Creatieve politie zet zitting op exploderen

OPNIEUW HIT OP NUJIJ: MICHA KAT OVER DE RECHTSTAAT EN DE NIEUWE HOLOCAUST VAN DEMMINK * KALBFLEISCH, WESTENBERG EN DEMMINK NIET VOOR DE RECHTER, KAT WEL * DE AANGIFTE VAN DE GROEP NA DE ZITTING OP 11-2-11

Dankzij het ‘voortvarende’ optreden van de Amsterdamse politie tegen Micha Kat waarbij de dienders zich bereid toonden in opdracht van de Justitie-monsters ‘creatief om te gaan’ met de feiten om Kat de intimideren komt de zitting morgen (vanaf 13:30 uur) op de rechtbank te Den Haag verder op scherp te staan. Aan de orde is de wraking van de eerste wrakingskamer waarover nu een nieuwe wrakingskamer gaat oordelen. Dit is een novum in juridisch Nederland en geeft het hysterische, geconstrueerde karakter van deze heksenjacht vanuit Justitie op een onafhankelijke journalist reeds voldoende aan. Voor verdere argumenten en onthullingen: kom naar de zitting! Zouden er weer 16 gewapende agenten de zaal binnenstormen om Micha Kat en zijn cameraman Eric Donk te demoniseren als terroristen?

Staat er buiten opnieuw drie busjes ME klaar om ons al Joden in WOII af te voeren naar de Goelag? We weten het morgenmiddag. Gedurende de vorige zitting in de Justitie-heksenjacht op journalisten die hun wan- en misdaden aan het exposen zijn op 11-2-11 vonden intmidaties plaats die we in Nederland nog nooit eerder hebben gezien. Hieronder volgt de aangifte die over deze gang van zaken is gedaan en die thans bij het OM ligt in Den Haag:

Het Arrondissementsparket te Den Haag

Mr. N. P. J. Coenen

Prins Clauslaan 60

2595 AJ Den Haag

16 maart 2011

Geachte heer Coenen,

Via deze brief doen we bij u aangifte van strafbaar handelen door het politiekorps Haaglanden op vrijdag 11 februari 2011. Het strafbare handelen omvat ondermeer wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr.), verhindering openbare vergadering of betoging (art. 143 Sr.), verstoring daarvan (art. 144 Sr.), ambtsdwang (in vereniging) (art. 179 Sr. en 182 Sr.), dwang (art. 284 Sr.), hinderlijk volgen (art. 426bis Sr.) alsmede misbruik van gezag (art. 365 Sr.). Hieronder volgt een korte uiteenzetting van de gebeurtenissen.

Om 10:30 was op de rechtbank te Den Haag de zitting gepland waarin Micha Kat en Eric Donk terecht moesten staan wegens verschillende delicten. Deze zitting werd bezocht door meer dan 50 belangstellenden. Tijdens de zitting van de wrakingskamer betraden achttien gewapende agenten zonder enige aanleiding te rechtszaal. Voor zover wij kunnen beoordelen is dergelijk machtsvertoon nog nooit eerder voorgekomen in ons land. Tevens stelden zich tijdens het proces enkele politie- en arrestatieteams in busjes op bij de ingang van de rechtbank. Door deze extreme aanwezigheid van de politie is het proces op ernstige en wederrechtelijke wijze verstoord en dit feit vormt dan ook het eerste element van de aangifte. In onze ogen vormt het op dergelijke, ernstige wijze frustreren van een eerlijke rechtsgang door het criminaliseren van een verdachte en zelfs de bezoekers van een openbare zitting van de rechtbank niet alleen een delict, maar is een dergelijke handelwijze ook strijdig met alle ambtsregels en protocollen die gelden voor het optreden van de politie en in strijd met de Trias Politica.

Het is evident dat de politierechter van de rechtbank Den Haag daarmee bewust (maar minst genomen onbewust) beïnvloed is in zijn onafhankelijke oordeelsvorming ter zake enkele eenvoudige delicten die door het openbaar ministerie aan de verdachte waren voorgeworpen. Deze provocerende inmenging van het uitvoerende gezag (i.c. de politie) binnen de muren van de onafhankelijke rechtspraak van het rechterlijk gezag kan niet anders dan als onrechtmatig en onnodig criminaliserend worden geduid met de aantoonbare intentie van ongeoorloofde beïnvloeding van de rechtsgang.

