Bewijslast tot nu toe in de Vaatstra-zaak

Maaike en Bauke zijn door alle frustraties gescheiden, maar over het onderzoek houden zij contact.

Vaatstra Files 24:

Door André Vergeer

Vanwege een aantal vragen van criticasters heb ik eens gekeken wat er op dit moment in deze zaak zoal als (tegen-)bewijs aanwezig is. Een deel daarvan mag/kan nog niet gepubliceerd worden. De volgende onderdelen zijn echter volledig gedocumenteerd en bevestigd door meerdere getuigen en/of vastgesteld uit de officiële persberichten van het OM en uit krantenartikelen. Alles zonder de pretentie dat de opsomming volledig of op volgorde van de data is. Er komen letterlijk nog dagelijks opmerkelijke berichten binnen.

Enkele weken voor de moord heeft Fayek Mustafa (de onafscheidelijke vriend van Ali  Hoessein Hassan), Marianne bedreigd met een keeldoorsnijdend gebaar. Fayek heeft dit (volgens de minister) ontkend maar het OM heeft dit in diverse uitspraken in 1999 tegenover de media bevestigd. Ook toen Ali door het OM als hoofdverdachte werd aangemerkt werd (mede) die bedreiging door Fayek genoemd, zonder overigens zijn naam te noemen en zonder te melden dat het om de trouwe vriend van de hoofdverdachte ging.

– De vriend van Marianne, Spencer S., verklaarde tegenover een getuige op 30 april rond 19.00 uur: “Vanavond gaan zij mijn vriendin pakken”. Spencer zou later diverse onduidelijke verklaringen afleggen tegenover de politie. Daarover later meer.

– Een meisje (X) van ongeveer 13 jaar is op Koninginnedag verkracht door Fayek. De moeder van een vriendin heeft daar al op maandag 3 mei 1999 aangifte van gedaan. Drie weken later zijn de ouders van X tot hun verrassing op het politiebureau geroepen en is die aangifte ‘geformaliseerd’. Fayek verdedigde zich door zich te beroepen op ‘vrijwilligheid’. Zijn zaak is uiteindelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs en na een ‘indringend’ gesprek van de politie met het meisje. De juiste datum van sepot wordt door de vader op een veel vroeger datum in 1999 gesteld dan door de minister (die zegt 9 augustus 1999). Hoewel de verkrachting volgens het OM geen enkele relatie had met de moord is van Fayek desondanks DNA afgenomen om hem uit te sluiten van de moord op Marianne. De datum waarop dat gebeurd zou zijn is cruciaal in het latere onderzoek (zie volgende item).

– Twee beveiligers van het toenmalige AZC verklaren dat Fayek al op 3 mei werd overgeplaatst naar AZC Musselkanaal, een centrum voor asielzoekers met onaangepast gedrag. Adj. directeur van het AZC, Louis Uil, bevestigt in een recent telefoongesprek met Wim Dankbaar niet alleen die datum bij herhaling maar ook dat deze zaak ‘niet goed uitkwam’ voor de driehoek vanwege de moord op Marianne. Fayek was, volgens Louis, enkele dagen gehoord op bureau Buitenpost en daarna overgeplaatst. De datum van 3 mei valt samen met alle andere tips richting Fayek Mustafa, direct na de moord en zijn dreigtelefoontje naar een tweede meisje (Y). Louis Uil zegt dat de overplaatsing “in zijn beleving” naar Drachten was. De beveiligers houden echter resoluut vast aan Musselkanaal en dat zij dit nota bene uit de mond van Uil zelf hadden begrepen toen zij Fayek afleverden bij het transport. Louis Uil zou op de vraag: ”Waarom moet Fayek weg?” hebben gezegd: “Omdat hij zijn leven hier niet meer zeker is..”.

– Uit een zeer specifieke, anonieme verklaring uit 2007, in de vorm van een brief aan de ouders van Marianne, wordt duidelijk dat er inderdaad op 3 mei 1999 (’s avonds) een asielzoeker in het grootste geheim wordt binnengebracht in Musselkanaal. Alle namen van de betrokken management-leden van het AZC worden daarin genoemd en de aangewezen beveiligers krijgen een strenge zwijgplicht opgelegd. De asielzoeker mag zelfs geen contact hebben met de overige bewoners. Zijn intake-gegevens worden niet overgedragen zodat zijn identiteit tot op vandaag onduidelijk is. En enkele dagen later is deze persoon opgehaald door de vreemdelingendienst en door de Marechaussee afgevoerd naar Schiphol. Staatssecretaris Albayrak (in 2007) en minister Hirsch Ballin (2010) ontkennen dit en houden vast aan een andere datum en een andere locatie van overplaatsing (Drachten).  Albayrak meldt in 2007 wel aan de Kamer dat er een overplaatsing was van een asielzoeker rond medio mei 1999 naar Musselkanaal.

