Advocaat gezocht voor Kat en Donk

NIEUWE WANTOESTANDEN OP REGIE-ZITTING IN STRAFPROCES TEGEN ERWIN LENSINK * EXTRA: MEER BACKGROUNDS EN BEELDEN LENSINK-PROCES 18 MAART

En weer werden we op een cruciaal moment door onze civiele advocaat in de steek gelaten. De kern van onze strategie was dat we de corrupte Haagse rechtbank van Westenberg en Kalbfleisch via een KG zouden proberen te dwingen de camera toe te laten op de zittingen in onze strafzaak [deel 7 VIDEO]. Weken van voorbereiding gingen vooraf maar op het moment supreme liet onze advocaat ons weten de zaak niet te zullen voeren. Het maken van opnames van de zitting is een grondrecht en ter voorbereiding van de zaak maakte Micha Kat een paper met de belangrijkste argumenten en jurisprudentie dat we hieronder publiceren. Kat zal zelf gaan pleiten en we hebben de civiele advocaat in feite alleen nodig voor de noodzakelijke proces-handeligen. Wie wil deze voor de rechtstaat zo cruciale kar voor ons gaan trekken en zich een plaats verwerven in onze rechtsgeschiedenis? Gegadigden kunnen zich melden via de contact-functie van deze site. Tevens waren we vandaag getuige van een regie-zitting in de strafzaak tegen Erwin Lensink, ook op de Haagse rechtbank.

Ook hier gold weer een strikt -en onrechtmatig- verbod op het maken van video- en geluidsopnames en in de zaal zaten maar liefst zes gewapende agenten om elke poging het corrupte Alwin-college digitaal te controleren met harde hand om zeep te helpen. Het was horrifying. Drie gewapende agenten zaten om Lensink heen en drie om Micha Kat die voortdurend zijn perskaart moest laten zien. John Wanders van De Volkskrant en Lieke Jongbloed van De Telegraaf kregen deze behandeling niet. De nep-advocate van Beatr Lensink Marielle van Essen die zich op haar hakken nauwelijks staande kon houden tekende geen enkel protest aan tegen de intimiderende en demoniserende aanwezigheid van de gewapende agenten die elke suggestie van een eerlijk proces reeds om zeep hielpen nog voordat een woord was gezegd. Van Essen liep voortdurend tegen de lamp als spook-advocaat, zoals toen ze zei dat haar client ‘behandeling nodig heeft’ en een ‘psychiatrische patient is’. Of toen ze haar verzoek om invrijheidsstelling van Lensink tot twee maal toe de kwalificatie ‘illusoir’ meegaf waarmee ze kennelijk wilde duidelijk maken dat het verzoek niet moest worden gehonoreerd -wat dus ook niet gebeurde. Of toen ze vertelde dat Edwin vrijgelaten moest worden omdat ‘zijn vader nu zijn huur betaalde’ hetgeen voor deze man ‘een forse aanslag was op zijn middelen’. Haar eigen client corrigeerde haar: nee, zei Lensink, ik betaal nog steeds mijn eigen huurpenningen, al komt de bodem van mijn beurs nu wel snel in zicht. Dit soort bizarre tegenstrijdigheden gebeuren alleen als advocaat en client zich niet verstaan. Het was een wanvertoning zoals nog nooit zal zijn opgevoerd in een Nederlandse zittingszaal waarin alle toga’s -de advocate, de officier van justitie, de drie rechters en de griffier- gezamenlijk en met satanisch genoegen een dodendans uitvoerden op het lijk van Lensink onder het potsierlijke portret van Beatrix in een hermelijnen mantel die toekeek en zag dat het goed was. Echter, dat deze toga’s er ook nog mee wegkomen dat beelden van hun wanprestaties -en van de intimiderende aanwezigheid van de agenten- worden verboden, dat gaat toch echt te ver. De rechters besloten dat Lensink nog maximaal drie maanden in de gevangenis moet blijven in afwachting van de rapportage van het Pieter Baan Centrum. Hierbij motiveerde Alwin dat Lensink vooralsnog voor ‘volledig ontoerekeningsvatbaar’ moet worden gehouden en er een aanzienlijk gevaar bestaat op recidive.

Hier volgt ons paper ter voorbereiding van het camera-KG dat binnenkort hopelijk kan worden gevoerd om een definitief einde te maken aan de onzekerheden en de willekeur inzake te toestaan van het filmen in de rechtszaal:

Imput KG-camera Kat cs./Rechtbank Den Haag

Petitum: de verdachten Kat en Donk mogen hun eigen zittingen vastleggen op video. Er is geen wettelijke grondslag hen dit te beletten.

