ALI H. HASSAN IS DE ECHTE VAATSTRA-KILLER

EN LATEN WE ZIJN MEDEKILLER & “MATTIE” FEIK MUSTAFA NIET VERGETEN. EN OOK NIET DE LAFFE “HOL-LANDERS” SPENCER SLETERING, STEPHANIE VAN REEMST EN WIETZE, DIE WETEN HOE DEZE MOORD WERKELIJK IN ELKAAR ZIT EN DIE AL JAREN MET EEN ENORM SCHULDGEVOEL OPGEZADELD MOETEN ZITTEN (DAT MET HET AANWIJZEN VAN DEZE ONSCHULDIGE BOER JASPER ZO ONDERHAND TOCH EEN ONDRAAGLIJK SCHULDGEVOEL MOET ZIJN GEWORDEN). LATEN WE OOK DE “SNUFF MOVIE MAKERS / JIMMY SAVILE’S VAN DE LAGE LANDEN” GENAAMD WOLFGANG HEBBEN EN LUDGER DILL NIET VERGETEN!

Ondertussen springt “Minerva” Opstelten een “gat in de lucht” omdat de ogen nu even enkele momenten niet zijn gericht op zijn occulte Minerva broeder Joris Demmink, u weet wel, de spil in o.a. dit Vaatstra web (WAAR BLIJFT JE BODEMPROCEDURE BESTE JORIS DEMMINK, JE HEBT TOCH GEEN KINDEREN GENEUKT???). Lieve mensen, er wordt nu een boer uit Friesland opgeofferd en zijn kinderen, zijn vrouw en zijn familie letterlijk de hel in geworpen, om de echte misdadigers in deze zaak KOSTEN WAT KOST buiten het schaakbord te houden, trap er niet in, lees nou bijvoorbeeld nog een keer onderstaande verklaring van een supergetuige voor wie het schuldgevoel ondraaglijk werd, of verdiep u verder via de VAATSTRA FILES

BRON: TELEGRAAF

Van Zessen, moeder van twee kinderen, samenwonend in Amersfoort, is door tussenkomst van De Telegraaf in contact gebracht met Dick Adema, één van de weinige Friese rechercheurs, die nog verbonden is aan de ’cold case’-Vaatstra.

Haar verklaring is schokkend: zij stelt tegenover een huisgenoot te hebben gestaan, die de ochtend ná de moord op Marianne Vaatstra met bebloede kleding en handen thuiskwam. De huisgenoot legde daarbij een bebloed mes op de tafel en zei – zonder dat iemand toen nog iets wist van de schokkende moord op Marianne Vaatstra – dat ze ’haar strot dieper hadden moeten doorsnijden’, zo staat in de getuigenverklaring, in bezit van De Telegraaf.

Van Zessen groeide op bij haar adoptiefouders in het Friese plaatsje Birdaard. Zij kende Marianne Vaatstra redelijk goed via haar zusje, die ook op de mavo zat in Damwoude.

In 1999 woonde Van Zessen – ze was inmiddels stagiaire bij de Hema – op een huurkamer in een woning aan de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden. Ze woonde er met nog twee bewoners: een zekere Sietse, een gescheiden man, die er tijdelijk woonruimte had gevonden en een buitenlandse man, die zij ’Ali’ noemde.

„Met Ali hadden Sietse en ik slecht contact: hij was stil, teruggetrokken en sprak gebrekkig Nederlands. Hij straalde iets engs uit, en dat werd bewezen op die ochtend van 1 mei 1999, tussen 08.30 en 09.00 uur”, verklaart de nieuwe getuige.

„Ik liep die ochtend de trap af naar beneden om naar mijn stageplaats te gaan. Ik woonde op de bovenste verdieping, Ali op de middenverdieping. Zijn deur stond open. En dat was vreemd, want bij wijze van spreken deed hij zijn deur nog op slot als hij naar het gezamenlijke toilet moest. Ik vreesde dat er iets mis was. Daarom liep ik zijn kamer binnen. Na amper een minuut stormde hij overstuur zijn kamer binnen. Ik keerde mij om en schrok me wezenloos: hij droeg een wit T-shirt en een blauwe broek, onder het bloed, vooral bij zijn buik. Hij legde een bebloed mes – met een zwart handvat – neer op een laag, glazen tafeltje aan de rechterkant van zijn kamer.”

Haar verklaring vervolgt: „Volgens mij besefte hij niet eens dat ik er stond. Hij was zo in zichzelf gekeerd dat hij gewoon langs me heen liep en neerplofte op de bank. Toen zei hij, in gebrekkig Nederlands, dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden. Twee, drie keer vroeg ik wie hij daarmee bedoelde. Waarop hij verward antwoordde: Marianne Vaatstra. Hij sprak haar naam goed, duidelijk verstaanbaar uit. Het eerste wat ik dacht was: ’Die is echt flink gestoord’. Ik raakte in een shock. Ik stormde zijn kamer uit en ging naar mijn werk.” Enkele dagen na dit incident verdween ’Ali’ spoorloos.

Al die jaren heeft Van Zessen deze informatie niet gedeeld met de recherche. Pas toen ze vorige week las over ex-gedetineerde Gerrit Veldman, die zweert dat hij in Noorwegen naast een Vaatstra-verdachte op een cel zat, besefte ze dat ze mogelijk belangrijke informatie had. „Ik was in 1999 niet echt stabiel, vanwege het overlijden van mijn broer. Ik heb het incident weggedrukt. Ik ben zó geschrokken, dat ik dichtgeklapt ben, denk ik. Ik heb het destijds wel gemeld aan mijn moeder”, aldus Van Zessen.

Haar moeder, Elly van Zessen, bevestigt haar dochters verhaal: „Ja, ze vertelde toen geschokt over een man met een mes, en bloed, en een link met Marianne Vaatstra. Maar mijn dochter wilde toen niet naar de politie, omdat ze bang was voor die vent.”

Het verhaal vorige week in deze krant van ex-bajesklant Gerrit Veldman bracht alle herinneringen boven bij Van Zessen. „Alles klopt: zijn uiterlijk, kort, pafferig, zijn karakter, zelfs hoe Gerrit het zakagendaatje beschrijft dat Ali altijd bij zich droeg: klein, zwart van kleur, met handgeschreven adressen erin, door de contactpersonen zelf geschreven, want Ali kon geen Nederlands schrijven. De Ali die ik kende, is precies de Ali die Gerrit omschreef. Ik ben niet gelovig, maar ik zou nu toch bijna in een wonder geloven. Ik ben een heel nuchtere meid, drink geen druppel alcohol, gebruik geen drugs, niks. Ik ben niet uit op de beloning. Ik ben al miljonair met mijn twee prachtige, gezonde kinderen. Daar kan geen staatsloterij tegenop. Ik baal alleen verschrikkelijk dat ik het destijds nooit heb verteld aan de politie en de ouders van Marianne.”

LEES MEER: DE VAATSTRA FILES

Print Friendly, PDF & Email
Share