– Een ander meisje van 13 (Y) meldde bij de politie dat zij op zondag 2 mei 1999 op het AZC had gehoord dat Fayek en Ali bij de moord betrokken waren. Zij werd op maandag 3 mei gebeld door diezelfde Fayek Mustafa “dat zij ook vermoord zou worden als zij zou blijven praten tegen de politie”. Ook hier heeft zij, samen met haar vader, op 4 mei aangifte van gedaan wegens telefonische doodsbedreiging. En ook deze aangifte verdween in de prullenbak. Vanaf die dag werden zij en haar ouders dag en nacht belaagd en gestalkt, in en om haar huis. Regelmatig werd zij midden in de nacht gebeld waarbij niets te horen was, behalve het tikken van een klok.  Zij is van 4 mei 1999 tot medio september 1999 uit pure angst haar ouderlijke woning nauwelijks meer uit geweest. Ook na diverse gesprekken met de politie (“niks aan de hand, kwajongenswerk” en “ga toch lekker gewoon weer naar school” of “laat die zaak van Marianne toch rusten”) heeft zij zich zeer resoluut opgesteld. Op de eerste dag dat zij weer naar school durfde, medio september 1999, werd zij door twee ‘donkere types’ aangerand en opnieuw bedreigd, waarbij zij blijvend nekletsel opliep. Ook de aangifte van deze aanranding werd niet serieus genomen. Haar ouders hebben daarop hun woning verkocht en zijn verhuisd naar een veiliger gemeente.

– Op haar jeugdige aandringen (zij vermoedde een causaal verband tussen de brand in de caravan van de Duitse Wolfgang Hebben vanwege drugs en porno etc., en de moord op Marianne) werd zij uiteindelijk met de auto opgehaald door de wethouder van haar gemeente. Na de rondleiding op het AZC en de bezichtiging van de uitgebrande caravan werd er door de wethouder en door Louis Uil (hij weer..) op haar ingepraat dat DIE caravan niet van Wolfgang Hebben was. Later zou blijken dat er nog meer leugenachtige verklaringen over die caravan zouden worden afgelegd door de politie.

– Vorig jaar voorjaar, in 2009, kwam dit meisje (inmiddels 10 jaar ouder) de ‘hoofdverdachte’ Ali Hassan Hoessein tegen in het gezelschap van zijn neef Jano Hassan. Deze Jano vond het blijkbaar gepast om haar weer op te sporen en haar telefonisch ‘uit te nodigen’ voor de komende Koninginnedag, na middernacht. Deze verwijzing naar het tijdstip waarop Marianne 10 jaar eerder was vermoord, kan na alles wat er inmiddels was gebeurd, door haar niet meer worden gezien als een misplaatst grapje.

Daarmee komen we op Ali Hassan Hoessein. Door de beveiligers van het AZC en door een aantal getuigen werd hij direct getipt als de mogelijke verdachte van de moord en de neef van ene Jano Hassan. (Hij was kort en vadsig, 1.60 m. lang en onverzorgd). O.a. door de eerdere bedreiging aan het adres van Marianne en door de verklaringen van haar vriend, Spencer S. (“zij gaan vanavond mijn vriendin pakken), was hij voor verschillende getuigen tenminste ‘interessant’. Ook Spencer ging regelmatig met Ali en zijn vriend Fayek om. Op de avond voor de moord (30 april 1999) werd Ali nog uitgezwaaid door twee beveiligers van het AZC. Ali was als enige van het groepje van zeven op de fiets en werd daarna nooit meer teruggezien. Op de daarop volgende zaterdagmorgen, de 1e mei, werden Ali en Fayek al node gemist door hun plaatselijke voetbalteam.