Argumentatie:

1.       De (rechts)regels en jurisprudentie kunnen de camera in het onderhavige geval op geen enkele wijze uit de rechtszaal weren (zie onder)

2.       Als een verdachte in een strafzaak uitdrukkelijk wenst dat de zaak tegen hem op video wordt vastgelegd, dient reeds die wens doorslaggevend te zijn. Elke verdachte heeft recht op vastlegging van het proces dat de Staat tegen hem aanspant.

3.       Nu verdachten journalisten zijn, hebben zij het recht als journalist verslag te doen van hun eigen zitting op de wijze die zij wensen (EVRM: journalisten genieten maximale vrijheid bij het uitvoeren van hun werkzaamheden)

4.       Nu de Staat zelf in meerdere hoedanigheden betrokken is bij deze procedure –als aanklager, als aangever, als gelaedeerde, als rechtsprekende- en kritiek op Justitie de kern vormt van de tenlastelegging, is een beslissing de camera te weren een partijdige beslissing die de rechters bij uitstek vatbaar maakt voor wraking zoals reeds meermalen is gebleken in deze zaak.

5.       De procedure in kwestie is bij uitstek nieuwswaardig en bijzonder om meerdere redenen: de aard van de tenlastelegging, de identiteiten van de verdachten en gelaedeerden, het maatschappelijke belang van de kwestie en de actualiteit (kredietcrisis, rechtstaat in verval), de overdadige publiciteit over zaken waarmee de verdachten zich bezighouden (Westenberg, Kalbfleisch) dat het weren van de camera een ernstig en ontoelaatbaar beletsel zou opwerpen voor het volgen van belangrijke nieuwsontwikkelingen

6.       Tot nu toe is er sprake van een absolute en uiterst schadelijke willekeur bij het toelaten van de camera: als het de staat uitkomt mag het, anders niet. Aan deze wantoestand die de kwaliteit van ons (straf)proces ernstig ondermijnt dient zo snel mogelijk een einde te komen, zulks temeer in deze tijd van internet, handcams en YouTube.

7.       Volgens de Persrichtlijn van de Raad voor de Rechtspraak dient een president zijn beslissing een camera te weren in het openbaar te motiveren. Hiertoe is de rechter doorgaans niet in staat  zoals ook bleek in onze zaak waarin een onrechtmatige motivering werd gebruikt. Aan deze ernstige weeffout dient een einde te worden gemaakt via in principe altijd toelaten van de camera. Slechts in uitzonderlijke en duidelijk omschreven gevallen dient de camera te kunnen worden geweerd.

8.       Ter controle op het werk van OM en ZM is het noodzakelijk dat alles wat er op een strafzitting gebeurt en wordt gezegd wordt vastgelegd. Dit kan een einde maken aan ondermeer onenigheid over de inhoud van PV’s. Dit is ook in het belang van de rechterlijke macht.

9.       Thans blijken de meeste rechtbanken te discrimineren naar de aard van het medium bij hun beslissing de camera al dan niet toe te laten. ‘Staatsvriendelijke’ media zoals NOS en RTL krijgen dan doorgaans een voorkeursbehandeling boven kritische media. In onze zaak was dit ook aan de orde. Aan deze ernstige en ook onrechtmatige beperking van de persvrijheid door nota bene rechters dient zo spoedig mogelijk een einde te worden gemaakt. Er is dus niet alleen sprake van willekeur als het gaat om de aard van de zaak (punt 6) maar ook als het gaat om de aard van het medium.

10.   In de betreffende procedure zijn de verdachten reeds twee maal het slachtoffer geworden van onrechtmatige e/o onjuiste motiveringen hun camera te weren.  De politierechter motiveerde dat zij ‘geen NOS of RTL zijn’ en de tweede wrakingskamer weerde de camera op basis van de wens van de eerste wrakingskamer hetgeen in flagrante strijd is met persrichtlijn die (blz. 13) immers voorschrijft dat ‘professionele procesdeelnemers’ geen bezwaar dienen te hebben tegen het ‘opnemen van hun optreden’. Door deze herhaling van onheuse zetten tegen een grondrecht van de verdachten wordt de indruk gewekt alsof de rechtbank het filmen in deze zaak wil beletten vanuit de aard van de zaak. Dit maakt de noodzaak tot vastleggen en controle juist des te groter, reden waarom de camera dient te worden toegelaten.

