DE SCHULD VAN DEMMINK: HET ULTIEME BEWIJS

Onderstaande column is geschreven voor Camilleri.nl, een site waarmee Micha een overeenkomst had gesloten maandelijks een column te schrijven tegen een gage van 80 Euro. Om ‘onbegrijpelijke’ redenen weigerde Camilleri dit stuk te publiceren. Tevens weigert de website Micha te betalen voor 4 columns (320 Euro) waarmee deze ‘crimesite’ zich zelf exposed als crimineel.

Fatetur facinus, quisquis iudicium fugit

door Micha Kat

Hij die zich onttrekt aan het rechterlijk oordeel, bekent. Dit Latijnse gezegde is de laatste jaren steeds vaker van toepassing en de in marmer gehouwen waarheid ervan komt in vele high profile-zaken onbarmhartig aan het licht, in Nederland en elders. Bijvoorbeeld in de geruchtmakende killer cop-zaken in de VS die de federatie aldaar verregaand destabiliseren. De betreffende killer cops worden steeds weer door schimmige en in secrecy opererende grand jury’s -een van de meest bizarre fenomenen uit het Amerikaanse recht dat we hier in Nederland absoluut niet kunnen begrijpen- ‘beschermd’ tegen een openbaar proces waarin prosecution en defense tegenover een gewone jury in het strijdperk treden over de vraag of hier sprake is van moord. Juist omdat deze zaken blijkbaar ‘niet geschikt’ worden bevonden voor openbare behandelingen bij een gewone rechter moet de conclusie reeds bij voorbaat luiden dat de killer cops moordenaars zijn. Dat is althans mijn mening. In ons land zien we trouwens dezelfde trend: als onze killer cops al voor de rechter komen, gebeurt dat in bizarre, pseudo-openbare settings waarbij soms zelfs de identiteit van de betreffende killer cop geheim wordt gehouden zoals in de zaak-Rishi. In de zaak-Koomen werd killer cop Fred Buffing (onlangs zelf overleden) zelfs geheel bij de rechter weggehouden, zulks ondanks het feit dat hij zelfs meerdere slachtoffers maakte. De art. 12-procedure die het logische gevolg was van de weigering van het OM ‘hun’ killer cop voor de ‘onafhankelijke’ rechter te brengen vond plaats achter gesloten deuren. Closed shop, net als in de VS. En net als in de VS is deze gang van zaken -weer volgens mijn bescheiden mening- een bewijs voor moord. Immers: als de killer cops inderdaad geheel vrijuit dienen te gaan en geen andere mogelijkheid hadden dan het overhalen van de fatale trekker gezien de specifieke omstandigheden van het noodlottige moment, waarom mag deze onschuld dan niet worden vastgesteld in een openbaar proces dat bovendien cruciale jurisprudentie kan genereren voor toekomstige killer cop-zaken? Hij die zich onttrekt aan het (openbare) proces bekent schuld. Dat hadden de Romeinen al mooi door.

Hetzelfde geldt voor Joris Demmink. Hoe is het in godesnaam mogelijk dat deze man die Nederland inmiddels aan de rand van een morele en constitutionele crisis heeft gebracht zijn ‘onschuld’ niet wenst te laten vaststellen door de ‘onafhankelijke’ rechter? Dat zijn naam nu al vanaf 1997 voortdurend en op onthutsende wijze wordt genoemd als verkrachter van kleine kinderen zonder dat er linksom -het OM brengt Demmink voor de rechter- of rechtsom -Demmink sleept in een grote civiele zaak alle partijen die hem hebben ‘belasterd’ voor de rechter- wordt bewogen? Goed, in beide richtingen worden wel enkele mineure stapjes gezet -zoals linksom de oekaze van het Arnhemse Hof Demmink strafrechtelijk te onderzoeken en rechtsom de zaak die Demmink heeft aangespannen (en verloren) tegen het AD- maar dit zijn slechts stuiptrekkingen die geen eensluidend antwoord zullen geven op de vraag die Nederland steeds meer in de greep krijgt: is ons Ministerie van Veiligheid en Justitie meer dan tien jaar lang geleid door een crimineel, een kinderverkrachtende pedofiel? U raad al wat mijn antwoord is op deze vraag en op basis van welke argumentatie ik dat antwoord geef: Demmink is schuldig, juist omdat zijn onschuld niet mag worden vastgesteld. Fatetur facinus, quisquis iudicium fugit.

Nu de moraal van dit verhaal. Niet alleen in het genoemde Latijnse spreekwoord (dat wie weggehouden wordt bij de rechter of de rechter zelf ontvlucht schuldig is) een juridische waarheid als een koe, datzelfde geldt voor het omgekeerde. Let me explain. We bedenken het volgende spreekwoord: Hij die op basis van een dubieuze en geconstrueerde aanklacht met veel vertoon van macht voor de rechter wordt gesleept, is onschuldig. Kijk naar de zaken tegen Micha Kat, de auteur van deze column. Waar tegen Demmink loodzwaar en spijkerhard bewijs op tafel ligt van de meest weerzinwekkende delicten blijft hij bij de rechter weg, terwijl Micha, tegen wie niet concreets in stelling kan worden gebracht behalve wat schimmige vermeende ‘uitingsdelicten’ die zowel worden gelegitimeerd door de vrijheid van meningsuiting als door zijn status als journalist, keer op keer -ik zou niet eens weten hoe vaak inmiddels- voor het hekje beland en zelfs in de gevangenis. Het wordt steeds duidelijk hoe het systeem van ‘rechtsbedeling’ werkt. Hoe kleiner het delict, hoe harder je wordt aangepakt. Wie keihard wordt aangepakt, is bijna per definitie onschuldig of slechts schuldig aan een bagatel. Wie enorme delicten pleegt zoals Demmink of bankiers die honderden miljoenen stelen, gaat vrijuit. Begrijpt u het nog? Vrolijk kerstfeest allemaal!

Print Friendly, PDF & Email
Share