– Ook op de vroege ochtend van zaterdag 1 mei 1999 (de ochtend dat Marianne gevonden zou worden), liep Roos van Z. diezelfde Ali in hun huurwoning in Leeuwarden tegen het lijf. Ali kwam vermoedelijk uit de badkamer en was zichtbaar gestrest. Hij gooide zijn mes op een tafeltje, plofte op de bank neer en stamelde: “Ze hadden haar keel verder door moeten snijden”. “Wie?” vroeg Roos. Ali daarop: “Marianne Vaatstra..!”. Roos vertrok op dat moment naar haar werk in volledige verwarring. Haar zus was al sinds jaren bevriend met Marianne en deze gebeurtenis met Ali heeft haar jarenlang kompleet geblokkeerd uit de werkelijkheid. Nog immer kan zij zich de volledige situatie niet meer exact voor de geest halen, laat staan dat zij haar jarenlange zwijgen tegenover de politie een plaats kan geven. Het signalement van de bebloede, korte en vadsige Ali en zijn zwarte adressenboekje staan haar echter nog helder voor de geest.

– Ali kwam vanaf die dag geen fitness-artikelen meer lenen bij het AZC en ook zijn post werd daarna door een ander opgehaald. Zijn stempelkaart van de vreemdelingendienst werd sindsdien door weer een andere persoon aangeboden ter stempeling. Desondanks heeft het ruim 6 weken geduurd voordat het OM zijn afwezigheid ‘verdacht’ begon te vinden. Heel Kollum was er echter getuige van dat de politie met een grote boog om het AZC heen liep maar het OM bleef benadrukken dat er “geen aanwijzingen waren in de richting van het AZC”. Nog eens weken later werd Ali alsnog internationaal gesignaleerd in de ons omringende Europese landen op grond van verdenking van de moord.

Bij de redactie is inmiddels tot in detail bekend dat Ali Hoessein Hassan in datzelfde weekend (2 mei 1999) door justitie is afgevoerd uit Friesland naar Amsterdam en twee dagen later (ook al, maar nog eerder dan zijn vriend Feik!) op een vliegtuig is gezet met onbekende bestemming.

– Gerrit Veldman zat op dat moment (medio 1999) in een Noorse cel wegens de smokkel van hasj. Rond medio juni kwam hij in aanraking met een Irakese medegevangene, ene Ali, naast hem in de cel. Kort samengevat bleek deze man niet alleen te voldoen aan het signalement van de gezochte Irakees in Nederland (vadsig, kort en onverzorgd), i.v.m. de moord op Marianne, maar ook dat hij Gerrit ontliep, vanaf het moment dat Gerrit hem vertelde dat hij uit Nederland kwam. Zijn Nederlandse vriend Anton Holleboom, een gedetineerden-hulpmedewerker van het Rode Kruis heeft dat signalement inmiddels bevestigd, evenals de adressen in Kollum en Zwaagwesteinde uit zijn adressenboekje. Maar, belangrijker nog, ook uit de dagvaarding (of zijn vonnis) die deze Ali aan hen toonde bleek dat hij op of rond 4 of 5 mei 1999 in Noorwegen was aangekomen. Het OM ontkent dit en stelt dat die Ali in Turkije zou zijn uitgesloten op grond van zijn DNA.

In de tijdlijn past ook dit verhaal naadloos in het scenario dat Ali op dat moment uit Nederland naar Noorwegen was gesmokkeld door “onze” overheid.

– Op 2 augustus 1999 verdween Ali uit het zicht van Gerrit Veldman. “Of hij was overgeplaatst of was vrijgelaten weet ik niet”, zegt Gerrit. Feit is wel dat ik toen net een artikel had gelezen van Dominique Weesie van De Telegraaf en dat daar ook zijn telefoonnummer in stond. Ik heb Dominique (volgens mijn agenda), gebeld op 9 augustus 1999 met de opmerking dat ik vermoedelijk maandenlang naast de in Nederland gezochte Ali heb vertoefd. Dominique: “Gerrit, dit is zo belangrijk dat ik het eerste vliegtuig richting Noorwegen neem”. Maar al wie daar kwam, geen Dominique Weesie. Na enkele dagen belde Gerrit weer naar Dominique waar hij bleef. Dominique: “Sorry Gerrit, het is de verkeerde persoon. Zijn DNA komt niet overeen met dat van de verdachte”. Gerrit: “Maar wat heb ik eigenlijk met DNA als deze man aan het signalement voldoet? Hij kreeg geen uitleg van Dominique…

Gerrit blijkt later, in zijn assertieve houding, volledig gelijk te krijgen op de relevantie van zijn waarneming. Want onderzoek van alle documenten en persberichten van het OM levert op dat het eerste, serieuze onderzoek naar de “Turkse Ali” pas op 28 augustus 1999 heeft plaatsgehad! Met andere woorden, Dominique Weesie kon dus onmogelijk al op of rond medio augustus 1999 kennis hebben gehad over ene persoon Ali in Noorwegen die toen al op grond van zijn DNA zou zijn uitgesloten. Dat onderzoek had toen immers nog helemaal niet plaatsgevonden!