Jurisprudentie, regelgeving

1.       Centraal staat de genoemde Persrichtlijn (2008) van de Raad voor de Rechtspraak. Daarin staat het volgende: Rechtszittingen hebben in beginsel plaats in het openbaar. Het doel van deze openbaarheid is onder meer het mogelijk maken van controle op het werk van rechters, officieren van justitie en advocaten (blz. 1). Deze controle kan alleen effectief worden uitgeoefend via beeld- en geluidsregistratie

2.       In dezelfde persrichtlijn (blz. 1) wordt als een van de redenen aangegeven voor de update van de oude richtlijn in 2003 het uitbreiden van de opnamemogelijkheden voor radio en televisie

3.       In dezelfde Persrichtlijn (blz. 3) worden omstandigheden genoemd die aanleiding kunnen vormen voor het beperken van de openbaarheid cq. het weren van de camera op een openbare zitting. Geen van deze omstandigheden is in de procedure tegen Kat en Donk aan de orde. Sterker: vele van deze omstandigheden worden juist gecreëerd door het weren van de camera en niet door het toelaten ervan zoals:  een niet-ordelijk verloop van de zitting, een niet-eerlijke behandeling van de zaak en het niet eerbiedigen van de ‘persoonlijke levenssfeer’ van de verdachten nu dezen juist uitdrukkelijk wensen dat er gefilmd wordt.

4.       De president kan in principe bepalen dat een zitting plaatsvindt ‘achter gesloten deuren’ maar de criteria die daarvoor gelden zijn op geen enkele wijze van toepassing op de onderhavige strafzaak (blz. 7 Persrichtlijn).

5.       De wens van rechters, officieren van Justitie en advocaten niet te worden gefilmd kan nooit een reden zijn de camera te weren. Uit de Persrichtlijn (blz. 13): In beginsel wordt er vanuit gegaan dat deze professionele procesdeelnemers er geen bezwaar tegen hebben dat hun publieke optreden wordt opgenomen. Dat geldt vooral voor rechters en officieren van justitie van wie het functioneren nu juist het onderwerp van de controle van de pers vormt.

6.       In aansluiting op argument 3 zou het zelfs helemaal geen rol hoeven te spelen of de president de camera al dan niet toelaat. Immers, op grond van zijn status als journalist claimt Kat het recht ook te mogen filmen met een verborgen camera, zulks op de voet van recente jurisprudentie zoals (2007) LJN BB6850, Hof Amsterdam, 1266/07 SKG (verdachte van zedendelict mocht worden gefilmd met verborgen camera) en LJN BP6162, HR 09/04045 (2011) waarin de HR zelfs stelde dat een verborgen camera acceptabel is ‘als de journalist geen andere weg openstaat een zaak van maatschappelijk belang scherper te belichten’.

EXTRA: MEER BACKGROUNDS OVER DE ZAAK-LENSINK VAN 18 MAART


Gisteren heeft het gerechtshof in Den Haag in al haar wijsheid besloten, Erwin Lensink te laten opnemen in een Psychiatrische Observatie Kliniek.
Zijn advocaat was later op de dag te gast bij Uitgesproken VARA om hier verdere uitleg over te geven. Ook onze vrienden van Pownews waren aanwezig bij de uitspraak, om een “fair en balanced” reportage in elkaar te knutselen.
Een van de aanklachten tegen Erwin, was dat hij zou hebben gepoogd om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan de leden van het Koninklijk Huis.
In het openingsfragment van het JDTV filmpje hoort u Maartje van Weegen vertellen, dat het glas van de koets gepantserd is en gemakkelijk een baksteen kan weerstaan. Het lijkt mij daarom niet aannemelijk dat de koninklijke familie op enig moment in gevaar is geweest.
In het VARA fragment is duidelijk te horen dat Lensink tot 2 maal toe: “handgranaat” roept, nadat hij de waxinehouder heeft geworpen. Iets wat ik absoluut afkeur, aangezien dit de menigte daadwerkelijk in gevaar kan brengen. Blijkbaar was er voor het O.M. echter geen reden om een aanklacht in te dienen wegens het in gevaar brengen van deze mensen. Dit ondanks het feit dat enkele maanden hiervoor nog was aangetoond hoe gevaarzettend dit kan zijn. Verder wordt er geen melding gemaakt van het feit dat Erwin al langere tijd gepoogd heeft om zijn verhaal in de media kwijt te kunnen, zo heeft hij tijdens ons bezoek in de Pieter baan kliniek verteld dat hij ook de aanslag van Karst Tates heeft opgeeist. Verder vertelde Erwin ons dat hij zich enkele jaren geleden toen de konigin bij hem in de buurt was op koninginnedag, hij zich moest melden op het bureau en na vertrek gevolgd zou zijn door 2 opvallende politievoertuigen die hem zouden hebben moeten beletten om in de buurt van de koningin te komen. Als dit verhaal van Erwin correct is is het meer dan opmerkelijk dat hij op prinsjesdag zijn gang heeft kunnen gaan.
“De Damschreeuwer”
De reactie van de beveiliging en het publiek op de mededeling “handgranaat” van Lensink is zeer opmerkelijk. Zeker als je deze vergelijkt met de reactie op de verstoring van de dodenherdenking 2010, waar ook iemand geroepen zou hebben dat er een bom was.

Print Friendly, PDF & Email
Share