaar, dat ze elkaar noodgedwongen de hand boven het hoofd moeten houden. Het is om wanhopig van te worden. Maar ja, de gelegenheid maakt de dief… als ik rechter was zou ik misschien ook verkrachtend en sodomiserend door het leven gaan in de wetenschap dat niemand mij iets kan maken. Over pedofiele rechters annex sexmonsters gesproken: een bron gaf mij op dit punt een werkelijk ongelofelijke tip!

keuls.jpegHier volgt een passage uit een interview met de schrijfster Yvonne Keuls dat in Trouw is verschenen:

IX. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Ik probeer altijd de waarheid te spreken. Soms heeft dat kritiek tot gevolg. Toen ik in 1985 een boek schreef over een kinderrechter die pedofiele contacten met jeugdige delinquenten onderhield (‘Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel’, AV) kreeg ik iedereen over mij heen. Een kinderrechter aanklagen, dat mocht niet in Nederland. Althans: toen niet. Mijn betrokkenheid was, tot dat moment, nog nooit door iemand in twijfel getrokken en nu moest ik ineens in de NRC lezen dat ik mijn boek, volgens de toenmalige procureur generaal van de Hoge Raad, meester Berger, ’voor het gewin’ zou hebben geschreven. Drie, vier jaar lang was ik bezig geweest de onderste steen boven te halen, ik heb mijn hele leven op de schop gegooid, me kwetsbaar opgesteld, het lef gehad om een kinderrechter aan te klagen: deze man heeft negen pupillen gepakt en nu pakken we hem! En dat zou ik allemaal hebben gedaan om mijn eigen kas te spekken? Het meest tragische was natuurlijk dat mijn zaak werd geseponeerd. Ik had de rechter, samen met één van mijn pupillen, aangeklaagd, maar ze hadden het allemaal zélf moeten doen. Daarna heb ik ’Annie Berber’ pas geschreven.

Ik heb mij die kritiek heel erg aangetrokken. Ineens kleefde er ’een zaak’ aan mijn naam. Ik heb geprobeerd collega-schrijvers zo ver te krijgen dat ze mij openlijk zouden steunen; dat zij zich óók over dit maatschappelijk disfunctioneren zouden uitspreken, maar niemand gaf thuis. Ik zal geen namen noemen, maar je kunt van mij aannemen dat het grote namen waren in de Nederlandse literatuur. Mensen die ik tot mijn vrienden rekende. Goed, dat waren ze dus niet.

Die kinderrechter moest uiteindelijk wel vertrekken, maar zonder verdere consequenties. Toen er twee jaar later weer een rechter in opspraak was – meneer Van der Ven uit Nijmegen – hebben alle jongens, elf in totaal, een aanklacht ingediend. Dit keer konden ze er niet onderuit. Van der Ven werd berecht, maar hij heeft zijn straf nooit uitgezeten. Hij is naar Portugal gevlucht en ze hebben hem zomaar laten gaan. Voor de jongens betekende die veroordeling echter een keerpunt in hun leven: ze werden eindelijk serieus genomen. Ze zijn gehoord. Daar is het mij altijd om te doen geweest.”

Geen enkel ander medium heeft voor zover na te gaan enige aandacht besteed aan de weerzinwekkende feiten die door Keuls werden onthuld, net zomin als enige medium de zaak-Demmink heeft willen aanpakken of serieus heeft willen kijken naar het Nederlandse pedofielen-netwerk rond de SG van Justitie. Dat leidt opnieuw tot de vraag: waar staat Peter R. de Vries?

Print Friendly, PDF & Email
Share