ABN Amro-affaire: journalistiek loopt spitsroeden

AMERIKAANSE JOURNALISTIEK DRIJFT ABN AMRO-GATE

Topman Rijkman Groenink van ABN Amro heeft opdracht gegeven ‘bepaalde documenten te vernietigen dan wel verborgen te houden voor de autoriteiten in de VS’. Aldus de Wall Street Journal op 30 december. Dat klinkt best ernstig. Diezelfde krant meldde ook dat justitie in de VS bezig is met een strafrechterlijk onderzoek naar de bank wegens het overtreden van anti-witwasregels en sancties tegen Iran en Libie op de kantoren New York en Dubai. Het gaat om een totale verdachte transactiewaarde van 70 mrd. dollar. Eerder werd al bekend dat er een boete was uitgedeeld van 80 mio. dollar, een ongekend strenge sanctie. Het is opvallend dat de Nederlandse journalistiek in deze zaak geheel en al drijft op wat er in de VS over wordt bericht. Dat wil zeggen dat het de Amerikaanse berichtgeving ‘nuanceert’ door tal van, deels oncontroleerbare, ‘verzachtende omstandigheden’ voor de bank op te voeren.

Rijkman Groenink.jpgZo schrijft NRC Handelsblad op vrijdag 30 december: “ABN Amro heeft overigens zelf het meeste van de overtredingen opgespoord en gemeld en werkt nu volledig mee aan het opzetten van betere controlemechanismen.” Uit De Telegraaf (30 december): “Groenink en De Swaan kregen een standje (van de Raad van Commissarissen) op basis van een onderzoeksrapport van het advocatenkantoor Pillsbury Winthrop Shaw Pittman. Dit rapport (niet vermeld wordt wie opdracht heeft gegeven voor dit onderzoek) stelt overigens nadrukkelijk dat er door de bank geen wetten waren overtreden en dat er ook geen intentie bestaan had toezichthouders informatie te onthouden, aldus voorzitter Arthur C. Martinez van het boekhoudcomite van ABN Amro.” Deze conclusie staat op gespannen voet met de handelwijze van Groenink inzake de documenten. Het is duidelijk dat De Telegraaf het betreffende rapport niet ter inzage heeft gehad, anders zou het geen ABN Amro-functionaris opvoeren om eruit te citeren. Alarmerend is ook (en moeilijk in lijn te brengen met de uitlating van Martinez) dat (opnieuw uit De Telegraaf) ‘uit interne correspondentie, waarvan de bank toegeeft dat deze authentiek is, blijkt dat mensen bij de bank onraad roken. Zo stuurde een Londense directeur al in 2001 een email naar New York met het voorstel de Fed over de wantoestanden in te lichten. Een Amerikaanse advocaat van de bank veegde dit voorstel echter van tafel.” Is hiermee de eigen verantwoordelijkheid van ABN Amro ook van tafel?
Het offciele Amerikaanse stuk waarin de boete bekend wordt gemaakt en ook de overtredingen van de bank worden opgesomd staat op internet. Hieruit komt toch een ander beeld naar voren dan dat wordt geschetst in de Nederlandse media.
In dit stuk is sprake van ‘speciale procedures’ bij ‘een van de bank’s overzeese fillialen’ voor bepaalde transaties ‘die werden ontworpen en gebruikt om de eigen compliance-regels te omzeilen’. Ook staat er dat de bank ‘naliet negatieve resultaten van intern onderzoek op adequate wijze te documenteren, er vervolg aan te geven en tijdig in kennis te stellen van de toezichthouders in de VS’. Alarmerend is tevens dat de bank ‘tegenover eigen controleurs en compliance-mensen en tegenover de toezichthouders in de VS de due diligence-inspanningen van bepaalde branches buiten de VS met betrekking tot klanten met een hoog risicoprofiel overdreef’. Daarnaast heeft ABN Amro de identiteit van bepaalde klanten (vooral de Melli Bank uit Iran) bewust verdonkeremaand (‘the payment instructions on the wire transfers had been modified by one of ABN Amro’s overseas branches such that any reference to Bank Melli was removed’). Dezelfde handelwijze vond plaats inzake transacties van de Arab Bank uit Libie. Zowel de Melli als de Arab bank zijn in handen van de oveheid.
Uit het stuk blijkt ook dat ABN Amro op 23 juli 2004 met Amerikaanse toezichthouders een overeenkomst heeft gesloten om de tekortkomingen te corrigeren. Het stuk stelt hierover dat ‘de bank substantiele maatregelen heeft genomen om de tekortkomingen te corrigeren die zijn vastgesteld in de overeenkomst en doorgaat met het nemen van verdere maatregelen’. En ook: ‘Na het aangaan van de overeenkomst heeft de bank in antwoord op onderzoeksvragen aanvullende informatie ontdekt en gemeld aan de toezichthouders. Dit betrof informatie over daarvoor niet geopenbaarde onveilige en incorrecte praktijken‘. NRC Handelsblad meldt dan nog dat de bank ‘recentelijk al 250 mio. dollar heeft uitgegeven aan het opzetten van betere controlemechanismen’. De bron hiervan wordt niet genoemd.
Naast de afdelingen in New York en Dubai blijkt ook die in Chennai in India verdacht te zijn. De bank moet een onafhankelijke partij inschakelen om de transacties onder de loep te nemen in Chennai van 1 januari 2003 tot 31 augustus 2004. Over zes maanden moet de bank hierover rapporteren aan de OFAC, het Office of Foreign Assets Control. Ook Dubai dient door externe partijen nader te worden onderzocht.
Tenslotte staat er expliciet: “De maatregelen in dit stuk zullen niet verhinderen, stoppen of anderzins tegengaan dat de Board of Governors (van de nationale bank), de OFAC, de IDFPR (het Illinois Department of Financial and Professional Regulation), de NYSBD (het New York State Banking Department) of enige andere federale of staats-organisatie enige andere actie ontplooit tegen ABN Amro.”
Voor berichtgeving van de bank zelf over de affaire zie de eigen website.

Print Friendly, PDF & Email
Share