Het tweede element betreft een serie intimidaties die reeds direct begonnen bij het verlaten door onze groep en andere bezoekers van de rechtbank rond 14:00 uur. Deze intimidaties bestonden uit ondermeer de volgende feiten: het tegenhouden van bezoekers en van ons op de trappen van het paleis van Justitie, het intimideren via ontzegging van burgerrechten op straffe van sancties, het hinderlijk meelopen met mensen van onze groep op weg naar een koffieshop alsmede het intimideren van leden van onze groep in deze koffieshop door zelfs binnen – en vooral demonstratief – aan een tafeltje te komen staan. Voor al deze dwang- en intimidatiemiddelen was geen enkele aanleiding maar door de langdurige en consequente toepassing ervan was er sprake van een hoge mate van intimidatie en dreiging.

Bij deze intimidaties waren tussen de tien en twintig agenten betrokken die zich in de onmiddellijke nabijheid van de kleine groepjes van twee of drie personen bleven ophouden, i.p.v. op gepaste afstand om de openbare orde te handhaven.

Het derde en meest serieuze element betreft de wederrechtelijke vrijheidsberoving van 12 mensen van onze groep op diverse locaties, onafhankelijk van elkaar en zelfs individueel, rond en in het Centraal Station rond 15:00 uur. Geen van de arrestanten heeft zich schuldig gemaakt aan enig delict of misdrijf. En zelfs moet worden geconstateerd dat de politie heeft geprobeerd zelf een misdrijf te ‘construeren’ hetgeen reeds weer een delict op zichzelf zou opleveren. Onze indruk was dat de politie zich door de massale en extreme inzet vanaf 9:00 uur die dag dusdanig heeft lopen ‘opfokken’ dat ze uit frustratie en at random onze mensen zijn gaan opjagen en vastnemen. Wij werden tegen politiebusjes aangeduwd, gefouilleerd, afgevoerd naar politiecellen en onnodig lang vastgehouden zonder enige reden. Daar vonden de verhoren plaats. Rond 20:00 uur stond bijna iedereen weer buiten. K van Stigt niet. Zijn arrestatie werd op last van de dienstdoende officier van justitie met twee maal zes uren verlengd, afgezien nog van de nachtelijke uren. Dit omdat niettegenstaande hij bij zijn onwettelijke vrijheidsberoving zijn volledige identiteit had kenbaar gemaakt hij op dat moment geen zgn “wettig legitimatiebewijs” kon overleggen. Tevens werd hij in zijn recht gehinderd om met advocaat Gerard van der Meer (Amsterdam) contact op te nemen door hem niet in staat te stellen de contactgegevens van de advokaat te achterhalen of door deze contactgegevens ter beschikking te stellen.

Van alle elementen uit deze aangifte zijn videobeelden beschikbaar die thans ook circuleren op internet. Dankzij deze beelden is het mogelijk individuele agenten te herkennen en aan te spreken op hun gedragingen die dag.

Op 16 februari is deze zaak besproken met de recherche te Leiden waar Micha Kat de aangifte aanvankelijk wilde realiseren. Dit bezoek heeft geleid tot de volgende email van Bert Eisses, coördinator team Opsporing Leiden, aan Micha Kat:

Geachte Hr. M. Kat,

Naar aanleiding van Uw verzoek tot het doen van aangifte n.a.v de gebeurtenissen op vrijdag 11 februari 2011 te Den Haag hebben wij overleg gehad met de Officier van Justitie.

Besloten is dat U aangifte bij ons kunt doen. De aangifte zal in behandeling worden genomen door Officier van Justitie Mr. Coenen.

Ik stel voor dat U in een word bestand Uw aangifte verwoord, waarna wij dit in een officiële aangifte zullen overnemen.

Daarna wordt een afspraak met U gemaakt ter ondertekening van die aangifte.

U kunt Uw aangifte mailen naar:

[email protected]

Met vriendelijke groeten,

Bert Eisses

Coordinator team opsporing Leiden e.o.

tel:    071-5258738

Fax:  071-5258803

Wij worden graag op de hoogte gehouden van de stappen die het parket op basis van deze aangifte gaat zetten. Hiertoe kan contact worden opgenomen met advocaat G.J. van der Meer te Amsterdam (Keizersgracht 416, 1016 GC) die zal optreden als contactpersoon van vermelde aangevers.

Met vriendelijke groet,

Micha Kat,

Vientiane

Laos

Print Friendly, PDF & Email
Share