Wat wel meteen opvalt is dat het OM vanaf het moment van de melding van Gerrit aan Dominique Weesie ineens zeer actief wordt. De Telegraaf brengt twee dagen na het gesprek met Gerrit een interview met mr. Severein van het OM uit Leeuwarden. En pas op 28 augustus 1999 wordt een persoon aangehouden “weliswaar met dezelfde naam” en door het reislustige team in Turkije uitgesloten op grond van zijn vingerafdrukken (DNA was toen, bij deze gelegenheid, zelfs overbodig). En na nog eens twee weken gaat datzelfde team opnieuw naar Turkije om een “tweede” Ali met ongeveer dezelfde achternaam uit te sluiten, ditmaal op grond van DNA. Wat wellicht niet iedereen direct beseft, is dat er dus in korte tijd niet één verkeerde Ali is opgepakt in Turkije, maar TWEE.

– Teruggekomen in Nederland krijgt Gerrit contact met Klaske Ferwerda uit Friesland. Samen gaan zij met dit verhaal naar De Telegraaf (Jolanda van de Graaf). Enkele dagen later worden zij gebeld door een opgetogen Jolanda. “Onze correspondent in Scandinavië heeft hem opgespoord. Het is een zekere match! Jullie horen nog van me”. Maar ook nu moesten Klaske en Gerrit enkele weken later zelf terugbellen naar Jolanda. En weer werd het verhaal opgehangen dat die man al op grond van zijn DNA was uitgesloten. Opnieuw werd dus de wisseltruc gebruikt van de “Turkse Ali”.

– Van deze tweede – “uitgesloten” – Ali in Turkije blijkt achteraf nog het volgende: Het team dat uiteindelijk met de staart tussen de benen naar Nederland afreisde na een gesprek met die man, was ‘ernstig tegengewerkt en zelfs bedreigd door de Turkse autoriteiten. (Bron: Adema en De Vos van het huidige coldcaseteam). Uit het beschikbare materiaal blijkt bovendien dat het team niet eens zélf het wangslijm heeft afgenomen van die bewuste Ali. Dus maar wat in de handen geduwd hebben gekregen van de Turkse politie. Zij kwamen dus niet alleen thuis met twijfels of zij wel het DNA hadden meegekregen van de juiste persoon, maar zaaksofficier mr. De Graaf moest later in een documentaire van omroep Fryslan ook nog eens erkennen dat hij die “Turkse Ali” al niet eens meer verdachte vond voordat hij naar Turkije afreisde…

– In een andere anonieme brief aan de ouders van Marianne geeft de briefschrijver aan dat hij zeer grote twijfels heeft opgevangen van een functionaris van het OM uit Leeuwarden toen deze een borreltje met hem dronk tijdens een wintersportvakantie in Oostenrijk. Essentie: “Dat onderzoek is één grote farce geweest en dacht je nu echt dat de Turkse overheid zou meewerken aan een dergelijk onderzoek?”.

– Enkele weken na de aanhouding van de verkeerde Ali besteedde SBS 6 een documentaire aan de zaak rond de “Turkse Ali” omdat hij waarschijnlijk was verwisseld met de echte hoofdverdachte. Alle beveiligers van het toenmalige AZC en vele andere getuigen hadden sindsdien immers vergeefs geprotesteerd tegen deze persoonsverwisseling. DIE Ali, de Turkse Ali, was überhaupt niet bekend in Kollum, hij was veel te lang en te slank en voldeed bij lange na niet aan het signalement. Hoon en intimidatie werd hun deel van de zijde van de politie. Ook na een protest-verhoor van zo’n 4 uur was de recherche zelfs niet eens bereid om daar proces-verbaal van op te maken, laat staan te laten ondertekenen door de vier getuigen die jarenlang met de echte Ali hadden gewerkt en opgetrokken.

