Amsterdamse rechtbank heeft ‘spookpresident’

PRESIDENT CARLA ERADUS ‘WIL ER NIET OVER PRATEN’

“Nee. mevrouw de President wil er niet over praten. Ze wil eigenlijk alleen iets zeggen over haar beleid op de Amsterdamse rechtbank.” Aldus voorlichter Mercedes Grootscholten van de Amsterdamse rechtbank. Haar was gevraagd of president Carla Eradus nu eindelijk eens wil gaan praten over haar dubieuze optreden als ‘nepotistische president’ van het Hof te Leeuwarden en over haar veroordeling door de Ombudskamer van de Hoge Raad in 1991wegens het nodeloos toebrengen van leed aan een procespartij.

Carla EradusZelfs veel juristen hebben nog nooit van haar gehoord: Carla Eradus, opvolgster van illustere en nationale bekendheden als Asscher en Gisolf. Geen krant of TV-programma dat haar durft te presenteren, wat nog eens extra opmerkelijk is gezien het feit dat zij als vrouw de meest prestigieuze functie van juridisch Nederland bekleedt na het ministerschap. Hoe zou dat nou komen?
De reden: Eradus is buitengewoon omstreden. Tijdens haar presidentschap in Leeuwarden (tot 2003) blonk ze uit door een reeks ‘familiaire benoemingen’ die zozeer de woede opwekten van 14 raadsheren, dat zij haar op 14 februari 2002 een brandbrief schreven waarin Eradus werd gesmeekt ‘de eenheid en integriteit van dit hof te willen bewaken’. Deze brief is eerder gepubliceerd op de website van Theo van Gogh en staat hieronder opnieuw afgebeeld. Slechts het dagblad Trouw wijdde een stuk aan dit eerste bewezen geval van corruptie binnen de Nederlandse rechterlijke macht.

Tot ieders stomme verbazing werd juist Eradus benoemd in Amsterdam per april 2003. Toen moest via een klokkenluider nog uitlekken dat zij reeds in 1991 als de enige rechter in heel Nederland is veroordeeld door de zogeheten ‘ombudskamer’ van de Hoge Raad die gaat over het gedrag van rechters. In een voogdijzaak wist ze pleegouders die er na een uitspraak van het hof reeds op rekenden weer met hun pleegkind te worden verenigd, toch nog te beroven van hun ouderschap. Dit na het uithalen van een slinkse ‘juridische truc’. Hierover oordeelde de Hoge Raad: “Gegeven het uitzonderlijke karakter van haar stap had Eradus moeten inzien dat dit een ernstige schok voor hen zou betekenen nadat zij even te voren hun inspanning ter afwending van wat zij als heilloos voor hun pleegkind zagen (voortgezette opneming in het tehuis) met de beschikking van het Hof bekroond hadden gezien. Eradus had het teweegbrengen van die schok kunnen en moeten voorkomen’. De zaak is beschreven door een freelance journalist in NRC Handelsbald van 30 november 1991. In dit stuk wordt zij verder omschreven als ‘kil, niet luisterend en geen enkele belangstelling tonend voor argumenten van partijen.’ Eradus heeft zelf geen kinderen.

Geen medium dat zichzelf serieus neemt durft haar te interviewen omdat dat alleen mag als de genoemde kwesties niet aan de orde komen. Alleen Het Parool bracht een interview met haar. Het intro: “Carla Eradus is dol op diepzeeduiken en timmeren. Met haar man op dertig meter diepte de kleurrijke koraalriffen van Bonaire beleven is een geliefde vakantiebestemming.” Deze journalisitieke prestatie werd geleverd door Paul Vugts en Violet Cotterell. Bert van Delden, als hoogste man van de Raad voor de Rechtspraak verantwoordelijk voor de benoeming van Eradus in Amsterdam, wil van geen negatief geluid horen.

En zo kon het gebeuren dat de belangrijkste rechtbank van ons land behept is met een ‘spookpresident’ die niemand kent. Lang leven de rechterlijke macht!

Betreft: Hofvergadering d.d. 22 februari 2002
Agenda punt 3.
Geachte mevrouw Eradus,

Op de agenda voor de hofvergadering op 22 februari 2002 staat bij punt 3:
“Voordracht benoeming raadsheer-plaatsvervangers:
* mevrouw mr. L.P. de Haas, opleidingsplaats
(…)”

Het blijkt hier te gaan om de echtgenote van collega P.W.M. Huisman, lid van het bestuur van dit hof, die wordt voorgedragen voor een opleidingsplaats in de sector civiel, kamer rekesten.

