Defensie liegt over aantal landmijnen

VOORRAAD AP-23’S BEDROEG 220.000; NIET 40.000

Door Pamela Hemelrijk
Bij de landmijnen-affaire, de grootste doofpot-operatie uit de geschiedenis van het Nederlandse leger, vallen nog steeds nieuwe skeletten uit de kast. Het schandaal rond de door Defensie ontwikkelde AP-23 mijn, die spontaan bleek te ontploffen en bij instructielessen aan 8 Nederlandse militairen het leven heeft gekost, sleept zich nu al ruim dertig jaar voort. Al die tijd heeft Defensie ons doen geloven dat het om een voorraad van 40.000 exemplaren ging, die tenslotte in de late jaren negentig allemaal zijn vernietigd.
Maar het waren er in werkelijkheid 220.000, zo blijkt uit een inventarisatie van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Vraagje aan staatssecretaris Van der Knaap: wat is er met die andere 180.000 zelfontbrandende boobytraps gebeurd? Liggen die nog ergens opgeslagen? Of zijn ze aan het buitenland verkocht?

Het SIPRI, een internationaal erkend onderzoeksinstituut, heeft in 1996, in een lijvig rapport genaamd Dutch Surplus Weapons, een nauwkeurige inventarisatie gemaakt van al het materieel dat door het Nederlandse leger moest worden afgestoten. De grote dump-operatie hield verband met de val van de Berlijnse muur en de ineenstorting van het Warschau-pakt, waardoor het Nederlandse leger zich niet meer zozeer op verdediging van het Nederlands grondgebied, als wel op deelneming aan internationale vredesmissies ging concentreren. In het SIPRI-rapport wordt gewag gemaakt van 220.000 AP-23?s. Op pagina 7 om precies te zijn. De kosten van vernietiging, aldus het SIPRI, werden indertijd geraamd op 10 miljoen gulden.
Toch nog maar even gecheckt bij Defensie voorlichting. Je weet tenslotte maar nooit of we het al die jaren verkeerd hebben begrepen. Voorlichter Van de Wetering wil zelf niet zeggen hoe groot de totale voorraad was, (in verband met de gevoeligheid van de mijnen-affaire?) maar stuurt wel een drietal kamerstukken waaruit het volgens hem valt op te maken. Na veel zoeken blijkt dat inderdaad het geval te zijn. In paragraaf 30 van de Begroting 1998 van het ministerie van Defensie staat het zwart op wit:
“Het besluit van 11-3-1996 alle anti-personeelsmijnen af te schaffen, betekende dat ook de AP-23 (?) moest worden vernietigd. (?) Met de vernietiging van de AP-23 werd eind 1996 aangevangen. Tot november 1997 waren er 24.953 mijnen vernietigd. Het restant (20.073 mijnen) zal uiterlijk in mei 1998 zijn vernietigd”.
Alles bijeen dus 45.026 exemplaren. That leaves, als we het SIPRI serieus nemen, 174.974 exemplaren unaccounted for.
Dit maakt het artikel Dood aan een klokkenluider dat vorig jaar in Nieuwe Revu verscheen, des te opmerkelijker: daarin wordt een verband gelegd tussen de mijnen-affaire en de vuurwerkramp in Enschede. Volgens de auteur, onderzoeksjournalist Alexander Nijeboer, melden bronnen binnen het leger dat niet alle AP-23?s zijn vernietigd, maar opgeslagen op particuliere terreinen. Zo had Defensie tenminste op papier aan zijn verplichtingen voldaan.
Het heeft er alle schijn van dat een deel van die AP-23 voorraad bij SE Fireworks is ondergebracht: twee militairen, die vlak na de plof op het rampterrein zijn geweest, zouden daar militaire ontstekingsmechanismen hebben zien liggen. Zij rapporteerden dit aan hun superieuren, en werden tot hun verbazing onmiddellijk weggestuurd met de instructie om over hun vondst te zwijgen. In de weken na de ramp zouden zij diverse keren anoniem met de dood zijn bedreigd. Zij wensen dan ook zelf anoniem te blijven, uit vrees voor hun leven.
Het zou niet de eerste keer zijn dat er in de landmijnen-affaire doodsbedreigingen vallen. Defensiemedewerker Fred Spijkers, de klokkenluider die de hele zaak aan het rollen bracht, is zelfs met de dood bedreigd door de toenmalige Defensie-staatssecretaris Van Hoof persoonlijk. (“Wanneer jij deze belastende stukken naar buiten brengt”, zei Van Hoof bij die gelegenheid, “dan heb ik een wapen dat voor jou absoluut en onherroepelijk dodelijk is”. Later heeft Van Hoof verklaard dat hij het niet letterlijk had bedoeld. De belastende stukken zullen voorlopig niet naar buiten komen, want onlangs heeft Van Hoofs opvolger Van der Knaap – tegen de wens van de Tweede Kamer in – besloten alle archieven over de landmijnen-affaire ontoegankelijk te maken tot 70 jaar na Spijkers’ dood.)
Bovendien zijn er twee aanslagen op Spijkers’ leven gepleegd, waarvan eentje door twee dienstplichtige militairen uit Soesterberg, die op een parkeerterrein in Huis ter Heide het vuur op hem openden. Ze misten. De daders zijn nooit berecht. Defensie sprak later van “een kwajongensstreek”.
Ook Alexander Nijeboer heeft nachtelijke anonieme telefoontjes ontvangen waarbij hem met klem werd geadviseerd zijn onderzoek te staken ‘in het belang van zijn eigen gezondheid’. Hij werkt aan een boek over de landmijnen-affaire, dat, ijs en weder dienende, eind dit jaar zal verschijnen. Als er tenminste niks tussenkomt.
Ten overvloede nogmaals Defensievoorlichting gebeld, om een reactie te vragen op het SIPRI-rapport. Na twee dagen, en diverse malen aandringen, antwoord gekregen: “Het SIPRI baseert zich op cijfers van Jane’s Defense Weekly” aldus de woordvoerder. “Maar onze cijfers zijn anders”. Moet ik daaruit afleiden dat zowel het SIPRI als Jane’s Defense Weekly onbetrouwbare bronnen zijn? Dat zijn beide internationaal zeer gezaghebbende organisaties. Maar U moet zich baseren op de cijfers van Defensie.
Nou, gezien de ontzagwekkende hoeveelheid leugens die Defensie de afgelopen 30 jaar over de landmijnen-affaire heeft gedebiteerd, voel ik daar eerlijk gezegd bijzonder weinig voor.

Print Friendly, PDF & Email
Share