– Om de schijn van de ‘echte Ali’ in Turkije op te blijven houden werd minister Hirsch Ballin op 20 juli jl. zelfs gedwongen om die flagrante leugen in stand te houden. (Voor de fijnproevers, naast alle andere verklaringen van getuigen over de echte Ali uit Kollum, let nu eens op die datum van 11 augustus 1999 van het volgende artikel in De Telegraaf. Dat is dus twee dagen na het telefoontje van Gerrit Veldman naar Dominique Weesie: “Ik zat hier misschien naast de verdachte in de cel”): De Telegraaf brengt op die datum, 11 augustus 1999, naar aanleiding van het gesprek met mr. Severein het echte signalement van Ali dat voor zover mij bekend nooit aan de Friese media is verstrekt: “De hoofdverdachte heeft een klein, gedrongen postuur”. Lees het artikel hier.

En wat zegt de minister op 20 juli jl. in zijn 5e antwoord op de vragen van Fred Teeven:

“A.H. is echter in het geheel niet klein en gezet”. Je hoeft dus geen denker te zijn om vast te stellen dat de minister gedwongen werd om hier te liegen. Nadat het team uit Turkije was teruggekeerd met al hun twijfels en nadat SBS 6 die leugen in 1999 al had doorgeprikt was er nog maar één optie voor Hirsch Ballin: Liegen, liegen en nog eens liegen. Door middel van deze nieuwe leugen van de minister werd de Kollumse Ali (de hoofdverdachte) ineens 30 centimeter langer.

Heeft u vorige afleveringen van de Vaatstra Files gemist? Hier vindt u ze makkelijk terug:

Deel 19

Deel 20

Deel 21

Deel 22

Deel 23

Addendum:

http://forum-voor-de-vrijheid.nl/vrijheid/archive/index.php/t-2630.html

Johnnie

11 juni 2007, 11:31

‘Onderzoek in het azc ronduit slecht gedaan’
door Jolande van der Graaf
LEEUWARDEN – De toenmalige directeur van het asielzoekerscentrum in Kollum zegt zich ” niet te kunnen herinneren, maar evenmin uit te sluiten” dat er drie dagen na de moord op Marianne Vaatstra (16) een geheime overplaatsing van een buitenlandse seriemoordenaar vanuit haar azc is geweest.

“Ik weet het niet of dat gebeurd is. Maar dat betekent niet dat ik het uitsluit. Niets in het leven valt uit te sluiten”, is het commentaar van ex-azc-directeur Nettie Groeneveld. “Ik had het moeten weten, lijkt me. Maar misschien ben ook ik er buiten gehouden.” Gisteren publiceerde De Telegraaf een anonieme brief waarin staat dat een levensgevaarlijke asielzoeker op 3 mei 1999 onder strikte geheimhouding werd overgeplaatst van het azc in Kollum naar een speciale afdeling van het azc in Musselkanaal, waar personeel een spreekverbod kreeg. Kort daarna is de asielzoeker volgens de briefschrijver via Schiphol uitgezet naar eigen land waar hij gezocht werd voor het verkrachten en vermoorden van diverse vrouwen.

Groeneveld herkent de beschreven procedure niet: “Al weet ik wel dat er soms asielzoekers naar de zogeheten amog-centra voor lieden met onaangepast gedrag gingen. Geheimhouding is niet vreemd. Daar hadden we altijd mee te maken. Sommige asielzoekers werden gezocht door geheime diensten in hun land. In de zaak-Vaatstra hoop ik dat er nu alsnog duidelijkheid komt voor haar nabestaanden.”

In het licht van de opmerkelijke anonieme brief blijkt opnieuw hoe marginaal het politie- en justitieonderzoek kort na de moord in het azc Kollum is geweest. Enkele Friese rechercheurs verklaarden eerder tegenover oud-rijksrechercheur Akerboom ‘dat het onderzoek in het azc ronduit slecht is verlopen’.

Een oud-politieman en Mariannes ouders zeggen kort na de moord van de toenmalige officier van justitie te horen te hebben gekregen dat azc-directeur Groeneveld informatie achterhield. Volgens verschillende rechercheurs hield Groeneveld tegen dat zij vrijelijk op het azc bewoners en personeel konden horen. “Er kan nooit meer worden nagetrokken wie daar woonden en wie daar op bezoek waren. Misschien waren dat honderd mensen meer dan de lijsten aangeven”, verklaarde een rechercheur aan Akerboom. Oud-azc-directeur Groeneveld zegt ‘op haar eigen manier’ aan het onderzoek te hebben meegewerkt. “Want ik diende wel de rust te bewaren op het azc”, legt zij uit. “Het klopt dat ik er zicht op wilde houden wie de recherche ging horen. Maar ik ben het er niet mee eens dat ik niet zou hebben meegewerkt. Dat pas later een echt onderzoek op gang kwam, is niet aan mij. Dat is de methode waarvoor politie en justitie hebben gekozen.”