Gelet op de gevoelige materie en ten einde verstoring van interne verhoudingen te voorkomen, richten wij ons tot u. Er zijn immers al meerdere “familie”-verhoudingen binnen het hof. Het lijkt ons dan ook minder gewenst en te pijnlijk voor betrokkenen om in de voltallige hofvergadering hierover een discussie te voeren, zo dit enigszins zou kunnen worden vermeden.

Naar aanleiding van het voorstel hebben wij de volgende opmerkingen en vragen.

Eerst enkele procedurele opmerkingen:
* tot nu toe is bij ons hof- formeel bezien – onbekend het fenomeen opleidingsplaats, althans bij de civiele sector, terwijl de opleidingsfunctie in de andere sectoren wordt gebezigd in situaties waarin kandidaten in beginsel over de benodigde kwalificaties en ervaring beschikken; nadere toelichting over aard, doel en noodzaak ontbreekt; in het concept Personeels- en Formatieplan wordt er niet over gerept;
* in de civiele sector, waar deze opleidingsplaats vrij zou zijn, is daarover tot nu toe geen overleg gevoerd, laat staan enig besluit genomen;
* van externe openstelling voor de werving van kandidaten voor een opleidingsplaats in de civiele sector is geen sprake geweest;
* van het instellen van een sollicitatiecommissie voor de werving van een kandidaat voor een opleidingsplaats in de civiele sector is geen sprake geweest.

Deze punten leiden ons tot de conclusie dat hier geen sprake is van een procedure voor de aantrekking van een eventuele nieuwe toekomstige raadsheer voor ons hof, waarvan gezegd kan worden dat die procedure voldoet aan de daaraan te stellen eisen van openheid, transparantie en onafhankelijkheid.

Voorts merken wij op dat wij nauwelijks bekend zijn met de kwalificaties van de thans voorgedragen opleidingskandidaat.Uit het bijgevoegde c.v. blijkt dat zij voornamelijk strafrechtelijk – in de staande magistratuur – is geori?nteerd. Enige civielrechtelijke ervaring komt hierin niet naar voren.
Zonder aan de persoon van de kandidaat enige afbreuk te willen doen, vragen wij ons af of hier “de beste man/vrouw op de juiste plaats” is gevonden.

Tenslotte is er het punt dat de kandidaat de echtgenote is van onze sectorvoorzitter straf. Het is belangrijk voor het aanzien van het hof dat, zowel intern als extern, geen enkele twijfel bestaat dat een ieder hier werkzaam is, alleen en uitsluitend op grond van zijn of haar gebleken capaciteiten en kwaliteiten.

Hierbij rijst voorts de vraag of het als een wenselijke situatie moet worden beschouwd dat in een kleine organisatie als de onze, steeds meer personen werkzaam zijn die in een zo nauwe betrekking tot elkaar staan, te meer nog waar een der echtelieden werkzaam is in een bestuursfunctie.

Wij verzoeken u het ertoe te leiden dat het betreffende voorstel van de agenda voor de vergadering van 22 februari 2002 wordt gehaald. Alvorens enig besluit over dit agendapunt te nemen, zal eerst
1) gesproken moeten worden over het instellen van het instituut opleidingsplaats, althans wat betreft de civiele sector;
2) binnen de civiele sector overleg dienen plaats te vinden over de wijze van invulling daarvan en de kwalificaties waaraan een eventuele kandidaat dient te voldoen;
3) een extern opengestelde werving plaats te vinden;
4) een sollicitatiecommissie volgens de gebruikelijke procedures moeten worden ingesteld.
Hierna kan tot slot de hofvergadering haar mening geven.

Het moge u duidelijk zijn dat wij ons zorgen maken over de gang van zaken. Wij hopen en vertrouwen dat u er alles aan zult willen doen om de eenheid en integriteit van dit hof te bewaken.
Mocht u ondanks al het voorgaande toch het agendapunt in kwestie willen handhaven, dan verzoeken wij u dringend dit te agenderen op een latere vergadering, zodat een principi?le en gedegen discussie kan plaatsvinden over de vorenstaande onderwerpen, waarbij wij ons zouden kunnen voorstellen dat – uiteraard in een breder kader ? de zienswijze van de Raad voor de Rechtspraak wordt ingewonnen.

Hoogachtend,
R.H. de Bock G. J. Knijp J.R. Meijeringh
K.M.Makkinga C.T.M. Bloem W. Jonkers
J.L. Bax-Stegenga S.H. Wachter F.J. Streppd
R-A- Zuidema F.J.W. Drion R.Ch. Verschuur
H.H.A. Fransen J. Huiskes

PS. Tot nu toe Ontbrak de gelegenheid voor contact over deze brief met de collega’s van de strafsector.

Print Friendly, PDF & Email
Share