André: Het geciteerde Telegraaf artikel is niet meer te vinden op Internet (ra ra, waarom niet?) maar op vele andere plekken nog wel. Bijvoorbeeld hier.

Johnnie

12 juni 2007, 21:00

AZC spreekt Vaatstra-brief tegen

Uit het asielzoekerscentrum in Musselkanaal is kort na de moord op Marianne Vaatstra niet in het geheim een van seriemoord verdachte asielzoeker overgeplaatst. Dat zegt toenmalig directeur Nettie Groeneveld in de Leeuwarder Courant in een reactie op brief aan de ouders van het vermoorde meisje, waarin dit wordt beweerd.
“Dat is gewoon niet gebeurd, daar ben ik absoluut zeker van”, zegt Groeneveld. “Er is nooit iets geheimzinnigs gebeurd,” zegt Groeneveld. “
Asielzoekers die overlast veroorzaken of extra aandacht nodig hebben, krijgen eerst een aantal waarschuwingen. Als de situatie onhoudbaar is, wordt gedacht aan overplaatsing, aldus Groeneveld. “Dat had ik moeten weten.”
Medewerkers van het azc in Musselkanaal die volgens de briefschrijver op de hoogte waren van de overplaatsing, zouden daarna op een zijspoor zijn gezet. Dat ontkent toenmalig directeur Greetje Brugman met klem.
Het Openbaar Ministerie heeft een onderzoek  ingesteld naar de brief. (Lees het artikel
hier)

André: let op de verschillen. Eerst zegt Groeneveld dit:

“Ik weet het niet of dat gebeurd is. Maar dat betekent niet dat ik het uitsluit. Niets in het leven valt uit te sluiten”, is het commentaar van ex-azc-directeur Nettie Groeneveld. “Ik had het moeten weten, lijkt me. Maar misschien ben ook ik er buiten gehouden.” Gisteren publiceerde De Telegraaf een anonieme brief waarin staat dat een levensgevaarlijke asielzoeker op 3 mei 1999 onder strikte geheimhouding werd overgeplaatst van het azc in Kollum naar een speciale afdeling van het azc in Musselkanaal, waar personeel een spreekverbod kreeg. Kort daarna is de asielzoeker volgens de briefschrijver via Schiphol uitgezet naar eigen land waar hij gezocht werd voor het verkrachten en vermoorden van diverse vrouwen. (groeneveld)

André: Dan draait Nettie om (teruggefloten door het OM?) als een blad aan een boom en tekent de Leeuwarder Courant het volgende op:

Azc-directeur: Brief Vaatstra is onzin.

Het is onzin dat een asielzoeker de moord op Marianne Vaatstra heeft gepleegd en kort daarop stiekem het land is uitgezet. Dat stelt oud-directeur Nettie Groeneveld van het asielzoekerscentrum (azc) in Kollumin in de Leeuwarder Courant van dinsdag.

Zondag publiceerde De Telegraaf een anonieme brief van die strekking. ,,Er is nooit iets geheimzinnigs gebeurd,’’ stelt Groeneveld. Een woordvoerder van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) stelt na de uitspraken van Groeneveld ,,dat wij volledige medewerking hebben verleend aan alle instanties’’.

Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden gaat onderzoek doen naar de anonieme brief met informatie over de nog niet opgeloste moord op Marianne Vaatstra. Volgens de auteur van de anonieme brief is op 3 mei 1999 onder strikte geheimhouding een asielzoeker overgeplaatst van het azc in Kollum, vlak bij Veenklooster, naar een speciale afdeling van het azc in Musselkanaal.

,,Dit is gewoon niet gebeurd, daar ben ik absoluut zeker van,’’ meldt Groeneveld. Kort na de overplaatsing naar Musselkanaal zou de asielzoeker volgens de briefschrijver via Schiphol zijn uitgezet naar eigen land, waar hij werd gezocht voor de moord op diverse vrouwen. Marianne Vaatstra werd in de nacht van Koninginnedag 1999 verkracht en vermoord in een weiland nabij Veenklooster.

Print Friendly, PDF & Email
Share